'De minister kan nog steeds verkeerd worden voorgelicht'

DEN HAAG, 28 JUNI. Mevrouw mr. G.A. Kostwinder is een jaar en zeven maanden directeur van de Algemene Inspectie Dienst (AID). Daarvoor was zij chef bij de geuniformeerde dienst van de politie in Utrecht. Het vernietigende rapport over het functioneren van de AID doet vermoeden dat zij indertijd in een failliete boedel is gestapt.

Haar voorganger De Boer had tussen 1987 en 1989 de dienst gereorganiseerd. Ten behoeve van het intensiveren van de visserijcontrole waren er bijvoorbeeld nogal wat controleurs overgeplaatst naar die sector, maar toen De Boer vroegtijdig de AID verliet, werd de visserijcontrole nog steeds ervaren als een chaos en bestond er grote onvrede over het personeelsbeleid. “Die reorganisatie was noodzakelijk”, zegt Kostwinder. “Het mag te snel en onvoldoende begeleid zijn gegaan, maar de hamvraag is voor mij: was het nodig. De AID had anders wel eens failliet kunnen zijn.” U bent pas eind 1988 bij de AID gekomen, een jaar later al werd u gevraagd directeur te worden. Wat waren uw beweegredenen om in te gaan op die uitnodiging? “Ik vind dat we met maatschappelijk relevante zaken bezig zijn. Dan is bij deze dienst sprake van een enorme vakkennis, waarbij ook nog eens het gros van de mensen met plezier werkt. Het schort aan communicatie en aan de controlesturing, maar dat zijn zaken waaraan je iets kunt doen. Als je te maken hebt met mensen die de kennis niet in huis hebben, wordt het aanzienlijk lastiger. Dus het was aan mij te kijken hoe ik die vakkennis efficienter kon benutten. Het is geen failliete boedel, maar intern moet er nog heel wat gebeuren.” U zou ook naar aanleiding van dit rapport kunnen opstappen? “Dat zou ik overwegen als dit rapport me had overvallen. Maar ik herken de kritiek. De controlesturing, de communicatiestoornis, het leidinggeven, het specialisme, generalisme en de doelgroepenbenadering; het stond allemaal ook al in ons eigen effectiviteitsonderzoek van augustus vorig jaar. Als er een aanleiding was geweest om terug te treden, had ik die beslissing toen wel genomen.” Toch heerste het laatste jaar binnen het ministerie de mening dat het slechte functioneren van de AID u de kop zou kosten.” “Dat soort geluiden heb ik ook wel opgevangen. Ik ervaar dat niet als bedreigend. Ik ben natuurlijk wel een echte buitenstaander. Ik ben geen landbouwmens, er lopen ongetwijfeld mensen rond die vinden dat ik te weinig vakkennis heb. Ik vind als leidinggevende zeker dat je in hoofdlijnen moet weten waarmee je dienst zich bezighoudt. Maar als u mij vraagt naar de finesses van een bepaalde regeling, dat moet ik u verwijzen.” De buitenwereld heeft nooit de gelegenheid gekregen u te leren kennen. Zeker negen maanden lang is de communicatie met de AID beperkt gebleven tot vragen aan en antwoorden van de voorlichters van het ministerie. Naast overigens het omvangrijke circuit van AID'ers dat bereid was anoniem met de pers te praten. “Dat lekken stoort me, maar ik begrijp het wel. Ik ben directeur geworden in november '89 en toen zijn wij al snel aan de gang gegaan met het interne effectiviteitsonderzoek. Dat gaf een hoop onrust, want daar kwamen harde conclusies uit over de controles, de communicatie, noem maar op. Toen kregen we een werklastonderzoek, minister Braks viel en dat vonden we met z'n allen toch ook heel vervelend. Daarna kwam dit onderzoek. De dienst was de eerste reorganisatie eigenlijk net te boven. Mensen worden onzeker en gaan dat naar buiten uiten. Ik heb helemaal geen zin dat soort zaken te verdoezelen. Er is een kloof tussen de mensen in het veld en de leiding. En als je denkt dat de leiding niet meer weet waarmee je bezig bent, ga je een uitweg zoeken.” Het is de AID die minister Braks ten val heeft gebracht. Uw dienst heeft de minister fout voorgelicht waardoor zijn verweer in het parlement tekortschoot. “Daar kijk ik wat anders tegenaan. Voor mij heeft het vertrek van minister Braks te maken met het hele visserijbeleid. Natuurlijk heeft de AID daarin een rol gespeeld, zonder beleid geen opsporing. Ik ben het sluitstuk van het geheel. Als het beleid niet goed is kan dat nooit door onze controle teniet worden gedaan.” Maar het punt is dat de AID de minister niet goed informeert. Bukman is ook al in de moeilijkheden gekomen omdat hij Kamervragen onjuist beantwoordde. En toen ging het niet om de visserij, maar om natuurbeheer. “Dat is juist. Maar het was een klein onderdeeltje waarop het even niet klopte, er vloeide geen bloed.” Het gaat om het principe. De minister wordt onjuist voorgelicht door uw dienst. “We hebben een communicatieprobleem, dat is juist. Wij proberen heel serieus de communicatiekloven te dichten, maar het is nog niet geregeld. Dus kunnen dit soort dingen nog steeds gebeuren.” Het is duidelijk dat de aanbevelingen in het rapport zullen worden opgevolgd. De minister heeft dat al bevestigd. Dat betekent opnieuw reorganisatie binnen de AID. Dan is er ook nog een plan, waaraan het rapport terloops refereert, om AID en Economische Controle Dienst samen te voegen en onder te brengen bij het ministerie van justitie. Dat zou opnieuw leiden tot een reorganisatie. “Er is een onderzoeksgroep die zich nog moet gaan buigen over de wenselijkheid van samenwerking of samenvoeging van AID en ECD. Wat en wanneer er ook zal gebeuren met die plannen, het laat onverlet dat ik op dit moment een aantal zaken moet oppakken. Ik moet zeker niet met mijn armen over elkaar gaan zitten, alhoewel het handiger is als we weten wat er gaat gebeuren. Het laatste wat er mag gebeuren is dat er weer een reorganisatie overheen rolt.” Wanneer is de AID op orde? “Binnen het ministerie heb ik vaak gezegd: laat ons nu eens even rustig onze gang gaan. We moeten dezelfde dingen blijven doen, maar beter. Ik wil dat de controleurs functioneren op een breder terrein. Nu voelen ze zich het best thuis in hun eigen vakgebied. Maar dat wordt net te veel gekoesterd. Het betekent nogal wat als mensen merken dat ze structureel breder ingezet kunnen worden. Je zult ze ook breder moeten gaan opleiden. Maar als er geen gekke dingen gebeuren, denk ik dat we over twee jaar de zaken voor elkaar hebben.”