De architect

Twee jaar geleden verscheen in de vakbladen een groot aantal advertenties waarin Groot-Brittannie Nederlandse bouwkundig ingenieurs trachtte te werven. Dat resulteerde in de komst van een paar honderd Nederlandse architecten. De Engelse en de Nederlandse opleidingen lijken op het eerste gezicht gelijkwaardig maar in de praktijk bestaan er toch aanzienlijke verschillen, stelt M. van Opijnen, sinds 1990 werkzaam voor een architectenbureau in St. Neots bij Cambridge. De Britse opleiding loopt wat de toepassing van moderne bouwstijlen betreft duidelijk achter bij die in Nederland, meent hij. “Dat is ook de reden dat ze in Nederland adverteerden. Daarmee waren ze verzekerd van capabele mensen.”

Over het algemeen hanteren Groot-Brittannie en Nederland dezelfde - Europese - bouwkundige voorschriften, maar vooral op het gebied van materiaalkeuze houden de Britten zich aan hun eigen tradities. In Groot-Brittannie liggen volgens Van Opijnen de kwaliteitseisen “beduidend lager”. Zo is het in Nederland verplicht iedere wooneenheid in een flatgebouw te voorzien van een balkon. In Groot-Brittannie is dat niet zo. Van Opijnen: “Dat gaat mij dus te ver. Ik zou weigeren een flatgebouw zonder balkons te tekenen.” Ook ligt de isolatiewaarde van vloeren in Groot-Brittannie lager dan in Nederland. Britse vloeren worden alleen van beton of hout gemaakt. In Nederland wordt daarbij veelal polystereen-schuim als isolatiemateriaal gebruikt. “Dat plastic is makkelijker hanteerbaar en bovendien zijn die Engelse vloeren veel kouder”, zegt Van Opijnen. “We hebben geprobeerd ze van de voordelen van ps-schuim te overtuigen, maar ze willen er niet aan.” Ook op het gebied van berging bestaan er verschillen. In Nederland begint een schuin dak een meter boven de bovenste verdieping, in Engeland op de eerste verdieping. “Daardoor krijg je geen zolders maar vlieringen”, zegt Van Opijnen. Over het algemeen zijn er veel minder regels in Groot-Brittannie dan in Nederland. Dat betekent een grotere vrijheid voor de architect, maar als nadeel signaleert Van Opijnen dat de klanten meer eisen stellen. Zijn collega P. van Meerwijk, voornamelijk in Londen werkzaam, stelt dat zijn klanten “proberen zo veel mogelijk uit een locatie te halen, zodat de dichtheid heel groot wordt”. Dat leidt ertoe dat de berging er - bij het ontbreken van minimumeisen - vaak bij inschiet. “Dan tekenen we gewoon maar een paar grote klerenkasten in de woonkamer”, aldus Van Meerwijk. Al jaren geleden gingen Britse architecten ertoe over het metrische systeem te hanteren, maar voor het publiek worden vierkante meters nog omgerekend in square feet en gewichten in stones en pounds. In Nederland worden pre-fab produkten zoals dakmaterialen berekend met behulp van het modulaire systeem, dat is gebaseerd op een eenheidsmaat van 300 millimeter. Op deze wijze worden ook de rooilijnen uitgezet. Van Opijnen: “Pogingen om ze hier op het modulaire systeem te krijgen zijn op niets uitgelopen. De klant blijft dus in feet denken. Dat zie je terug in het ontwerp en het is bovendien geldverslindend.” Van Opijnen typeert de Britse architectuur als ouderwets. Dat geldt volgens hem zowel voor de manier van bouwen als voor de stijl en de organisatie op de 'werkplek'. Europese richtlijnen doen daar weinig aan af. Zijn collega Van Meerwijk spreekt over “weggestuucte gevels waar ze van die donkerbruine planken tegenaan plakken”. Hij refereert aan het plein voor St. Paul's Cathedral in Londen waar men van plan is de bestaande nieuwbouw in de omgeving geheel af te breken. “Daarvoor in de plaats willen ze nu huizen bouwen die eruit zien alsof ze vierhonderd jaar oud zijn. Zo iets heb je gelukkig niet in Nederland.”

Bij de keuze van een vestigingsplaats speelden voor de Omron-directie drie factoren een belangrijke rol: de kennis van het Engels bij de werknemers, het technologische peil en de hoogte van de arbeidskosten. Wat betreft de technologie scoorde Duitsland het hoogst; Spanje had de laagste arbeidskosten. “Geen van de EG-landen bleek geheel aan onze eisen te voldoen”, stelt Tabata. “Uiteindelijk kozen we voor Nederland. We hadden tenslotte hier ons hoofdkwartier.