Simons: Britse toestanden? Pure nonsens

Met een grote meerderheid heeft de Tweede Kamer vannacht het wetsvoorstel aangenomen dat een essentiele stap zet op weg naar een nieuw stelsel van ziektekostenverzekeringen. VVD, SGP en Centrumdemocraten stemden tegen.

DEN HAAG, 28 JUNI. De staatssecretaris heeft even vijf minuten en twee aspirientjes nodig om tot zichzelf te komen. De dag was lang en hij moet nog tot laat in de avond wachten voordat de Tweede Kamer gaat stemmen over het belangrijkste wetsvoorstel op zijn terrein in deze regeerperiode: de basisverzekering tegen ziektekosten. Na het drinken van een glas water is Hans J. Simons klaar voor een gesprek.

"Nee, ik heb eigenlijk op geen enkel essentieel moment het gevoel gehad dat het CDA de zaak echt zou dwarsbomen. Ik ben ook door niemand onder druk gezet om compromissen te sluiten. Volgens mij leefde bij alle partijen het besef dat we goed uit de behandeling van dit wetsontwerp moesten komen, omdat we anders achterop zouden raken."

Simons is geen type voor politieke spelletjes waarbij het er om gaat wie voor de buitenwereld de winnaar is. "Zo zit ik niet gebakken. Ik vind ook niet dat de PvdA gewonnen heeft. De overeenstemming die CDA en PvdA de afgelopen weken hebben kunnen bereiken over de basisvorming in het onderwijs en nu dan de basisverzekering, is voor mij het bewijs dat dit kabinet in staat is op verantwoorde wijze hervormingen door te voeren. De politieke winst is dat het wetsvoorstel dat nu wordt aanvaard zeer herkenbaar is voor beide fracties."

Dat het tijd kostte voordat de coalitiepartijen elkaar konden vinden, is volgens de PvdA-staatssecretaris normaal. Woensdag hadden CDA en PvdA na drie weken parlementaire behandeling alsnog een halve dag uitstel nodig om een einde te maken aan de prestigestrijd over het eigen risico voor de verzekerde en de mate waarin de Tweede Kamer greep kan blijven houden op elke volgende stap in de ingrijpende stelselwijziging.

"Achteraf lijkt het alsof ook een kind het uiteindelijke compromis had kunnen bedenken, maar het duurt nu eenmaal even voordat woordvoerders van fracties hun eigen uitgangspunten wat kunnen relativeren. Men heeft vaak verkeerde denkbeelden over elkaar. Hier en daar worden die wat uitvergroot. Geleidelijk aan zijn die beelden in het debat verdampt. "

Solidariteit en eigen verantwoordelijkheid waren de "stokpaardjes" die Simons de afgelopen drie weken in de Kamer met elkaar heeft moeten verbinden. De PvdA was van begin af aan blij met de solidariteit tussen verzekerden in het plan-Simons. Het CDA klaagde daarentegen over een te geringe financiele prikkel voor de verzekerde om wat zuiniger aan te doen met de consumptie van medische zorg. Met het Kamerlid Lansink als vurig pleitbezorger wilde het CDA perse meer mogelijkheden voor de verzekerde om te kiezen of hij bijvoorbeeld voor de huisarts dan wel de fysiotherapeut een eigen risico wil.

"Dat ik in eerste instantie heb gekozen voor een algemeen eigen risico zonder keuzemogelijkheden had niets te maken met enige ideologische orientatie. Mij leek een algemeen eigen risico gewoon het meest effectief. Voor dure medische voorzieningen wil toch niemand een eigen risico. En voor bijvoorbeeld de huisarts vind ik het ongewenst. Want wie houdt de verzekerde dan tegen om direct naar de veel duurdere specialist over te stappen. Ik blijf dus zeggen dat de keuzemogelijkheden waar we nu toe hebben besloten, beperkt zullen blijven tot onder meer de fysiotherapeut of de logopedist."

