Het verheven breien: Kunstwerken van Rosemarie Trockel

Sandra Stich (red.): Rosemarie Trockel Uitq. Prestel, 144-blz, 81 afb. Prijs f 102,20

Tweelange zwarte gebreide kousen, zonder titel, maar in het dagelijks gebruik 'Endlos Strumpfe' genoemd, zijn het bekendste kunstwerk van Rosemarie Trockel (Schwerte, West-Duitsland, 1952). Trockel maakte het in 1987. Ze breide de kousen, niet met de hand, maar met een breimachine. Ze zijn 94,5 cm lang. De kousen, die ook de dijen moeten bedekken, zouden alleen een reuzin met het figuur van Audrey Hepburn of Twiggy passen. Andere kunstwerken, zoals een jurk, een trui, een broek en een serie bivakmusten hebben een menselijker maat, I daarbiJ moet het patroon voor verrassingen zorgen. Trockel liet bij voorbeeld een jurk breien met op de plaats van de borsten twee zuiver-scheerwolmerken. Voor de bivakmutsen koos zij plusjes en min netjes, golven, Playboy-konijntjes hamers en sikkels en hakenkruizen. Trockel breit ook schilderijen, lappen stof in de gangbare rechthoekige of langwerpige formaten. Het patronenscala is hier uitgebreider dan op de kleding. 'Made in Western Germany', cowboys, El Lissitzky's maaistertje, Delfts blauwe tegels met een zeilschip erop, drippings van Pollock en 'Cogito, ergo sum van Descartes'.

Zware kost

De wol is zo glad dat je op reproI dukties nauwelijks kunt zien dat het hier om breiwerken gaat. Toch is het belangrijk dat de schilderijen van Trockel gebreid zijn en niet geschilderd. Het maakt ze origineler (het gebruik van logo's en symbolen of het namaken van het werk van een andere schilder is wel vaker vertoond), al is Trockel nlet de eerste breikunstenaar, Rob van Koningsbruggen breidde begin jaren zeventig al kunst.

Dat Trockel breit moeten wij in verband brengen met haar geslacht. Breien behoort net als borduren en, iets recenter, macrameeen, van oudsher tot het creatieve domein van de vrouw. Het is geen echte kunst. Trockel bestrijdt dat zlJ verheft het breien tot kunst. Hetzelfde doet zij met kledingstukken.

Omdat Trockel haar kunstwerken nlet zelf brelt maar ze met behulp van een computer ontwerpt en dan door een machine laat produceren, maakt ze de breiwerken weer minder vrouwelijk. Deze werkwijzen worden gewoonlijk geassioceerd met mannen. "Hence, Trockel articulates both difference and similarity without creating a unity and without erasing disparate characterizations." Ik lees dit in de catalogus die ter gelegenheid van een door Amerika reizende overzichtstentoonstelling van Trockel is verschenen. In Europa zal de expositie alleen in het Centre de Arte Reina Sofia in Madrid te zien zijn (in 1992). De essays in de catalogus zijn zware kost, maar er laat zich uit destilleren dat het werk van Trockel dus onder andere gaat over het verschil en de overeen-, komsten tussen mannen en vrouwen, en dat het ene geslacht niet beter is dan het andere. Om dit aan de kijker duidelijk te maken gebruikt ze stereotypen, net als haar Amerikaanse collega's Cindy Sherman en Jenny Holzer.

In de catalogus zijn 65 werken afgebeeld. Slechts twintig daarvan zijn breiwerken. De overige 45 zijn voor het merendeel combinaties van gevonden voorwerpen, bij voorbeeld een in brons gegoten buste van een etalagepop met twee strijkijzers. Ook deze werken gaan vaak over mannen en vrouwen en de vastomlijnde betekenis die de j eersten aan de laatsten hebben gegeven. Maar Trockel heeft meer onderwerpen. Een daarvan is kunst, zoals een grappig drukwerkje laat zien waarop cartoons over kunst zijn gereproduceerd. Over kunst gaat ook de schildermachine. Voor dit werk vroeg Trockel van 56 kunstenaars, onder wie Georg Baselitz, Penck, Rob Scholte en Barbara Kruger, een haarlok, die ze vervolgens in kwasten monteerde. De schildermachine doopt de kwasten in potten verf en trekt er strepen mee over vellen wit papier. Wie is nu de maker van deze tekeningen, wil Trockel dat wij ons afvragen, zijzelf, de kunstenaars die hun haar afstonden of de machine?

Kunst maken is geen handwerk meer, zegt Trockel. Het best bewijst zij dat met haar mondplastieken, in zilver gegoten stukjes kauwgum, door de kunstenares zelf gekauwd. Het lijkt mij een genot zo'n zilvertje te bezitten.