De lichtvoetige Duitse zwaargewicht; De kanselier is door de VS benoemd tot 'Europees agent'

Ondanks alle zwarigheid in eigen land moet de Westduitse bondskanselier Helmut Kohl in Europa aan allerlei draden trekken. Hij weet daarbij niet te veel aanstoot te geven aan buren met verschillende wensen en belangen. De Duitse buitenlandse politiek in het ongedeelde Europa.

BONN, 28 JUNI. In Europa heeft hij een moeilijke maar mooie hoofdrol, thuis zit hij zwaar in de problemen. Als er iemand sinds een paar maanden in een paradoxale politieke situatie verkeert, is het wel Helmut Kohl. Nog maar een half jaar geleden was hij 'kanselier van de Duitse eenheid', royale winnaar van de verkiezingen en man van het jaar 1990. Nu is hij opnieuw, dank zij enkele pijnlijke regionale verkiezingsnederlagen van zijn CDU en gigantische problemen in en met de vroegere DDR, de voorzitter van een bibberende partij. Kort geleden moest hij zelfs zijn partijvrienden alvast beloven dat hij bij de Bondsdagverkiezingen van 1994 weer hun lijsttrekker wil zijn. Alleen bij tijdig economisch herstel in Oost-Duitsland heeft de CDU dan trouwens een kans. Maar dat is niet alles. Kohl is al jaren erkend als de overtuigde Europeaan die hij als jonge man al was. Als politiek kleinkind van Konrad Adenauer behoort de 61-jarige kanselier tot die voorzichtige Duitsers die de geografie en de geschiedenis, de economische kracht en de psychologische onzekerheid van hun land zo goed kennen dat zij het alleen al daarom graag verankerd zien in grotere Europese en Atlantische verbanden. Zo beschouwd zijn zowel de omwentelingen in Oost-Europa, de Duitse eenwording, de herschikking van de Europees-Atlantische relaties als het - ook daardoor veroorzaakte - versnelde touwtrekken om de definitieve vorm en inhoud van de Europese unies (de politieke en de monetaire) eigenlijk allemaal “te vroeg” gekomen. Want velen zien het verenigde Duitsland vooral als machtige nieuwe staat en minder als deel van een groter Europees geheel waarnaar het zelf zo intens op weg is en waarin het zijn toekomst zoekt. De soevereiniteit van het verenigde Duitsland vergroot zijn staatkundige vrijheid van handelen, maar verkleint haar tegelijkertijd om politiek-psychologische redenen. In Kohl, eerste begunstigde van de Duitse eenwording maar ook de eerste man die met haar gevolgen moet omgaan, komen al deze paradoxale lijnen samen. De kanselier is inmiddels immers plechtig benoemd tot 'Europees agent' door de VS (die spreken van “gedeeld Atlantische leiderschap”) en de Sovjet-Unie, die Duitsland graag ziet als economisch leidsman en betaalmeester en eventueel ook via Duitsland een nieuwe plaats in Europa wil zoeken. Voorts roepen Oosteuropeanen - die in Hongarije, Tsjechoslowakije en Polen voorop - vooral Duitsland aan als eerste hulp en als intermediair naar wat uiteindelijk hun EG-lidmaatschap moet worden. Tegelijkertijd kijken Bonns partners, ook die in de EG, nauwlettend naar Duitse bewegingen, die enerzijds steeds nodig zijn om initiatieven een kans te geven (zoals bij voorbeeld Franois Mitterrand in Parijs heel goed weet) maar die elders wantrouwen of al dan niet gespeelde schrik kunnen veroorzaken. Teveel toeschietelijkheid jegens Moskou op economisch gebied ergert de VS. En Japan, en anderen. Te veel toeschietelijkheid jegens de VS op veiligheidsgebied, zoals instemming met de vorming van een snelle-reactiemacht van de NAVO, ergert Parijs. Nauwe samenwerking met de Fransen, zeg: aangaande de toekomstige Europese monetaire of democratische structuur, of de politieke en militaire besluitvorming, irriteert Italianen. Of Britten. Of Nederlanders. Niets of weinig doen kan ook niet meer, zoals tijdens de eerste weken van de oorlog in de Golf afdoende is gebleken. Maar de verwijten die daarover richting Bonn gingen, waren in belangrijke