NIEUWE BEDRAGEN SOCIALE ZEKERHEID

Toelichting: - De prijzen zijn in de periode van oktober 1990 tot april 1991 gemiddeld met 0,67 procent gestegen. Als gevolg daarvan worden de kinderbijslagbedragen per 1 juli met eenzelfde percentage verhoogd. - Het gaat hier om de kinderbijslagbedragen per kind per kwartaal. Ze worden voor het eerst uitgekeerd na afloop van het derde kwartaal. - Het bedrag wordt voor een gezin met een kind verhoogd met 18,44 gulden per kwartaal. Voor een gezin met twee of meer kinderen bedraagt deze opslag 36,88 gulden per kwartaal. Deze opslagbedragen zijn niet verhoogd. - In verband met de Wet op de studiefinanciering is het recht op kinderbijslag voor kinderen van 18 tot 25 jaar afgeschaft. Als een kind in die leeftijd geen recht heeft op studiefinanciering kan toch nog recht op kinderbijslag bestaan.

MINIMUMLOON (Cijfers staan op microfiche)

Toelichting: - De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon worden per 1 juli 1991 met 1,70 procent verhoogd. Dit is het resultaat van de aanpassing van het minimumloon aan de ontwikkeling van de CAO-lonen. Op 1 januari jl. werden de minimumlonen met 1,27 procent verhoogd. - De netto bedragen zijn, anders dan de bruto bedragen, niet wettelijk bepaald. Ze kunnen per bedrijfstak of bedrijf verschillen als gevolg van verschillen in inhoudingen op het loon, onder meer in verband met de premieheffing voor de sociale zekerheid. Er is alleen rekening gehouden met die inhoudingen die voor alle werknemers gelden. Pensioenpremies en VUT-premies zijn dus buiten beschouwing gelaten. De netto bedragen in de tabel geven daarom alleen een globale aanduiding. Voor werknemers van 22 jaar en jonger zijn de globale netto bedragen weergegeven op basis van indeling in tariefgroep 2. - Op de netto bedragen is de nominale premie voor de Ziekenfondswet (dat is het deel van de premiebijdrage dat als een vast bedrag moet worden betaald) nog niet in mindering gebracht. Deze premie wordt niet door de werkgever op het loon ingehouden, maar moet door de werknemer zelf aan het ziekenfonds worden betaald.

UITKERINGEN AOW -AWW (Cijfers staan op microfiche)

Toelichting: - Het AOW-pensioen voor gehuwden is netto gelijk aan 50 procent van het netto minimumloon als beide partners 65 jaar of ouder zijn. Het netto pensioen van een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar en van een ongehuwde is gelijk aan 70 procent van het netto minimumloon. Eenouder-gezinnen ontvangen een pensioen, dat netto gelijk is aan 90 procent van het netto-minimumloon. Het gaat hier om ongehuwde bejaarden met een kind dat jonger is dan 18 jaar voor wie zij kinderbijslag ontvangen. - De gehuwde gepensioneerde met een partner jonger dan 65 jaar kan een toeslag op het ouderdomspensioen ontvangen, die afhankelijk is van het inkomen van die jongere partner. Van dit inkomen wordt een deel buiten beschouwing gelaten. Deze vrijlating bedraagt 15 procent van het bruto minimumloon met inbegrip van de overhevelingstoeslag (350,08 gulden) en een derde deel van het meerdere aan bruto inkomsten. Wat daarna overblijft wordt in mindering gebracht op de toeslag. Bij een bruto inkomen van de jongere partner van meer dan 1156,49 gulden (met inbegrip van de overhevelingstoeslag) bestaat geen recht meer op een toeslag. - De maximale toeslag bedraagt 537,61 gulden bruto per maand.

Toelichting: - Weduwen jonger dan 65 jaar betalen alle premies volksverzekeringen zelf, in tegenstelling tot bejaarden die geen premies AOW, AWW en AAW verschuldigd zijn. De bruto weduwenpensioenen liggen daarom hoger dan de bruto ouderdomspensioenen. Het pensioen van een weduwe met een kind jonger dan 18 jaar is netto gelijk aan het minimumloon. Voor een weduwe zonder een kind jonger dan 18 jaar, is het pensioen of de uitkering netto gelijk aan 70 procent van het minimumloon. - Weduwnaars kunnen onder dezelfde voorwaarden als weduwen aanspraak maken op een AWW-pensioen.

(Cijfers staan op microfiche)