Geding tegen Postbank over tarieven

TILBURG, 28 JUNI. Postorderbedrijf Otto heeft een kort geding aangespannen tegen de Postbank, omdat die per 1 juli een tarief zal heffen van 45 cent per bijgeschreven blauwe acceptgiro.

In het kort geding komt ook aan de orde of de prijsafspraken van de banken onderling over het betalingsverkeer strijdig zijn met artikel 85 van het EG-verdrag, dat kartel-afspraken tussen ondernemingen verbiedt. De banken zouden bovendien misbruik maken van hun machtspositie als ze onredelijk hoge tarieven in rekening brengen aan klanten. Op 14 mei besloten de banken met instemming van De Nederlandsche Bank dat zij vanaf 1 juli elkaar 30 cent in rekening zouden brengen voor elke acceptgiro die een bank behandelt voor een andere bank. De Postbank stelt zich op het standpunt dat het de banken vrij staat tarieven te berekenen aan de klanten en vindt dat het tarief van 45 cent los gezien moet worden van de dertig cent. Door het tarief van 45 cent zou slechts een deel van de kosten van het betalingsverkeer worden gedekt. Het contract tussen Otto en de Postbank zou de Postbank slechts het recht geven de kosten van formulieren in rekening te brengen en niet de kosten van het verwerken daarvan. Otto ontvangt per jaar ongeveer een miljoen betalingen door middel van een acceptgiro op haar rekeningen bij de Postbank, zodat de maatregel 450.000 gulden kost. Otto vindt dat een onredelijk hoog bedrag, omdat de Postbank ook al rente-inkomsten heeft uit het betalingsverkeer. Bovendien zou het EG-verdrag verbieden dat Postbank aan de grootste klanten wel de 45 cent in rekening brengt en aan de kleine niet.