Gewoon wat korter

Er zijn mensen die bang zijn voor de kapper. Dat lijkt nogal kinderachtig, want de kapper doet geen pijn. Die knipt in je haar en haar voelt niets, haar is geen oren. Toch hebben de schreeuwers en huilers niet helemaal ongelijk. Een knipje in je oor doet wel pijn, maar is iets vervelends dat snel voorbij is. Raar haar duurt vaak erg lang. En iedereen ziet het.

Vroeger droeg ik een bril. De kapper liet mij die bril altijd afzetten als hij begon te knippen, want de pootjes zaten in de weg. Zei hij. Het was, begreep ik al snel, een truc. Zonder bril zag ik niet goed wat de kapper deed en die maakte daarvan gebruik om eens lekker zijn eigen gang te gaan. Rare plukjes bij de oren. Scheiding op een plaats waar die nog nooit gezeten had en trouwens ook niet kon zitten. Een plat achterhoofd. Veel te korte pony. En in het algemeen ruim een centimeter korter dan de afspraak was. Ik heb vaak gehuild als ik terugkwam van de kapper. Later begreep ik dat je heel precies moet zeggen wat je wilt. Niet zo iets vaags als: een stukje eraf. Dat wordt snel verkeerd begrepen. Toen ik dacht dat ik heel goed was geworden in kappersaanwijzingen durfde ik alles. Bij voorbeeld durfde ik ook best in een klein Grieks dorp naar de kapper te gaan. Het was een mooie kapper die in een flinke ruimte met veel ramen een stoel had staan. De kapper sprak Grieks, maar omdat ik zo flink was geworden dacht ik dat dat geen bezwaar was. Wat wel een bezwaar was, vond hij zelf, was dat hij meestal heren knipte. Hij wist niet zo goed hoe het met vrouwenhaar moest, vertaalde een vriend. Onzin, zei ik stoer, knippen is knippen. Gewoon hier wat korter en dan daar zo en hier hetzelfde. De kapper begon aan de rechterkant. Die maakte hij korter en wat jongensachtig. Niet lelijk. Toen deed hij de linkerkant. Die knipte hij in moderne laagjes. Ook niet lelijk. Daarna deed hij nog wat heerlijk kriebelends met een tondeuse en tot slot pakte hij een eau de colognespuit voor een frisse wolk. Mijn vriendin die aan de rechterkant zat zei dat het goed zat. De vriend aan de linkerkant zei dat het leuk stond. Recht van voren zag ik er verschrikkelijk gek uit. Het heeft een jaar geduurd voordat mijn haar niet meer zo heel bijzonder zat. Nu ga ik altijd naar dezelfde kapper die altijd precies hetzelfde knipt. Ze spreekt goed Nederlands. Ik ben niet bang voor haar.