De advocaat

Eind 1986 vestigde de Nederlandse jurist mr. J. van der Heijden zich in Milaan. Schriftelijk verzocht hij de orde van advocaten hem op de hoogte te houden van de in de Milanese advocatuur georganiseerde sociale activiteiten en hem op te nemen in de lijst van in Italie gevestigde buitenlandse advocaten. Anderhalf jaar later kreeg hij antwoord: de orde wenste niet op zijn verzoek in te gaan en zijn aanwezigheid zou bovendien in strijd zijn met de Europese richtlijnen.

“Zeker”, bevestigt Van der Heijden, de enige Nederlandse advocaat met een praktijk in Italie, “er bestaat een wederzijdse erkenning van professionele titels. Maar die heeft tot dusver alleen geleid tot de formele mogelijkheid om in andere EG-staten op incidentele wijze diensten te verlenen terwijl het recht op vestiging nog niet is uitgewerkt.” Om 'avvocato' voor zijn naam te kunnen zetten, zou hij eerst een Italiaans examen moeten afleggen. In Milaan slaagt slechts tien procent van de kandidaten, in Zuid-Italie ligt dat percentage op vijftig a zestig. “De juiste mensen kennen is hier wel belangrijk.” Zo maakt Van der Heijden dit opmerkelijke verschil duidelijk. Hij besloot zich van zijn Nederlandse titel te blijven bedienen. Dat houdt wel in wel dat hij niet voor een Italiaanse rechtbank mag verschijnen en daarvoor Italiaanse collega's moet inschakelen. Van der Heijden is gespecialiseerd in het internationale handels- en ondernemingsrecht, in het bijzonder met betrekking tot de Nederlands-Italiaanse rechtsbetrekkingen. Die worden voor een belangrijk deel beheerst door internationale verdragen en door Europese richtlijnen. Op het gebied van agentuurovereenkomsten bestaan er nog aanzienlijke verschillen. Wanneer bij voorbeeld een Nederlandse bloembollenexporteur het contract met een Italiaanse agent verbreekt, kan laatstgenoemde aanspraak maken op een zogenaamde goodwill-vergoeding. Volgens Nederlands recht heeft die agent recht op maximaal de gemiddelde jaarprovisie van de afgelopen vijf jaar, maar krachtens Italiaans recht slechts op drie procent van de provisie die de agent gedurende de contractperiode heeft ontvangen. Als beide partijen het daar niet over eens zijn, moet de rechter bepalen welk recht van toepassing is. In Italie is dat het recht van het land waar de overeenkomst is gesloten, in Nederland van het land waar de meest karakteristieke vorm van de prestatie is geleverd. Het staat beide partijen vrij te bepalen of ze hun geschillen voor een Nederlandse dan wel voor een Italiaanse rechter willen uitvechten. Ook op het gebied van koopovereenkomsten bestaan verschillen. Italie hanteert het in 1980 in Wenen gesloten VN-verdrag, Nederland houdt het vooralsnog bij de 'Haagse koopwetten' uit 1964. Italie kent geen procedure voor het kort geding en de mogelijkheden tot beslagneming zijn er beperkt. Van der Heijden stuit regelmatig op bureaucratische procedures die de belangenbehartiging van zijn Nederlandse clienten bemoeilijken. Een procureur die in Nederland stelt namens een client op te treden, wordt door de rechtbank op zijn woord geloofd. In Italie is dat anders. Van der Heijden: “Een Nederlandse client moet eerst naar een notaris om daar een schriftelijke proces-volmacht te laten legaliseren. Maar een verklaring van een Nederlandse notaris zegt een Italiaanse rechter niets, zodat de notaris ook zijn eigen handtekening moet laten legaliseren door de Italiaanse ambassade of de rechtbank.” Van een rapport van TNO of van de Duitse tegenhanger TVE raakt een Italiaanse rechtbank evenmin onder de indruk. Van der Heijden: “Dat zijn toch algemeen erkende, betrouwbare rapportages. Maar nee, de Italiaanse rechter benoemt gewoon een of andere professor, meestal een oud-studiegenoot, die de zaak dan mag onderzoeken.” Van der Heijden slaagt er steeds beter in dit soort situaties van te voren in te schatten. “Ik zeg dan tegen mijn client: laten we maar in Nederland gaan procederen.”

Bovendien ligt Den Bosch niet al te ver van onze belangrijkste afnemer Duitsland.” Bleef het probleem van de door Tabata als 'hoog' bestempelde arbeidskosten. “Daarover hebben we lang gediscussieerd”, zegt hij. Uiteindelijk gaf het hoge opleidingsniveau van Nederlanders de doorslag.