Milieubesef sijpelt door op landbouwbeurs

LIEMPDE, 28 JUNI. Een man tilt zijn vrouw vanuit de trein op het fors lager gelegen, onverharde perron van Liempde. Gewoonlijk razen de treinen het Noordbrabantse Liempde voorbij, maar ter gelegenheid van 'Liempde-Juni', een tweedaagse vakbeurs voor tuinbouw, fruitteelt, boomkwekerij en akkerbouw, stoppen ze. Vanaf het perron trekt een stoet bezoekers, het merendeel op groene kaplaarzen, naar het 180 hectare omvattende landgoed Velder waar de beurs gisteren en eergisteren plaats had.

'Liempde-Juni' is voortgekomen uit de 'werktuigendagen Liempde', een tweejaarlijks evenement, goed voor 125.000 bezoekers, dat in 1989 voor het laatst werd gehouden. De commissie die 'Liempde' in samenwerking met de Federatie Het Landbouwwerktuig organiseert, besloot toen dat het verstandig was de werktuigendagen te splitsen in een 'Liempde-Juni', gericht op de akkerbouw in brede zin, en een 'Liempde-September', dat gewijd zal zijn aan de veeteelt. De formule van de werktuigendagen, het combineren van exposities, voorlichting en demonstraties, bleef gehandhaafd. “Die combinatie maakt Liempde uniek”, vertelt G. Cunnen, voorzitter van de organisatiecommissie. “Er zijn wel meer vakbeurzen, maar alleen in Liempde is ruimte voor demonstraties van nieuwe landbouwmachines”. De bezoekers van de beurs, 44.250 in twee dagen, komen met collega's uit binnen- en buitenland van gedachten wisselen en stellen zich op de hoogte van de nieuwste technische ontwikkelingen. Dit jaar werden onder andere een aspergeplantmachine, een beregeningshaspel, een oogstwagen voor sla en een composteermachine gedemonstreerd. Bovendien was er twee maal per dag een 'landelijke demonstratie van spuitmachines'. In vijf kwartier lieten zestien spuitmachines hun kunnen zien, becommentarieert door een ambtenaar van de Dienst Landbouwvoorlichting. Er gaat een zucht door de toeschouwers op de houten tribune als de eerste spuitmachine de zogenoemde 'hobbelbaan' neemt. “Zag je dat, de sproeiarm raakte bijna de grond toen de tractor over die hoge hobbel reed. De balans van de armen is niet goed”, legt een landbouwer uit. Het is zaak dat een sproeiarm ook bij oneffen terrein de aarde niet raakt. Gebeurt dat wel dan leidt dat op die plek tot hoge concentraties bestrijdingsmiddelen. De volgende kan zijn goedkeuring wel wegdragen. “Schitterend, die blijft mooi plat!” Hij overweegt zelf de aanschaf van een nieuwe spuitmachine en wil zich goed orienteren. De meeste bezoekers vertellen desgevraagd naar de beurs te komen om bij te blijven. En ze moeten wel, vertelt Cunnen. De laatste paar jaar tekent zich, onder druk van milieumaatregelen en het wegvallen van landbouwsubsidies, een duidelijke koerswijziging af in de akkerbouw. De Nederlanders kunnen het in de open markt niet meer opnemen tegen het graan van de Noordfranse boeren. Arbeidskracht is in Nederland te duur. De boeren proberen het hoofd boven water te houden door het toepassen van arbeidsvervangende en milieuvriendelijke technologie. Dit houdt een overschakelen van extensieve naar meer intensieve, 'fijnere' akkerbouw in. Bekommernis om het milieu is voor de boeren welbegrepen eigenbelang. Onder druk van consumenten en overheidsrapporten als het Meerjarenplan Gewasbescherming investeren boeren in meer milieuvriendelijke telingsmethoden. Daarbij wordt in het achterhoofd gehouden dat het aanpakken van de milieuproblematiek op den duur een voorsprong op de concurrentie zal betekenen. Sterker: investeren in milieu-technologie wordt algemeen gezien als de enige manier om een bedrijf staande te houden te midden van de Europese concurrentie. De voorlichters achter de informatiekramen van de ministeries van landbouw en verkeer, ruimtelijke ordening en milieu (Vrom) zeggen “blij verrast” te zijn door de aandacht van de boeren voor het milieu. Ze hebben veel vragen te beantwoorden gekregen over de mogelijkheid van subsidies voor milieuvriendelijk produceren en over de precieze richtlijnen die de ministeries op milieuterrein hebben uitgevaardigd. De aandacht van de beursgangers voor deze kramen is, naast het doorsijpelende milieubesef, ook wel te verklaren door de plek waar de kramen zich bevinden: in een van de weinige grote tenten op het open terrein. Buiten regent het inmiddels pijpestelen. Op het provisorische perron, wachtend op de trein naar huis, praten de boeren onderling over dat waar ze al eeuwen over praten: het weer. Het gaat niet zoals het hoort. De bonen hadden al lang in de grond moeten zitten, maar met die regen rotten de wortels weg. Geen techniek die daar wat aan kan veranderen.