ECT, Pakhoed moeten saneren in stukgoed

ROTTERDAM, 28 JUNI. Door structurele problemen in de stukgoedsector in de Rotterdamse haven moeten Europe Combined Terminals (ECT) en Pakhoed hun stukgoeddivisies saneren.

Overslagbedrijf ECT zal dit jaar door de slechte gang van zaken in de zogeheten multi-cargo divisie een verlies van circa 10 miljoen gulden lijden. ECT zal daarom de in 1989 met de vakbonden overeengekomen herstructurering van de stukgoedactiviteiten versneld doorvoeren. Hiertoe zullen niet rendabele ladingpakketten worden afgestoten. Het gaat om circa 40 procent van de 2,5 miljoen ton die de stukgoeddivisie nu nog jaarlijks behandelt. Gedwongen ontslagen zijn volgens ECT niet nodig, maar de sanering zal wel gepaard gaan met een aanzienlijke reductie van de personeelsbehoefte van de multi-cargo divisie. De betrokken 280 werknemers zullen worden overgeplaatst naar de overige, volgens ECT expanderende, overslagdivisies. In totaal werken bij ECT 2.200 mensen. Vorig jaar behaalde ECT nog een bescheiden winst van 2 miljoen gulden op een omzet van 430 miljoen gulden. Volgens dr ir G.J. Wormmeester, voorzitter van de raad van bestuur van ECT, draaien de overige vier divisies - de twee containeroverslagterminals in de Eemshaven en op de Maasvlakte en de overslag van pulpprodukten en personenauto's - met winst. In deze laatste divisie leed ECT onlangs een gevoelige klap omdat Mazda besloot vanaf eind volgend jaar naar Antwerpen te gaan. “Dit verlies wordt opgevangen. We hebben vergaande contacten met nieuwe klanten”, aldus Wormmeester. Volgens Wormmeester worden alleen bij de overslag van stukgoederen substantiele verliezen geleden. “Dat geeft aan hoe gezond de andere divisies zijn”, aldus Wormmeester. De versnelde herstructurering is volgens ECT noodzakelijk omdat de leegloop in de traditionele overslag van stukgoed zich sneller voltrekt dan was voorzien. Het gaat hier volgens ECT bijvoorbeeld om de overslag van goederen die vanuit Latijns Amerika worden aangevoerd en staal voor de Duitse pijpleidingen naar de Sovjet-Unie. “Verder vindt een toenemende containerisatie plaats ten koste van de stukgoedsector”, zegt Wormmeester. In 1989 werd ECT, dat toen nog alleen actief was in de containeroverslag, samengevoegd met de overslagbedrijven Quick Dispatch (QD) en Muller-Thomsen (MT), afkomstig van respectievelijk Nedlloyd en Internatio-Muller die ieder voor 44 procent deelnemen in ECT. (De NS heeft 12 procent; Internatio wil van zijn belang in ECT af, maar heeft daarvoor nog geen koper gevonden.) Toen zijn met de vakbonden afspraken gemaakt over de herstructurering van de stukgoedactiviteiten, die ECT nu versneld wil effectueren. Havenbedrijf Pakhoed, dat ook onder meer actief is in de tankopslag, containeroverslag en gespecialiseerd chemicalenvervoer, wil de renderende activiteiten van stukgoedbedrijf RHPM onderbrengen bij Multi Terminals Waalhaven. Deze twee bedrijven behandelen samen met Dutch Stevedoring Company, waarin Pakhoed voor 50 procent deelneemt, jaarlijks ongeveer 2 miljoen ton. Wat betreft Pakhoed liggen de problemen vooral bij RHPM dat vorig jaar een verlies van ruim 5 miljoen gulden leed. Pakhoed neemt voor 40 procent deel in RHPM, waar bijna 200 mensen werken. Nedlloyd, Internatio-Muller en Kuhne Nagel hebben ieder 20 procent in RHPM. Pakhoed wil het personeel en de renderende ladingpakketten van RHPM onderbrengen bij Multi Terminals. De niet winstgevende activiteiten zal Pakhoed evenals ECT afstoten. Het zou hier om circa 600.000 ton lading gaan. Volgens E.W. Brongersma, directie-voorzitter van de Furness-Pakhoed groep, is RHPM feitelijk failliet. “Er moesten in het verleden ladingpakketten worden aangenomen om de loonkosten te dekken van personeel dat we niet konden afvloeien. Die loonkosten kunnen we nu niet eens meer dekken. Dat kan dus niet verder”, zegt Brongersma.