Canada blijft nog steeds met twee tongen praten

In 1838 spoedde Lord Durham zich in opdracht van de regering in Londen naar Canada om te kijken hoe die roerige kolonie tot rust kon worden gebracht. Enige tijd later moest de Britse aristocraat met verbazing constateren dat hier “twee naties oorlog met elkaar voeren in de schoot van een enkele staat”. Ruim 150 jaar later staan de Franstaligen en de Engelstaligen nog altijd als kemphanen tegenover elkaar, al maken ze nog steeds deel uit van dezelfde staat.

Dat beide groepen nog lang onder een kap blijven wonen, lijkt evenwel hoe langer hoe twijfelachtiger. Vorige week keurde het provinciale parlement van Quebec een voorstel goed om uiterlijk volgend jaar oktober een referendum te houden over de vraag of de overwegend Franse provincie onafhankelijk moet worden. Slechts wanneer de Canadese regering in Ottawa bereid is om een groot deel van haar bevoegdheden aan Quebec over te dragen, zal van zo'n volksraadpleging worden afgezien. Volgens recente opiniepeilingen is een meerderheid voor afscheiding van Quebec. Door het besluit van de Quebecse parlementariers wordt de toestand van de federale regering van de conservatieve premier Brian Mulroney nog penibeler dan ze al was. Sinds enige Engelstalige provincies vorige zomer op het laatste nippertje een constitutioneel akkoord met Quebec schipbreuk lieten leiden, was de regering-Mulroney toch al zeer aangeslagen. Vooral de premier had zich bijzonder ingezet voor dit zogeheten Meech Lake-akkoord, zodat zijn geloofwaardigheid een forse deuk opliep door het mislukken daarvan. De afgelopen maanden heeft Mulroney zich vooral beperkt tot gepruil en plechtige waarschuwingen voor de kwalijke gevolgen van het uiteenvallen van de Canadese federatie. “Ik stak al mijn energie en vermogens in wat een nobele poging tot verzoening was. Zoals velen onder u, voelde ik mij diep teleurgesteld toen het mislukte. Ik draag er nog steeds de lidtekens van, en ik weet dat veel Quebecers zich nog steeds zeer gekwetst voelen”, aldus Mulroney in een rede begin dit jaar. Niemand besteedt echter nog veel aandacht aan dit soort weeklachten van de premier, in wie zeventig procent van de bevolking geen vertrouwen meer zegt te hebben. Tot overmaat van ramp voor Mulroney bevindt de Canadese economie zich op het ogenblik in recessie, waardoor zijn populariteit ook is gekelderd. Alvorens nieuwe stappen te ondernemen om tot een nieuwe modus vivendi tussen Frans- en Engelstaligen te komen, wacht de regering in Ottawa eerst de bevindingen af van het zogeheten 'Burgerforum', dat de afgelopen maanden de mening heeft gepeild van de Canadese bevolking over de toekomst van het land. Medewerkers van het Forum reisden tot in de verste uithoeken van het onmetelijke Canada en spraken in totaal met niet minder dan 400.000 mensen. Op 1 juli presenteert het Forum zijn eindrapport, maar voor een deel is al bekend wat er in zal staan. Veel van de ondervraagden hebben hun buik vol van de sinds de late jaren zestig gevolgde politiek van tweetaligheid. Deze houdt in dat de federale overheid overal in Canada, ongeacht het aantal Franstaligen en Engelstaligen, altijd in twee talen werkt. Burgers in bij voorbeeld de westelijke staat British Columbia, waar slechts een miniscule minderheid Frans als moedertaal heeft, zijn het langzamerhand beu om bij telefoontjes behalve met 'Good morning' ook steevast met 'Bonjour' te worden begroet. Ook de verplichting van onderwijs in het Frans naast het Engels staat velen in de provincies buiten Quebec tegen. Volgens een oude afspraak moeten alle hoge ambtenaren uiterlijk 1998 zowel vloeiend Engels als Frans spreken. Zo sterk is het ongenoegen bij velen in met name het Engelstalige Westen van Canada dat ze de oude politieke partijen de rug toekeren en hun toevlucht zoeken bij de Hervormingspartij van Preston Manning, die campagne voert voor de afschaffing van de politiek van tweetaligheid. Volgens sommige opiniepeilingen kan deze nieuwkomer inmiddels op meer steun rekenen dan de Progressief Conservatieve partij van Mulroney zelf. In Quebec voltrekt zich intussen eveneens een radicalisering. De al jaren separatistische Parti Quebequois wakkert het vuurtje van de taalstrijd naar hartelust aan. Ze kan bovendien rekenen op steun van een nieuwe groep, het Bloc Quebecois, dat eveneens de Franse lelie hoog in het vaandel voert. De regerende Quebecse Liberalen onder leiding van Robert Bourrassa voelen zich danig in het nauw gedrongen. Een afscheiding van Quebec wensen ze niet, maar willen ze zich niet isoleren in de provincie, dan moeten ze toch tenminste aandringen op forse concessies van Ottawa. Ondanks het ongunstige tij voor haar, is de regering in Ottawa niet van plan om zonder slag of stoot te berusten in het uiteenvallen van de federatie. Ze zal echter alle zeilen bij moeten zetten om dit te voorkomen. Een van de middelen waarmee de druk wat van de ketel kan worden genomen, is de afzwakking van de tweetaligheid. Als Engels- en Franstaligen minder van bovenaf worden gedwongen om elkaars taal te leren, zullen ze wellicht verdraagzamer tegenover elkaar worden. In een verdere ontmanteling van het federale bestuur in Ottawa zien weinigen heil, ook premier Mulroney niet. Wanneer de Canadese federatie zoveel bevoegdheden zou verliezen, dat ze een lege huls wordt, kan Canada net zo goed meteen worden afgeschaft. In feite valt er economisch steeds meer voor schaalvergroting te zeggen en niet voor een kostbare versnippering, waarbij elke provincie alles zelfstandig doet. Dat het echter tot een toenemende centralisatie zou kunnen komen, is op het ogenblik volstrekt ondenkbaar. Nationale sentimenten wegen in Canada zwaarder dan economische rationaliteit.