Sobere intensiteit in boertige Les Noces

Gezelschap: Het Nationaal Ballet met een hommage-programma voor Rudi van Dantzig bestaande uit een reprise van Violin Concerto (Balanchine- Strawinsky) en de nieuwe werken Pyrrhische Dansen IV (choreografie Toer van Schayk- muziek Beat Furrer en Bruno Liberda); Artifact deel II (William Forsythe- Johann Sebastian Bach); Les Noces (Bronislava Nijinska- Igor Strawinsky). Decor en kostuums: Natalia Goncharova. Licht: Jan Hofstra. Begeleiding: Het Nederlands Balletorkest en slagwerkgroep Den Haag o.l.v. Jac van Steen m.m.v. Het Nederlands Theaterkoor. Gezien: 27-6, Muziektheater Amsterdam. Daar nog te zien op 28 en 30-6 en 1 t-m 3-7.

Als eerbetoon aan scheidend artistiek leider Rudi van Dantzig, brengt Het Nationaal Ballet een gedeeltelijk in het Holland Festival vallend programma met werken van vier choreografen die door Van Dantzig om uiteenlopende redenen bewonderd worden. Van Toer van Schayk, jaren lang collega, vriend en decorontwerper van de meeste van Van Dantzigs creaties, was er een wereldpremiere: Pyrrhische Dansen IV. In een mystiek, mooi toneelbeeld voeren vijf paren korte in elkaar overlopende duetten uit, soms aangevuld met een groep van drie mannen en drie vrouwen. De choreografie heeft de complexheid en het sculpturele in beweging dat Van Schayks werk kenmerkt. Maar wat hij met dit nieuwe werk heeft willen zeggen blijft een raadsel. Er is een man in een grote doorzichtige kolom gevuld met water. Regelmatig stijgt hij even naar boven om adem te halen en later wordt hij op een platform uit de zuil gehesen en staat hoog in de lucht. Het levert intrigerende beelden op, maar als totaal blijft het zo ontoegankelijk dat de aandacht danig verslapt. De publieke reactie leverde dan ook een lauw applaus en enig boe-geroep op. Belangwekkender was het tweede deel van William Forsythe's Artifact dat in 1987 in zijn geheel met groot succes in het Holland Festival werd opgevoerd. De ontredderende choreografie laat een bijzonder grillige en onvoorspelbare bewegingsstijl zien geent op de streng gecodeerde vormen van de klassieke ballettechniek. De virtuoze duetten van twee paren worden regelmatig onderbroken door een hard neervallend voordoek dat tevens de formatie van de dertig dansers tellende groep doet wisselen. Die groep werkt als een goed gedrild peloton, staat steeds in rechte rijen opgesteld en wordt aangevoerd door een meedogenloze grijze figuur (Rachel Beaujean). De ongewone belichting, de sobere kostumering - strakke onversierde tricots - en het kale toneel dragen veel bij aan de sfeer van geordende chaos en van een onontkoombare onbegrijpelijke logica die weinig menselijks heeft. Coleen Davis, Jeanette Vondersaar, Alan Land en Pierre Paradis waren uitstekende solisten en de groep liet een opmerkelijke precisie zien. Balanchine's toch ook op structuur en ruimtelijke lijnen gebaseerde Violin Concerto belicht een geheel andere visie door de speelsheid en de ritmische variatie in beweging en patronen. Ook hier werd goed danswerk geleverd met name door Anna Seidl, Nathalie Caris, Jan Linkens en Wim Broeckx. Het was interessant die twee werken zo rijk aan bewegingsinventie naast elkaar te zien. Het meest indrukwekkend echter vond ik Les Noces, in 1923 gemaakt door Bronislava Nijinska voor Serge Diaghilev's Les Ballets Russes. Het thema de rituelen rond een bruiloft op het Russische platteland wordt met uiterst simpele middelen vormgegeven. Van een lieflijk romantisch gebeuren is geen sprake. De bruid en bruidegom zijn eerder slachtoffers die zich buiten hun gevoelens om moeten onderwerpen aan oeroude tradities. Ze ondergaan de opgelegde rituelen als versteend evenals de wederzijdse ouderparen die zich strikt vormelijk en onbewogen opstellen. Slechts een moment breekt de emotie door als de dochter zich met een hopeloos gebaar naar haar moeder keert. Het moment dat de twee gehuwden het slaapvertrek moeten betreden krijgt een huiveringwekkende intensiteit. Het is duidelijk dat het hier niet gaat om de vervulling van een diep gekoesterde wens maar om een offer dat gebracht moet worden aan de gemeenschap. De hoofdpersonen dansen dan ook nauwelijks. Dat is voorbehouden aan de gemeenschap. Nijinska heeft er sterk ritmische bewegingen voor gecreeerd die een boertige zwaarte hebben. Diep gebogen benen, gekromde armen, veel sprongen met opgetrokken knieen. Er zijn verrassende groeperingen met een hoge suggestieve werking en de samenhang met Strawinsky's compositie is hecht. Les Noces moet maar lang op het repertoire van Het Nationaal Ballet blijven staan.