Poezie voor bekenden van Paaltjens gevonden

AMSTERDAM, 28 JUNI. Het nu gevonden dichtbundeltje van Piet Paaltjens onderscheidt zich van zijn meeste andere werk door een sterk planmatig karakter en doordat veel gedichten herkenbare mensen, vaak familieleden, beschrijven. Het zijn duidelijk gelegenheidsversjes. Van 17 juni tot 29 juli verbleef Paaltjens met zijn vrouw en schoonfamilie in hotel Beekhuizen in Velp en in die periode schreef hij vrijwel elke dag een vers in het schriftje. Sommige gedichten zijn geheel aan een persoon gewijd, van wie dan meteen een getekende portretje werd gemaakt.

Over zijn schoonzusje Roosje dichtte Paaltjens op 25 juni 1870: Roosje ging naar Kleef, maar de regen bleef. Ik wou er wat voor geven was Roos hier en de regen in Kleve. P.S.:Niet te Kleef verneem ik met schrik zit onze Roos, doch te Emmerik. Hoe het zij, ik voor mij wou maar Roos zat hier en de regen daar. Aangenomen wordt dat de zoon van Haverschmidt het boekje vanwege het familiale karakter heeft achtergehouden toen hij de nalatenschap overdroeg aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Hij liet het boekje zorgvuldig inbinden in zwart leer en zo stond het ook in de kast bij de kleindochter van Paaltjens.