De douane-agent

Johan van Aert, directeur van een douane-agentschap bij de grensovergang Meer-Hazeldonk, hoefde niet naar woorden te zoeken. Als voorzitter van de vereniging van plaatselijke grensbedrijven was hij allerminst gewend politici toe te spreken. Zij toonden aan de grens nu eenmaal meer interesse in een snelle doorreis naar Brussel of Straatsburg dan in het lot van de douane-agent. Maar toen hij onlangs de Belgische premier Martens mocht ontvangen, talmde hij niet.

“De regeringen en politieke partijen staan reeds met het vlaggetje van het ene Europa te zwaaien”, richtte Van Aert zich tot Martens. “Maar ons beroep verdwijnt, ons personeel moet worden afgedankt en onze bedrijven moeten worden opgeheven. Wilt u dit alstublieft aankaarten bij de Europese ministerraad, het is een schreeuwend S.O.S. uit de wereld van de douane-expediteurs.” Martens schrok volgens Van Aert en nam diens toespraak mee terug naar Brussel. Door de opheffing van de binnengrenzen van de EG worden de werkzaamheden van de douane-agent vanaf 1 januari 1993 van de ene op de andere dag met 95 procent gereduceerd, zo menen de 145 Nederlandse grensexpeditiebedrijven met in totaal 2.000 arbeidsplaatsen. Zij kunnen dan namens de staat geen BTW en invoerrechten en ten eigen bate geen bemiddelingskosten meer in rekening brengen aan vrachtverkeer van binnen de EG. Het vrachtvervoer van buiten de EG, dat wel invoerrechten blijft betalen, bedraagt slechts vijf procent van de dagelijkse stroom aan trucks. Bij de Belgische douane-post Meer en de Nederlandse post Hazeldonk, met dagelijks 13.000 passerende vrachtwagens (totale lading: 200 miljoen kilo) een van de grootste grensovergangen van Europa, is “de ellende niet te overzien”. Van de veertig grensexpediteurs met zo'n duizend Nederlandse en Belgische arbeidsplaatsen zal een groot aantal failliet gaan, voorspelt Van Aert. Tot de gedupeerden behoren vooral kleinere bedrijven, die gespecialiseerd zijn in douaneformaliteiten en niet kunnen overstappen naar de overslag- of distributiesector. Hun dicht bij de grens wonende werknemers, zogeheten declaranten, zullen zich niet zelden moeten omscholen of verhuizen, willen zij nieuw werk vinden. De Federatie van Nederlandse expediteurs (Fenex) werkt nu aan een werkgelegenheids- en scholingsplan waarvan zij de kosten, dertig miljoen gulden, bij de Nederlandse overheid en de EG hoopt los te peuteren. Van Aert zelf vreest driekwart van zijn veertig man tellend personeel te moeten ontslaan. “Er gaat iets verloren waar ik dertig jaar aan gewerkt heb.” Eind 1963 begon de uit het Brabantste Achtmaal afkomstige douane-agent (49) met een eenmanskantoortje aan de grens, gefinancierd door zijn oom 'Pie' van Aert. “Ik ging op zondagavond van huis en kwam 's zaterdagavonds terug. Ik sliep in mijn kantoor in een slaapzak.” Van lieverlee dijde het bedrijfje uit door de heffing van bemiddelingskosten, oplopend van 25 tot zo'n 50 gulden per vrachtauto. Het dag en nacht geopende douane-agentschap, behalve in Meer- Hazeldonk ook gevestigd in Antwerpen en Rotterdam, heeft nu een jaaromzet van vijf miljoen gulden en een winst van 100.000 gulden. Inmiddels kampt Van Aert met tien procent onderbezetting doordat personeel ontslag neemt, met toenemende werkdruk, stijgend ziekteverzuim, langere wachttijden voor vrachtwagens en daardoor verontwaardige transportondernemers. “Het is nu al een gekkenhuis, en dan te bedenken dat we tot exact twaalf uur 31 december 1992 moeten doorwerken.” In een poging zijn bedrijf te redden door de dienstverlening uit te breiden, zette Van Aert twee jaar geleden een loods neer bij Meer, om de overslag, opslag en distributie van gevaarlijke stoffen zoals insecticiden te gaan verzorgen. Een tweede loods is op komst. Van Aert wil vervoerders van buiten de EG daarnaartoe lokken. “Dat kan een nieuw bestaan worden”, zegt hij hoopvol. Maar voorlopig overheerst bij hem onzekerheid. “Douane-agenten hebben er altijd voor gezorgd dat de overheid op tijd zijn geld kreeg. Door diezelfde overheid dreigt ons werk nu te verdwijnen. Dan is het toch normaal dat men ons helpt, zoals men ook de landbouw subsidies geeft. Maar voor ons is nu niks voorzien.”