mate eerder psychologisch dan door de feiten bepaald. Die verwijten steunden op beelden van de massale demonstraties van Duitse jongeren en op het gegeven dat (ook) Duitse bedrijven dubieuze zaken deden met het Irak van Saddam Hussein. De verwijten konden niet steunen op de rechtstreekse Duitse bijdrage van 17 miljard mark, de hulp aan Israel en aan Arabische partners in de VN-coalitie noch op het gebruik dat werd gemaakt van het grondgebied van de Bondsrepubliek als grote militaire transportbasis. Niettemin, de Duitse geschiedenis is de Duitse geschiedenis, en een verwijt is een verwijt als er verwijt op staat. Ondanks alle zwarigheid in eigen land moet Kohl in Europa aan allerlei draden trekken, en dat doet hij ook. Maar dat moet de Duitse zwaargewicht dan wel zo lichtvoetig, zo subtiel, doen dat hij buren met verschillende wensen en belangen niet al te veel aanstoot geeft. Dat moet ook gebeuren terwijl de SPD, nu succesvol, op grote politieke en emotionele afstand staat. En terwijl de minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher, en een groot deel van de Duitse bevolking de door anderen waargenomen macht van het verenigde Duitsland als het even kan liefst achter enige mooi klinkende, irenische muziek laten verdwijnen. Zoals achter de mooie en geruststellende klanken van de CVSE, die echter nog geen veiligheid garandeert. Daaraan moeten de Amerikanen ook gedacht hebben, zo heet het bij de CDU in Bonn, toen hun minister Baker een paar weken geleden zijn collega Genscher enkele CVSE-concessies aanbood. Dat gebeurde namelijk “in ruil” voor de kort daarvoor verkregen instemming van de Duitse regering voor de in Brussel afgesproken NAVO-interventiemacht. Omgekeerd echter waren die kleine Amerikaanse concessies wel weer geschikt om het vertrouwen van de Sovjet-Unie in het CVSE-proces te versterken. Deze geschiedenis heeft komische kanten. De Duitse regering was oorspronkelijk gepikeerd over de toon van nota's waarmee de VS dit voorjaar tot tweemaal toe bezwaar maakten tegen vooral Franse plannen om mede via de Westeuropese Unie (WEU) te gaan werken aan versteviging van een eigen Europese defensiezuil. De WEU-brug naar de EG zou niet alleen kunnen leiden tot versterking van die Europese zuil, maar in Amerikaanse ogen af en toe ook tot loskoppeling van de VS. Kohl had voorzichtig willen manoeuvreren tussen Parijs en Washington. Dat gold ook voor de vorming van een snelle-interventiemacht, die Parijs onder een Europese- en Washington onder een NAVO-paraplu wenst. Kohl had zich nog niet willen binden (en zulke instructies gegeven). Maar de kanselier moet soms op zoveel piano's tegelijk spelen dat hij niet tijdig in de gaten had dat zijn minister van defensie, de CDU'er Stoltenberg, zich een paar weken geleden in Brussel liet 'inpakken' door zijn Amerikaanse collega, Cheney, en Worner, de Duitse secretaris-generaal van de NAVO. Zo besloten de NAVO-ministers van defensie eind mei, verrassenderwijs met Duitse instemming, tot vorming van een NAVO-interventiemacht onder Brits commando en met een min of meer vastgelegde opzet en omvang. Daardoor werd Franse argwaan bevestigd. Even later, in Lille, tijdens een van de periodieke Frans-Duitse consultaties, werd de ongelukkige Kohl dan ook door zijn vriend Mitterrand overladen met verwijten. De al veel gekritiseerde Stoltenberg haalt het einde van het jaar nu zeker niet meer als minister, heet het sindsdien in CDU-kring. Inmiddels is er al een Frans-Duits compromis: de NAVO-optie en de nog vage Franse 'Europese' optie sluiten elkaar niet uit. Het verhaal illustreert ook de moeilijke situatie waarin de binnen de CDU sterke kanselier zich bevindt. Hij staat aan het hoofd van een partij die zich, nadat zij aan het begin van de jaren zeventig in de oppositie raakte, steeds meer op binnenlands politieke kwesties en op