WEU: crisis beheersen in CVSE-verband

VIANDEN, 28 JUNI. De Westeuropese Unie (WEU) vindt dat de EG moet proberen de Joegoslavische crisis te bedwingen via het zogeheten 'crisismechanisme' van de CVSE, de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

De WEU, de Europese defensie-organisatie waarvan negen landen van de Europese Gemeenschap deel uitmaken, steunt zo een Oostenrijks voorstel daartoe. Volgens deze procedure kunnen de 35 leden van de CVSE binnen 72 uur bijeenkomen wanneer een crisis daartoe aanleiding geeft. Oostenrijk grenst in het zuiden aan de Joegoslavische deelrepubliek Slovenie, die deze week de onafhankelijkheid uitriep en sindsdien het toneel is van steeds ernstiger botsingen tussen Slovenen en federale troepen. De federale regering van Joegoslavie moet Oostenrijk binnen 48 uur een toelichting geven op het geweld. Tot de instelling van het 'crisismechanisme' werd vorige week besloten op de vergadering van de CVSE in Berlijn. Het mechanisme treedt in werking als een land zich door gebeurtenissen van buitenaf bedreigd voelt in zijn veiligheid en als het daarvoor de steun krijgt van twaalf andere 'relevante' landen. Met het voorstel wordt de WEU voor het eerst ingeschakeld als veiligheidscomponent van de Europese Gemeenschap. De ministers van buitenlandse zaken en defensie van de negen WEU-lidstaten lieten immers het initiatief aan de Europese Raad die vandaag en morgen in Luxemburg bijeen is. De ministers van de WEU-landen - Frankrijk, Groot-Brittannie, Italie, Duitsland, de Benelux-landen, Spanje en Portugal - zijn gisteren wat betreft de toekomstige rol van de WEU in de Europese veiligheidspolitiek overeengekomen dat de WEU “in deze fase van het Europese integratieproces” moet worden ontwikkeld als defensiecomponent van de Europese Gemeenschap. Die formulering betekent een compromis tussen de Nederlandse en Franse visies, die diametraal tegenover elkaar. Nederland meent dat de WEU als zelfstandige Europse defensie-organisatie alleen een brugfunctie mag bekleden tussen de EG enerzijds en de NAVO anderzijds. De Fransen menen dat de WEU moet worden gentegreerd in de Europese Gemeenschap en ondergeschikt moet worden aan de Europese Raad, de halfjaarlijkse bijeenkomst van het Franse staatshoofd en de regeringsleiders van de overige elf lidstaten van de EG. Ook in het communique van gisteren komt die tegenstelling tot uiting; in de passage dat “de ontwikkeling van een werkelijke Europese veiligheids- en defensie-identiteit zal worden weerspiegeld in de versterking van de Europese pijler binnen het Atlantisch bondgenootschap”. Daarvoor zijn, zo zegt het communique, “in elk stadium passende politieke regelingen nodig teneinde doorzichtigheid en complementariteit te waarborgen”. Bovendien, zo wordt opgemerkt, zijn daartoe “de passende procedures voor samenwerking met de andere bondgenoten” nodig. Dat heeft betrekking op de lidstaten van de NAVO die geen lid zijn van de WEU: Noorwegen, Turkije en Denemarken. De WEU-ministersvergadering van gisteren werd op voorstel van Frankrijk niet op de oorspronkelijk geplande datum en plaats (25 juni in Parijs) gehouden, maar gisteren in het Luxemburgse Vianden. Dit met het oog op de bijeenkomst van de Europese Raad, waar de ministers van buitenlandse zaken van de EG-landen ook aanwezig zijn. Die als courtoisie gepresenteerde verschuiving moet echter eerder gezien worden in het licht van de Franse wens om de WEU onder direct gezag te brengen van de Europese Raad. Uiterlijk was dat gisteren inderdaad ook al het geval: de delegatieleden droegen badges waarop de WEU in kleiner lettertype vermeld stond onder de kop 'Presidence des Communautes Europeennes'. Voor het overige leek die badge ook als twee druppels water op de badge die de - voor driekwart dezelfde - delegatieleden vandaag en morgen dragen tijdens de Europese top.