Dag Delta?

DE DERDE NOTA Waterhuishouding van Rijkswaterstaat. Alleen deze zes woorden al kunnen goed zijn voor een geeuw van vertrouwde verveling.

Maar toch, deze nota roept een paar fenomenale vragen op. Volgens de nota zullen de spuisluizen in de Haringvlietdam veel vaker moeten worden opengesteld dan nu het geval is. Het gevolg zal zijn dat bij vloed het zoute water van de Noordzee vrijelijk het Haringvliet binnenstroomt en het daar achter liggende Hollands Diep, dat het zelfs tot in de Biesbosch zal kunnen doordringen. De dam met spuisluizen heeft tot dusver drie taken gehad. De eerste was het beschermen van het achterliggende land- en watergebied tegen de gevolgen van een abnormale en levensbedreigende hoogwaterstand, zoals die zich door een samenloop van omstandigheden in 1953 had voorgedaan. De tweede taak was het scheppen van een zoetwaterbassin ten behoeve van industrie, land- en tuinbouw en de drinkwatervoorziening. De dam is wel de kraan van de Nederlandse waterhuishouding genoemd. De derde taak was het lozen van overtollig binnenwater - vandaar de spuisluizen, die dus bij vloed zijn gesloten. In het Nederlandse binnenwater heeft zich de afgelopen decennia een versterkte aanslibbing van de bodem voorgedaan. De vervuiling in het binnenwater is als gevolg van die aanslibbing op de bodem neergeslagen en vormt daar een permanente belasting van het milieu. DE MAATREGEL die in de Derde Nota wordt aangekondigd, roept de vraag op of Rijkswaterstaat de stroomversnelling die de openstelling van het Haringvliet in het binnenwater volgens verwachting zal veroorzaken, bewust wil opwekken om in de toekomst de aanslibbing op - en dus de vervuiling van - de bodem van het binnenwater tegen te gaan. Zou die vraag bevestigend worden beantwoord, dan leidt dat tot een volgende vraag: heeft de Haringvlietdam zelf (of hebben de Deltawerken in het algemeen) bijgedragen tot vertraging van de stroomsnelheid in het binnenwater en dus van de aanslibbing en de vervuiling van de bodem van dat binnenwater? Als ook die vraag bevestigend zou moeten worden beantwoord, volgt nog een vraag: zijn bij het ontwerp en de uitvoering van het Deltaplan de verlangzaming van de stroomsnelheid in het binnenwater en de gevolgen daarvan voorzien? Als die vraag ontkennend zou moeten worden beantwoord, heeft Rijkswaterstaat iets uit te leggen, want waar was het bij die Deltawerken allemaal ook weer om begonnen? Een open dam vraagt om een open Rijkswaterstaat.