Twee lijken in een straat vol met broden

LJUBLJANA, 28 JUNI. Twee van de eerste honderd slachtoffers die de eerste twee dagen onafhankelijkheid in Slovenie en Kroatie tot nu toe hebben gekost, liggen midden in de Sloveense hoofdstad Ljubljana, niet ver van het presidentieel paleis langs de spoorlijn. Het zijn de piloten van een helikopter van het Joegoslavische federale leger die, weten alle omwonenden te vertellen, door Sloveense soldaten uit de lucht zijn geschoten, omdat ze schoten zouden hebben gelost op de Illyria-fabriek, waar schoensmeer wordt geproduceerd.

(Eprt)De overblijfselen van de in de lucht ontplofte machine doen inmiddels nauwelijks een gevechtsmissie vermoeden. De hele straat ligt, behalve met verwrongen staal, vol met in alle richtingen weggeworpen broden, genoeg om een hele compagnie te voeden. De Sloveense minister van informatie, die het laken boven een van de met stoel en al in de lucht geslingerde piloten wegtrekt om naar het half verbrande lijk te kijken, zegt nog niet over exacte informatie te beschikken. Evenmin kan hij vertellen waarom in een deel van het centrum van Ljubljana, naast het presidentieel paleis, zwaarbewapende politieagenten en Sloveense soldaten voortdurend zenwuachtig bezig zijn met rondhollen en dekkingzoeken. De barricades van gemeentebussen en vrachtwagens, voor het eerst in Ljubljana's buitenwijken verschenen toen donderdagochtend enkele tankkonvooien de stad passeerden om het vliegveld te bezetten, strekken zich nu ook uit tot het eigenlijke centrum van de stad. De Sloveense hoofdstad raakt inmiddels steeds meer van de buitenwereld afgesneden. Het vliegveld was al dicht, het verlaten van de stad vergt heel wat kennis van achterafweggetjes omdat de barricaden, die tijdens het spitsuur gedeeltelijk worden opengesteld, steeds talrijker worden. Toch slaagt nog af en toe iemand erin naar de Kroatische hoofdstad Zagreb in het zuiden te rijden. Van de grensovergangen naar Oostenrijk is er deze donderdag nog tenminste een open, de Wurzenpas in het uiterste noordwesten. De rit van deze nog steeds door Sloveense politie gecontroleerde grenspost naar Ljubljana voert ook wel langs allerlei onwaarschijnlijke boerenwegen, maar bij iedere kruising staan vriendelijke Sloveense politiemannen om de reiziger op het juiste pad te houden. Bij Jesenice bestaat de barricade, bedoeld om de tanks van het federale leger te hinderen bij hun opmars en het veroveren van de grenspost, uit stalen pallets en dikke platen ongewalst staal. De plaatselijke organisatoren hebben gedacht aan een smalle doorlaat, om voor personenauto's de doorgang in twee richtingen mogelijk te maken.

Pag. 5

Toeristen vast bij Oostenrijkse grens

Maar dat is weinig troost voor drie bussen met Duitse toeristen, afkomstig uit Griekenland. Om zes uur gisteravond zijn ze uit Griekenland vertrokken, maar sinds zes uur vanochtend zijn ze al meer dan tien uur bezig met het traject Zagreb-Oostenrijkse grens, waarvoor normaal niet meer dan drie uur staat, legt een chauffeur uit. “We worden van grenspost naar grenspost doorverwezen”, zegt een van de chauffeurs getergd. Bij het wachten in Jezersko, een van de grensposten waar Sloveense en federale soldaten zijn slaags geraakt, hebben ze het schieten gehoord. En nu dan deze stalen versperring. “Die hier willen de vrijheid, maar waarom ontnemen ze ons dan de vrijheid Joegoslavie te verlaten”, klaagt een getergde toerist uit Bochum. De taktiek achter de barricade - de Sloveense onafhankelijkheid aan deze grenspost te behoeden voor het door de regering in Ljubljana als “buitenlands” beoordeelde Joegoslavische leger - is aan de Duitsers minder besteed. De verzekering van enkele bewoners, dat de politieleiding van Jelenice al heeft toegezegd dat spoedig een heftruck komt en soelaas zal bieden, wantrouwen ze. Een enkeling in de bus lijkt de onzekerheid inmiddels al te machtig geworden. Er is een zieke mevrouw, die zegt dringend geopereerd te moeten worden. Maar tegen staal helpt deze verzekering weinig. Welgemoed zijn daarentegen vier Nederlanders, die het onrustige Slovenie deze middag juist binnenrijden. Van een schildering van wat hen te wachten staat, willen ze niet weten. Ze zijn in dienst van de Heer op weg naar de Albanese hoofdstad Tirana, als gospelgroep. Aan de weg naar de grensovergang Ljubelj staat een Duits echtpaar te lunchen, de eetwaar ligt op de achterklep. Ze staan vlakbij de ingang van een tunnel die met een autobus en vrachtwagens door de Slovenen potdicht is afgesloten. Ze kwamen uit Sibenik in Kroatie, waar een kennis van mevrouw woont. Het was een leuke vakantie, maar hij raakt nu wat in het slop. De benzine is bijna op, en de meeste tankstations zijn gesloten. Bij de enkele geopende pomp staan lange rijen auto's, omdat de bevolking met het hamsteren van benzine is begonnen. De militaire situatie op deze plek is ingewikkelder dan elders. Op een heuvel langs de weg staat een eenheid van het Joegoslavische leger, die onder geen beding genterviewd of gefotografeerd wil worden. Hoog in de bergen, weten ooggetuigen, hebben naast de grensovergang Sloveense soldaten een heel hotel in gebruik genomen. De wachtende Duitse toeristen hebben deze morgen gezien hoe federale troepen de bergen in marcheerden, kennelijk op weg naar een verovering. Schoten hebben zij evenwel nog niet gehoord. Terug in Ljubljana zijn de straten van de Sloveense hoofdstad bijna verlaten. De meeste cafes en hamburgertenten houden hun deuren gesloten. Het stormt en onweert, maar ook zonder dat zouden de meeste Slovenen vermoedelijk thuis zijn gebleven om per radio en televisie de onheilstijdingen over militaire colonnes, schietpartijen, neergeschoten helikopters en stijgende dodenaantallen te horen. Het contrast met woensdagavond, toen in deze straten vrolijk feest werd gevierd ter gelegenheid van de onafhankelijkheid, had niet groter kunnen zijn. “Dit had ik niet verwacht”, zegt een passant die zich tussen de barricades door naar huis rept. “Hoe we ons voelen? Wat een vraag. We zijn bang natuurlijk.”