verzet tegen de Ostpolitik van de SPD ging concentreren. Wat lange tijd ook betekende, zoals de historicus Hans-Peter Schwarz onlangs in Die Welt schreef, dat verhoudingsgewijs weinig CDU-talenten zich toelegden op veiligheidsbeleid of buitenlandse politiek. Kohl zelf maakte als kanselier sinds 1982 vooral naam in het rakettendebat als beheerder van de erfenis die zijn SPD-voorganger Schmidt had achtergelaten. En hij hielp een paar jaar later de stagnerende EG-ontwikkeling nieuwe impulsen te geven. Maar een echte internationale rol ging de kanselier pas spelen in het najaar van 1989, op de weg naar de Duitse eenwording. Ook op dit terrein deed en doet hij dat vaak instinctief en zonder veel overleg met zijn partij. Ja, zelfs zonder veel steun in zijn kanselarij, waar hij zijn jarenlange eerste adviseur, Horst Teltschik, niet tegen de zin van Genscher staatssecretaris wilde maken en hem dus een half jaar geleden zag vertrekken naar het bedrijfsleven. Teltschiks opvolger, Hartmann, heet bekwaam te zijn maar heeft in en buiten de kanselarij nog lang niet diens gezag. De kanselier moet daarom zijn buitenlandse en Europese politiek nogal eens in eigen beheer voeren. Bondspresident von Weizsacker staat graag zelf in de zon met eigen teksten en op Buitenlandse Zaken is Genscher als vlaggedrager van de FDP ook al een politieke concurrent die veel over Duitse verantwoordelijkheid spreekt en weinig over de macht waar de buren naar kijken. In de CDU is de stemming nerveus en de expertise beperkt, terwijl het electoraat bitter zucht onder de financiele en psychologische gevolgen van de Duitse eenwording. Kohl gelooft in de waarde van goede persoonlijke contacten in de internationale politiek. Zijn vriendschappelijke relaties met zulke uiteenlopende collega's als Bush, Gorbatsjov, Mitterrand, Major, Gonzalez en Martens hebben daardoor ook functionele betekenis. Hoewel hij geen vreemde talen spreekt, en dus niet zonder tolken kan, cultiveert de kanselier deze vriendschappen ook in frequente telefonades. Een dergelijke vriendschap is heel snel ontstaan met de Britse premier Major. Maar die relatie, die zo volledig verschilt van de hopeloos moeilijke verstandverhouding met mevrouw Thatcher, kan ook te maken hebben met Kohls plannen om de Britse Conservatieven in Europa te winnen voor aansluiting bij de christen-democraten, bij voorbeeld eerst in het Europese Parlement in Straatsburg. Het CDA, dat aanvankelijk grote bedenkingen had tegen zo'n door anti-socialistische emoties genspireerde ontwikkeling, lijkt op dit stuk water bij de wijn te gaan doen. Het is jammer, nu Nederland per 1 juli het EG-voorzitterschap voor een half jaar op zich neemt, dat Kohls vroeger goede verstandhouding met premier Lubbers enigszins is bekoeld. Zoals niet zolang geleden bleek toen Lubbers, bij een laatste poging om de Oosteuropese ontwikkelingsbank in Nederland gevestigd te krijgen, zich vruchteloos tot Kohl wendde, die niet meer van andere afspraken met Londen en Parijs wilde afwijken. Naar het in Bonn heet, hebben vooral Lubbers' voortdurende vertogen over de inmiddels in een verdrag vastgelegde Oder-Neisselijn als definitieve Pools-Duitse grens bij Kohl enig kwaad bloed gezet. Hoewel de kanselier onlangs in de CDU-fractie moet hebben gezegd dat hij er “niet van wakker ligt” als buitenlandse politici als de Franse premier Cresson, haar Italiaanse collega Andreotti en Lubbers zich “op Duitse kosten willen profileren”. Nu Kohl en Mitterrand juist dinsdag nog eens hebben bevestigd dat zij in de tweede helft van dit jaar, dus als Nederland EG-voorzitter is, de Europese verdragen voor de Politieke en de Monetaire Unie klaar willen zien, krijgt Den Haag, en krijgen Lubbers en minister Van den Broek, “nu de last en de grote kans om er iets van te maken”, zegt een specialist van de CDU in de Bondsdag.