Het ergert Simons dat de basisverzekering wordt vergeleken met de Britse National Health Service, die nou niet bepaald bekend staat om zijn kwaliteit. "Toen ik deze week las dat een hoogleraar dat beweerde dacht ik: ik moet die man de stukken eens opsturen. Het is werkelijk bare nonsense om de basisverzekering te vergelijken met het Britse systeem. Die hoogleraar bedrijft meer ideologie dan wetenschap.

Ik vind het onjuist dat ik ervan wordt beschuldigd te kiezen voor collectiviteit. Alsof in het nieuwe stelsel geen plaats is voor eigen verantwoordelijkheid. Dat is taalvervuiling. De basisverzekering is collectief, ja, omdat hij voor alle Nederlanders is. Maar de vrijheidsgraden in de basisverzekering zijn groot, voor de Nederlandse verhoudingen enorm groot. Iedereen kan het eigen risico aanpassen aan ziJn eigen omstandigheden. Daarmee leg je de verantwoordelijkheid bij de burger. Als we hadden gekozen voor een verplicht eigen risico zoals wel is geopperd tijdens de kabinetsdiscussie, dan hadden we de burger die vrije keuze ontnomen." Niet alleen de verzekerde krijgt meer vrijheden en verantwoordelijkheden. Dat geldt ook voor de verzekeraars en instellingen zoals ziekenhuizen. Samen moeten ze gaan onderhandelen over prijs en kwaliteit van hulpverlening.

Toen vijf jaar geleden de discussie over een nieuwe ziektekostenverzekering begon, was het beheersen van de stijgende kosten van de gezondheidszorg een van de belangrijkste drijfveren. Tijdens het Kamerdebat werd daarover met geen woord meer gerept. "Het gaat er niet om de kosten tegen elke prijs te beheersen. Dit systeem maakt de burger en de verzekeraar veel kostenbewuster, maar ik heb nooit gezegd: Ik geef de garantie dat de kosten op dat en dat bedrag gefixeerd zullen worden. De burger heeft ongeloofiijk veel over voor zijn gezondheid. Daarom is het per definitie zeer lastig om de kosten te beheersen."

De vraag of de eerstvolgende stap op weg naar de basisverzekering op 1 januari kan worden gezet, beantwoordt Simons niet met een voimondig ja. Vorjge week had de staatssecretaris het in de Kamer nog over een ,niet aanvaardbare vertraging" ais de huisarts en de geneesmiddelen niet met ingang van volgend jaar overgeheveld zouden worden naar de bestaande Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten die de komende jaren moet uitgroeien tot de basisverzekering. Nu heeft hij het over'precisie' en 'verdere uitwerking' van voorstellen die de Kamer in september nog moet bespreken, pas dan kan het zover zijn. Over de eindfase van het hele project, een basisverzekering voor iedereen in 1995, is hij laconiek: "Het steekt niet op een jaar.

Simons weet dat hij dit najaar nog met de Kamer en met name het CDA, in de slag moet. Het draait vooral om wat in vaktermen de functioneie omschrijving heet: wat hoort eigenlijk allemaal thuis onder het kopje huisartsenzorg. Op het oog lijkt het slechts een definitiekwestie, maar in werkelijkheid gaat om gevestigde belangen van talloze beroepsgroepen. De staatssecretaris verwacht daarom weerstand als hij zijn plannen verder gaat invullen. "De kruisvereniging bijvoorbeeld zal haar monopoliepositie op het terrein van de thuiszorg verliezen. Ook andere instellinger; mogen thuiszorg gaan aanbieden, mits ze natuurlijk aan de kwaliteitseisen voldoen. Ik voorzie dat de gevestigde belanghebbenden zullen proberen invloed uit te oefenen op de Kamer in een poging hun veilige marktpositie te behouden. Maar ik vind dat verkregen rechten niet tot in eeuwigheid blijven gelden ."