Uitspraken Andriessen 'onzin en borrelpraat'

DEN HAAG, 28 JUNI. Aan het eind van het parlementaire jaar is de sfeer in de Tweede Kamer doorgaans jolig. Gisteren werd de stemming gedrukt door een spoeddebatje dat was aangevraagd door het Kamerlid Louise Groenman (D66). Minister Andriessen (economische zaken) moest verantwoording afleggen voor uitspraken die hij heeft gedaan in het blad Managemt Team.

“Neem de asielzoekers. Prima dat zij hier zijn, maar je kunt toch niet echt van hen verlangen dat ze allemaal doorstomen naar het hoger onderwijs. Ze zijn in feite alleen maar tot de meest eenvoudige dingen in staat. Moet je ze dan met het minimumloon belonen?”, zei Andriessen in het zakenblad. Met deze uitspraken draagt de minister van economische zaken bij aan “een onjuiste beeldvorming” en speelt hij in op vooroordelen. “Zijn of waren asielzoekers als Spinoza, Einstein, Breitenbach, Amalrik, Solzjenitsyn, Garibaldi en Gabor (staatssecretaris van landbouw, natuurbeheer en visserij die na zijn vlucht in 1956 uit Hongarije in Nederland asiel kreeg) alleen maar tot de meeste eenvoudige dingen in staat”, vroeg Groenman zich af. Het oordeel van de Kamer over de uitspraken van Andriessen was duidelijk: “verontrustend en suggestief” (D66) “onzin en borrelpraat” (Groen Links) “denigrerend ten aanzien van assielzoekers” (PvdA) “een nuancering ontbreekt” (CDA) en “een slippertje van de minister” (VVD). En onder zware druk van de Tweede Kamer - uitgezonderd de Centrum-Democraten - moest Andriessen zijn uitlatingen terug nemen. Na enig aandringen; in eerste instantie zei Andriessen dat hij de man niet herkende die aan het woord was. “Ik dacht: blijkbaar is dat de minister van economische zaken, maar ik herken hem zo slecht”. De Tweede Kamer nam hiermee geen genoegen. Groenman dreigde met een motie waarin de uitspraken van de minister als “verwerpelijk” werden getypeerd. Andriessen liet het niet op een stemming aankomen. Mocht er in de woorden een discriminerende toon zitten “dan is dat natuurlijk helemaal verkeerd en tegengesteld aan mijn bedoeling”, aldus Andriessen. De minister van economische zaken bezwoer de Kamer dat hij niet meer dan zijn zorg had willen uitdragen over de werkloosheid onder allochtonen en de relatie met de hoogte van het minimumloon.