Complex geschuif bij Bobel, Melia en Chamotte

AMSTERDAM, 29 JUNI. Bobel, Chamotte Unie en Melia International blijven de komende maanden jongleren op het dunne koord dat voor hen is gespannen sinds de Amsterdamse beurs twee weken geleden besloot de fondsen bij gebrek aan afdoende informatie aan de aandeelhouders te schorsen uit de officiele notering. Dat werd gisteren duidelijk op de buitengewone aandeelhoudersvergaderingen die de drie getroffen beursfondsen gisteren afzonderlijk in Amsterdam hielden. De drie fondsen maken deel uit van het zakelijke netwerk waarin de omstreden Italiaanse zakenlieden Giancarlo Parretti en Florio Fiorini aktief zijn.

Geen van de drie slaagde er in de felle kritiek bij de kleinere aandeelhouders onder aanvoering van de Vereniging van effectenbezitters (VEB) naar tevredenheid te pareren. Hoewel het ontbrak aan goedgekeurde jaarrekeningen en ook het inmiddels aardig beroemde Italiaanse zakenduo niet aanwezig was voor een nadere toelichting, werd een zaak de aanwezige aandeelhouders duidelijk: het ondoorzichtig heen en weer schuiven van aandelen, onroerend goed en andere belangen blijft kenmerkend voor de dynamische houdstermaatschappijen. “Het zijn nu eenmaal complexe transacties die je niet even op een achterkamertje regelt”, zo hield P. Meerloo (directeur bij zowel Bobel als Chamotte Unie) de mokkende schare aandeelhouders bij herhaling voor. De meest “complexe” transactie van de dag was zonder twijfel de omvorming van Chamotte Unie (verlies vorig jaar 59 miljoen gulden): de houdstermaatschappij van Italiaanse verzekeringsmaatschappijen wordt beleggingsfonds voor onroerend goed. Bij de spectaculaire operatie, waarbij het kapitaal tot ver boven de twee miljard gulden moet worden opgepompt, is het volgens het bestuur de bedoeling dat naast de Zwitserse onderneming Sasea drie Italiaanse aandeelhouders deelnemen (de families Cabassi en Ceci en de Uno Groep). Hoogtepunt in de toelichting op de plannen bestond op de vergadering vooralsnog uit een uitgebreide diavoorstelling met plaatjes van Milanese sportpaleizen en diverse kantoorgebouwen die tot Chamotte moeten gaan behoren. Met de vragen van verontruste aandeelhouders, die de lichtbeelden ten spijt liever niet langer meededen in de nieuwe plannen, bleek commissaris-voorzitter ir. J. Kraaijeveld van Hemert minder goed raad. Nietemin bleef Kraaijeveld bij Chamotte en Bobel als commissaris-voorzitter standvastig op zijn post. Binnen drie maanden, daar had de bestuurder het volste vertrouwen in, zal de zaak met jaarrekening (niet goedgekeurd) en een toelichtende emissieprospectus van Chamotte wel geklaard zijn en kan ook de notering van het fonds hervat worden. En tot die tijd is het dag en nacht werken geblazen, aldus Kraaijeveld van Hemert die zich voorts bij herhaling gerriteerd toonde over hetzes in de pers en “insinuaties” van de zijde van de VEB. Meer kwamen aandeelhouders te weten bij Bobel, waarvan de aandelen tussen de 70 en 80 procent in handen zijn van het Zwitserse Sasea. Eind vorig jaar was 175 miljoen gulden, oftwel 98 procent van het vermogen, uitgeleend aan Sasea. Over de hierop ontvangen rente moest Bobel belasting betalen. Dat laatste bleek na balansdatum handig opgelost te zijn door de lening aan Sasea terug te brengen tot 40 miljoen gulden. Het resterende bedrag is inmiddels overgeheveld naar Chamotte, als voorinschrijving op de voorgenomen kapitaalverhoging die deze onderneming van plan is. Bobel zou daarvoor naar schatting van het bestuur tussen de 3 en 5 procent van het vergrote kapitaal van Chamotte krijgen. Overigens met de bedoeling die aandelen