De boekhandelaar

“Nee, revolutionaire veranderingen door 'Europa '92' verwacht ik voor de boekenindustrie niet”, zegt P. van Gorsel, sinds zes jaar 'sales-en marketing-director' van Penguin Books in Nederland.” De prijzen zie ik bijvoorbeeld niet dalen, omdat er geen grote produktievoordelen zijn die kunnen worden doorgegeven aan de consument.”

Vooral voor het publieksboek - dit ter onderscheiding van het wetenschappelijke boek - ziet Van Gorsel geen grote gemeenschappelijke markt opdoemen. Als voorbeeld noemt hij het werk van de populaire thriller-schrijver Robert Ludlum. “Zijn boeken verschijnen in elk land, maar het grootste deel wordt afgezet in de lokale taal. Dat betekent dat je als uitgever geen produktievoordelen hebt, want je kunt niet voor 320 miljoen mensen in Europa een oplage drukken. Je kunt zelfs niet een omslag maken. Prijsdalingen bij boeken zijn pas mogelijk bij enorme oplagen. Het produceren van boeken blijft duur omdat het een handmatig proces is: het schrijven, het redigeren, zelfs het distribueren.” “Think European, act local”, zei Van Gorsel onlangs in een lezing voor buitenlandse collega's. Hij bedoelde daarmee dat je als internationale uitgever moet blijven inspelen op de specifieke mogelijkheden van lokale markten. “Neem het werk van David Leavitt, de Amerikaanse prozaschrijver. Wij van Penguin Nederland verkopen daarvan driemaal zoveel als Penguin in Engeland. Dat komt omdat we hem hier stevig gepromoot hebben, aangezien er een markt voor dit soort literatuur in Nederland bestaat. In Engeland vinden ze dat werk nog schokkend, maar wij schrikken niet meer zo snel. “Wat wij bij Penguin nu doen, is een soort vangnet over Europa trekken. We willen alle Engelstalige stukjes lezerspubliek in de verscheidene landen bij elkaar vegen waarvoor we dan een oplage drukken. Tot prijsdalingen zal dat niet leiden, want de distributiekosten zullen hoog blijven. Maar we kunnen dan wel bepaalde boeken eerder uitbrengen. “We hebben nu ook in Italie, Duitsland, Spanje en Frankrijk 'sales-en marketing-directors' die in voortdurende wisselwerking staan met de redactionele kant van het bedrijf in Engeland en Amerika. Zij houden de lokale markt scherp in de gaten en kijken hoe de uitgever daarop kan aansluiten. Dat wordt de komende jaren de grootste verandering: de meeste Amerikaanse en Engelse uitgevers zullen zo gaan werken, omdat ze hebben gemerkt dat Europa niet een markt is die je op afstand kunt besturen. Ook als de grenzen wegvallen, zal zo'n markt niet ontstaan. In al die landen is maar een klein percentage mensen dat Engels leest.” Voor het wetenschappelijke boek voorziet Van Gorsel grotere veranderingen, omdat daar “de eenheid van de markt” veel groter is. “Engels is de voertaal in de wetenschappelijke wereld en het is dus voor een Duitse of Nederlandse uitgever - kijk maar naar Elsevier - even gemakkelijk om wetenschappelijke boeken in het Engels uit te geven als voor een Amerikaanse uitgever. Je ziet daar dus een geweldige marktvergroting en concentraties aan uitgeverszijde optreden. Dat proces is al geruime tijd gaande en zal nu door het opheffen van een aantal handelsbelemmeringen versneld worden. “Deze marktvergroting levert voor de Europese wetenschappelijke auteurs een vergroot platform op. Prijsdalingen verwacht ik ook hier overigens allerminst. Daarvoor is er te weinig prijsgevoeligheid bij de koper van het wetenschappelijke boek. Die boeken zijn de afgelopen jaren schrikbarend in prijs gestegen, omdat de mensen het toch wel betalen. “Ach, van 'Europa '92' verwacht ik voor de prijzen in het algemeen - dus ook buiten de boekenindustrie - niet veel: de consument zal na 1992 nog behoorlijk bij de neus genomen worden.”