Onderwereld steeds meer vertrouwd met liquidaties

AMSTERDAM, 28 JUNI. Een klassiek einde voor een topcrimineel, zo kan de dood van de 37-jarige Klaas Bruinsma in Amsterdam worden getypeerd. Maar weinigen in 'het milieu' wordt het gegeven om na een leven vol geweld rustig van de oude dag te genieten. Eigenlijk kent dat klassieke eind twee varianten: een gewelddadige dood of voor jaren achter de tralies.

Ook de Nederlandse onderwereld raakt min of meer vertrouwd met het verschijnsel liquidatie. In Den Haag werd zeven jaar geleden de drugshandelaar en 'sekskoning' Tinus Fens doodgeschoten voor zijn kantoor. Het zou gaan om een wraakactie van andere seksbazen. Een jaar eerder waren op Fens in de drukke Haagse Wagenstraat 18 kogels afgevuurd. Drie jaar geleden werd de 'gokkoning' J. Bestebreurtje door een huurmoordenaar op een motor doodgeschoten. Bestebreurtje stond met zijn auto voor een stoplicht in Rotterdam. Later bleek het ook hier om een liquidatie te gaan. Met andere topcriminelen gaat het soms jaren goed doordat politie en overheid de andere kant op kijken. Op het laatst wordt de overmoedigheid zo groot dat ze zich onaantastbaar wanen. De Rotterdamse gokbaas Van Driel Vis is hiervan wellicht het bekendste voorbeeld. Hij exploiteerde twee illegale casino's, een illegale stadslotto. Maar in 1986 maakte justitie toch een eind aan 12 jaar criminele praktijken en moest Van Driel Vis zich voor de rechtbank verantwoorden. Zijn zwartgeld-circuit zou tussen de 30 en 40 miljoen gulden per jaar omvatten, de boete die de rechter hem oplegde bedroeg twee miljoen gulden. De gisterochtend doodgeschoten K. Bruinsma, alias 'de dominee' - omdat hij vaak zwarte pakken droeg - of 'lange Frans', heeft meer dan tien jaar een misdaadsyndicaat geleid. “Het enige in Nederland met een mafia-achtige structuur”, zoals een vertrouwelijke analyse van justitie in l988 vermeldde. Bruinsma, zoon van een grote frisdrankfabrikant in Nederland, werd door politie en justitie beschouwd een van de gewelddadigste misdaadondernemers in ons land. Zijn organisatie, die hij vanaf zijn 22ste jaar opbouwde, was voornamelijk betrokken bij de handel in drugs (vooral hasj), de exploitatie van seks- en illegale gokhuizen, het witwassen van zwart geld, onder andere met de import van video's en de handel in onroerend goed. Daarnaast wordt de organisatie tevens verdacht van een aantal liquidaties. In l983 schoot Bruinsma zelf een beroepsgokker dood, maar de rechtbank ontsloeg hem van rechtsvervolging omdat het 'noodweer' zou zijn geweest. Een jaar later belandde Bruinsma in de Bijlmerbajes wegens een poging tot doodslag. Vanuit de cel bleef hij leiding geven aan zijn misdaadorganisatie. De schattingen over zijn vermogen lopen uiteen van tientallen miljoenen guldens tot ver boven de 100 miljoen. Bruinsma was vaak omringd door lijfwachten, reed in een gepantserde auto en droeg van tijd tot tijd een kogelvrij vest. In de jaren tachtig gebruikten misdaadanalisten zijn syndicaat als voorbeeld van de opkomst van georganiseerde misdaad in Nederland. Daar werd aan toegevoegd dat deze criminaliteit nog niet te vergelijken is met die van de mafia in Italie en de Verenigde Staten.