meteen, liefst al bij de emissie, door te verkopen. Gaat de kapitaalsverhoging niet door dan verandert de 135 miljoen gulden via een putoptie weer in een vordering van Bobel op Sasea, de oude situatie. Dat een goedgekeurd jaarverslag ontbreekt - mede oorzaak van alle noteringsproblemen - komt omdat accountant KPMG (die vrijwel alle zaken van Parretti en Fiorini onder handen hebben) niet weet hoe de vordering van Bobel op Sasea gewaardeerd moet worden. Volgens van Hemert wacht de accountant op het verschijnen van de jaarcijfers van Sasea, wiens boekjaar eind deze maand sluit. Vorig jaar hoefde de accountant - terwijl er eveneens grote leningen uitstonden - niet op het verschijnen van de Sasea cijfers te wachten. “We waren eind mei dan ook erg verrast door de weigering van de accountant,” aldus Van Hemert. De president-commissaris bezwoor de aandeelhouders dat hij het volste vertrouwen in Sasea had. Hij gaf toe dat het werken met een grootaandeelhouder niet optimaal was, en zei ernaar te streven die situatie te veranderen. Wat dat betreft ligt Bobel volgens hem goed op koers. Alleen het tempo van de verbetering ligt te laag. Dat was volgens Van Hemert mede te wijten aan de schorsing door het beursbestuur en aan de weigering van de accountant het jaarverslag te tekenen. Ook het geschorste beursfonds Melia International, houdstermaatschappij van de Amerikaanse filmbelangen van Parretti en Fiorini, kreeg gisteren stevige kritiek te verduren. De VEB wist daarbij het belangrijkste punt van de vergadering, de benoeming van twee nieuwe commissarissen, tot een later tijdstip uitgesteld te krijgen. Melia had, zo redeneerde de VEB, niet voldaan aan de wettelijke verplichting de aandeelhouders vooraf te informeren over de commissarissen en hun mogelijke belangen in het Melia-concern en de voordracht bovendien niet met redenen omkleed. Een omissie die des te opmerkelijker was gezien de personen van de voorgestelde commissarissen: G. Audrain, de huidige directeur van het bioscopenbedrijf Cannon Group Nederland (dat indirekt deel uitmaakt van de belangen van Melia), en de niet aanwezige Mauro Parretti, de 22-jarige zoon van bestuursvoorzitter Giancarlo Parretti. De benoeming komt nu de volgende vergadering aan de orde. Onbesproken bleef dat Mauro Parretti, ondanks het feit dat hij nog benoemd moet worden, als commissaris van Melia reeds vorige maand zijn handtekening heeft gezet onder een mandaat aan de investeringsbank Clinvest van Credit Lyonnais om de uitverkoop van de bioscoopbelangen ter hand te nemen. Het belang van Melia in de Spaanse onroerend goed groep Renta Inmobiliaria is inmiddels voor het grootste deel en “met een flinke winst” verkocht, aldus directielid P. von Wussow. Vooralsnog blijven de belangen geparkeerd bij twee houdstermaatschappijtjes, worden doorverkocht aan de Sasea-dochter Scotti en zullen uiteindelijk in Chamotte terechtkomen aldus de Sasea-bestuurder, die overigens geen nadere verklaring gaf over de bewerkelijkheid van deze transactie. Er bleken bij Melia in de oorspronkelijke verhouding van grootaandeelhouders Comfinance (Parretti) en Sasea (Fiorini) enige wijziging aangebracht te zijn. Oorspronkelijke lagen de belangen op respectievelijk circa 52 procent en 42 procent, maar inmiddels hadden de aandeelhouders gezamenlijk zo'n 20 procent van de hand gedaan, zo werd vanachter de bestuurstafel duidelijk gemaakt. Volgens Reinders was Melia nog bezig met plegen van enige “research” waar deze aandelen terecht waren gekomen. Maar dat de nieuwe aandeelhouder(s) niet gerelateerd waren aan Sasea of Comfinance kon Reinders wel vast verklappen.