Herstel Amerikaanse economie houdt dollar op hoog niveau

Na de stagnatie van de dollarkoers in de afgelopen twee weken (14 tot en met 27 juni), hervatte de Amerikaanse munt eind deze week zijn opmars als gevolg van steeds sterkere aanwijzingen dat de Amerikaanse economie zich herstelt.

Michael Boskin, een belangrijke economisch adviseur van president Bush, zei donderdag dat de twaalf maanden oude recessie in de Verenigde Staten voorbij is. Boskin meent dat het herstel bescheiden zal zijn maar sluit een een nieuwe terugval van de Amerikaanse economie niet uit. Weliswaar wist de dollar, gemeten naar de informatieve wisselkoers van De Nederlandsche Bank, op 18 juni een hoogtepunt van ruim 2,04 gulden te bereiken, maar daarna zette enige afbrokkeling in. Niettemin bleef de Amerikaanse munt steeds boven de 2,00 gulden noteren. In de eerste dagen van de verslagperiode leed de dollar onder winstnemingen, waarna evenwel op basis van wederom gunstige economische cijfers een herstel optrad. Gesteund door een uitspraak van Beregovoy, de Franse minister van financien, dat de huidige dollarkoers zich op een ''redelijk'' niveau bevindt, wist de dollar op 18 juni naar het hoogste niveau in 19 maanden te klimmen. Daags daarna begon de afbrokkeling op grond van tegenvallende handelsbalanscijfers, gevolgd door de aankondiging van een vooroverleg van de G-7. De Japanse minister van financien, Hashimoto, vond dat een eerdere bijeenkomst dan de voor 15 juli voorziene, gewenst was in het licht van de alsmaar stijgende dollar. Daarop ontstond onzekerheid in de valutamarkten over mogelijke interventies, voorafgaande aan het G-7-vooroverleg, dat op 23 juni werd vastgesteld. Winstnemingen waren het gevolg. De uitkomst van de ontmoeting gaf echter weinig houvast aan de markt, zodat in eerste instantie in het Verre Oosten de dollar gewoon weer omhoog ging. De daarop volgende Europese handel werd gekenmerkt door angst voor interventies, vanwege de door Tokio neergezette dollarstijging. Vanaf dat moment was het gedaan met de relatieve sterkte van de Amerikaanse munt. Economisch nieuws dat in het verdere verloop van de week los kwam, was niet dermate positief, dat de markt hieruit nieuwe moed waagde te putten. De discussie over de Amerikaanse economie gaat de laatste dagen vooral over de vraag, of het herstel vastgehouden kan worden, dan wel of de Amerikaanse economie terugglijdt in een recessie. Hoe dan ook, de huidige dollarkoers is mede een weerspiegeling van te ver doorgeschoten optimisme. Wellicht moet dat besef nog doordringen tot de markt en misschien behoeven centrale banken in de komende weken niet eens te intervenieren. Binnen het EMS viel de terugval van Lire en Peseta op 14 en 17 juni op. De Lire kwam onder druk als gevolg van de slecht presterende Italiaanse economie, terwijl de Peseta leedt onder een combinatie van een verlaging van de Spaanse geldmarktrente en speculatie over een spoedige versmalling van de bandbreedte waarin de Spaanse munt mag bewegen. Plannen om op korte termijn daartoe over te gaan werden van de zijde van de Spaanse centrale bank ontkent. Vanaf 19 juni waren beide munten weer in herstel, zij het dat de Spaanse peseta niet meer zo sterk is als voorheen. Dit had dan weer tot gevolg, dat de spanningen tussen de Spaanse munt en de Franse franc afnamen. Ook het Pond Sterling is onder druk gekomen, door een combinatie van politieke factoren - De Conservatieven staan er niet best voor -, een economische recessie en voortdurend opduikende speculaties over de volgende renteverlaging. Daar staat overigens wel optimisme, vooral van officiele zijde, over de inflatie tegenover. Rabobank Nederland-Directoraat Financiele Markten