Shamir wil niet zwichten voor druk van de VS; Premier wenst beleid nederzettingen niet te wijzigen

TEL AVIV, 28 JUNI. De Israelische premier, Yitzhak Shamir, kan zich niet voorstellen dat de Verenigde Staten uit protest tegen de nederzettingenpolitiek Israel de financiele middelen zullen onthouden om de massale immigratie uit de Sovjet-Unie op te vangen.

Terwijl het dispuut over deze gevoelige problematiek tussen Jeruzalem en Washington steeds scherper wordt, hamert Shamir er vrijwel dagelijks op dat de VS humanitaire verplichtingen hebben om Israel de helpende hand te reiken. Hebben de VS zich soms niet enorm ingespannen om de poorten van de Sovjet-Unie voor de joden te openen? Wie A zegt moet volgens Shamir ook B zeggen en bovendien deze volgens hem zuiver humanitaire zaak buiten de politiek houden. Op president George Bush en diens staf maakt deze Israelische argumentatie geen indruk. In de huidige fase van het moeizame vredesproces is de nederzettingenpolitiek voor de Amerikanen de steen des aanstoots geworden. Opruiming van dit struikelblok zou volgens de Amerikaanse diplomatie een regionale vredesconferentie dramatisch bespoedigen. Israelische ministers en parlementariers, die in Washington op bezoek zijn, krijgen dit de laatste weken in alle toonaarden, ook uit invloedrijke joodse kringen in de VS, te horen. Deze week nog werd de minister van defensie Moshe Arens er door vice-president Dan Quayle op gewezen dat Israel een keuze moet maken tussen de nederzettingenpolitiek en het in de wacht slepen van Amerikaanse bankgaranties in de orde van grootte van tien miljard dollar voor huisvesting en het scheppen van werkgelegenheid voor de Russische immigranten. Quayle had ditmaal makkelijk praten, omdat tot verbijstering van Jeruzalem ook Zalman Shoval, de ambassadeur in Washington die zelf uit de Likud-stal komt, de regering-Shamir er vorige week in een vraaggesprek voor de radio op wees dat deze beslissing niet uit de weg kan worden gegaan. “De regering zal tussen de nederzettingenpolitiek en bankgaranties voor de opvang van immigranten moeten kiezen”, meende de gezant. Er zijn geen aanwijzingen dat Shamir zich door deze voorstelling van zaken heeft laten imponeren. Indien hij al een beslissing heeft genomen, is die uitgevallen voor de voortzetting van de nederzettingenpolitiek in alle delen van 'Erets-Israel', het land van Israel. Voor hem is dat een ideologisch besluit en het laat hem kennelijk koud, dat Washington hem ervan verdenkt daarmee het 'vredesproces' te torpederen. Shamir verwacht volgens een uitspraak van zijn economische raadgever Amos Rubin in dit politieke gevecht met het Witte Huis aan het langste einde te zullen trekken. Rubin denkt dat president Bush onder de druk van de sterke pro-Israelische lobby in de wandelgangen van de Amerikaanse politiek de grote bankgarantie uiteindelijk wel zal geven als Israel belooft geen nieuwe immigranten naar de bezette gebieden te dirigeren en ook de vrij te komen tien miljard dollar niet in nieuwe nederzettingen zal investeren. In een adem voegde hij er aan toe dat er van “bevriezing van de nederzettingenpolitiek” natuurlijk geen sprake kan zijn. Dit optimistische scenario contrasteert met de wat pessimistischer kijk van de minister van financien Yitzhak Modai op de stemming jegens Israel op Capitol Hill. Modai kondigde deze week een economisch noodprogramma aan voor het geval de Amerikaanse bankgarantie er niet komt. Ieder reeds zwaar belast Israelisch gezin zal nog dieper in zijn beurs moeten tasten voor de voortzetting van de zionistische onderneming in de bezette gebieden. Dat hogere belastingen haaks staan op economische groei en het scheppen van werkgelegenheid voor tienduizenden immigranten en gedemobiliseerde soldaten, zag Modai over het hoofd. De duidelijkste taal in deze discussie sprak professor Michael Bruno, de directeur van de bank van Israel. Volgens hem heeft Israel geen schijn van kans de massale immigratie uit de Sovjet-Unie zonder Amerikaanse financiele steun op te vangen. Dov Lautman, de voorzitter van de bond van industrielen viel professor Bruno bij: “Zonder vooruitgang in het vredesproces zal de economie niet voldoende groeien om de massale immigratie te kunnen opvangen”, zei hij. Ook de socialistische oppositieleider, Shimon Peres, hamert voortdurend op dit thema. Hem staat nu al in 1992 of eerder een verkiezingscampagne tegen Likud voor ogen waarin het volk zal moeten kiezen tussen verdere kostbare kolonisatie van de bezette gebieden en werkloosheid en verlaging van de levensstandaard. Of daar socialistische winst in zit, valt nog te bezien. Nationalistische thema's slaan bij de Israeliers doorgaans, ook ten tijde van economische moeilijkheden, opvallend goed aan.