Communistisch geloof in vrije markt; De Poolse officiele vakbond van destijds leeft nu van de ontevredenheid

WARSCHAU, 28 JUNI. Alfred Miodowicz, zo zeggen velen in Polen, belichaamt de nostalgie naar het verleden, toen het volk zweeg en de economie nog rustig voortvegeteerde in plaats van, zoals nu, het beeld te bieden van een combinatie van louter kwaden: een hard kapitalisme, grenzend aan economische anarchie, produktiedalingen, fabriekssluitingen, werkloosheid, inflatie, verpaupering.

Alfred Miodowicz was onder het socialisme, toen hij in het politburo van de partij zat, Polens meest impopulaire leider, en dat is hij nog. Maar niet bij iedereen: niet bij hen die terugverlangen naar het socialisme. Voor hen is Alfred Miodowicz een held. Dat van die nostalgie geeft Alfred Miodowicz toe. Nee, de rest niet, want, zegt hij, hij gelooft nu in de vrije markt. “Natuurlijk is er nostalgie. Maar het is nostalgie naar de positieve zaken van dat socialisme: sociale rechtvaardigheid, gelijke kansen, gegarandeerde banen, veiligheid op het werk”. Dat zijn zaken, zegt Alfred Miodowicz, die je onmogelijk kunt verwerpen. “Hoe harder het leven, hoe meer nostalgie. Maar dat is niet ons monopolie. Dat vind je overal.” Alfred Miodowicz ziet er, met zijn ruige rode gezicht en zijn grote handen en zijn arbeidersmentaliteit en zijn ronde omgangsvormen, nog altijd uit alsof hij zo achter smelterij nummer vier van de Lenin-staalfabrieken van Krak'ow vandaan komt, waar hij tien jaar geleden nog werkte, totdat het socialistische regime, kort nadat het in december 1981 met een staat van beleg een eind had gemaakt aan de vrije vakbond Solidariteit, de OPZZ oprichtte en Miodowicz achter die smelterij vandaan haalde, hem in een pak hees en hem voorzitter maakte. OPZZ staat voor Al-Poolse Alliantie van Vakverenigingen. Miljoenen die om ideologische of opportunistische redenen niet bij Solidariteit wilden horen, vonden een onderdak in de OPZZ. Na de val van het socialisme is hij het enige partijkopstuk geweest dat uit de scherven van het socialisme nog iets aardigs heeft kunnen redden, een functie die er sociaal toe doet: de OPZZ bleef bestaan, de OPZZ heeft zelfs zes miljoen leden - drie keer zoveel als Solidariteit - en Alfred Miodowicz is nog altijd voorzitter. De afgelopen twee jaar heeft Miodowicz zich een nieuw jasje aangemeten. De OPZZ heeft zich opgeworpen als de spreekbuis van de economisch benarde man in de straat: niet, zoals Solidariteit, gehinderd door enige loyaliteit ten aanzien van de huidige regering, kan de OPZZ zich hard en onverzoenlijk opstellen tegenover het hervormingsbeleid en garen spinnen bij de ontevredenheid onder de Polen. Miodowicz' bond kan zich onbelemmerd wijden aan het steken van spaken in het wiel van chef-hervormer Leszek Balcerowicz - en doet dat ook: stakingen worden bijna per definitie gesteund, eisen van arbeiders bijna per defintie onderschreven, en in haar dagelijkse uitlatingen wordt weliswaar gesteld dat de OPZZ de vrije-markteconomie steunt, de voorstellen die ze op tafel legt tonen gewoonlijk het tegendeel. En de bond vaart daar wel bij, want de ontevredenheid groeit razendsnel en een vakbond met weinig scrupules heeft een field day in Polen. Geen wonder dat voorstanders van de hervormingen de OPZZ zien als een gevaar voor de jonge democratie. Geen enkele partij, geen enkele sociale organisatie kan die hervormingen torpederen - behalve de OPZZ. Alfred Miodowicz kijkt van lelijke beschuldigingen niet op: hij is er al heel lang aan gewend. Het is niet waar, zegt hij, dat de OPZZ de vergaarbak is van diegenen die menen dat de oude orde kan terugkeren. “Die beschuldiging is afkomstig van de nieuwe machthebbers. Zij gebruiken dezelfde methoden als de oude macht vroeger: ze bevechten een partner door hem een etiket op te plakken.” Zijn mening over het nieuwe bewind is niet onverdeeld gunstig, zegt Miodowicz: “We zouden het best ten val kunnen brengen. Maar de ervaring leert ons dat we van een slechte regering geen goede regering kunnen maken. De markteconomie op zichzelf vindt hij niet verwerpelijk: “Dat is de logische richting” die Polen moet inslaan. “Alleen is de benadering van de regering naef. Ze heeft ons eerst beloofd dat die vrije markt er binnen een half jaar zou zijn, vervolgens dat het twee jaar zou duren, en nu blijkt dat de staatbedrijven nog jaren zullen domineren en dat we tot het jaar 2000 moeten wachten tot we resultaten zien.” Is er in zijn ogen nog wel verschil met Solidariteit? Wat zou hij een arbeider vertellen die aarzelt tussen de twee bonden? “Ik vraag hem wat hij wil. Wil hij dat zijn beroepsgroep wordt beschermd en dat de veiligheid op zijn werk optimaal is, dan moet hij OPZZ kiezen, want dat is wat we garanderen. Als hij de directeur of manager weg wil hebben, ongeacht diens prestaties of kwalificaties, dan moet hij bij Solidariteit gaan. Solidariteit heeft in de bedrijven de rol van de communistische partij overgenomen.” In de huidige economische toestand is de rol van een vakbeweging die zich bewust is van haar verantwoordelijkheid - en Miodowicz geeft hoog op van dat besef - niet makkelijk: de marges zijn klein. “Dat levert gevaren op,” zegt Miodowicz, en hij glimlacht als hij dat zegt. “Het levert het gevaar op van spontane acties, die niet door de vakbond worden georganiseerd. Jawel, dat levert me heel wat kopzorgen op. Sterker nog: het kan zelfs komen tot de oprichting van nieuwe, radicale vakbonden die geen gevoel van verantwoordelijkheid hebben. Daarom ben ik persoonlijk overal waar het tot problemen komt”, aldus Miodowicz. Hij verklaart daarmee een fenomeen dat veel Polen anders interpreteren: zij zien zijn aanwezigheid minder als een bewijs van zijn gevoel van verantwoordelijkheid dan als een bewijs dat hij de brandjes zelf sticht. Maar nee, zo mogen we dat niet zien, zegt Miodowicz: “Vakbondswerk is geen klappen uitdelen. Vakbondswerk is zoeken naar het redelijke compromis. En dat moeten beide partijen in een conflict leren. Dat valt niet mee, niemand is hier gewend concessies te doen. Ik moet in mijn werk nogal eens uitleggen dat niet elke werkgever een vijand is.” De regering, zegt Miodowicz, beseft niet hoe dramatisch de toestand eigenlijk is, hoe slecht de stemming, hoe groot de nood en de ontevredenheid. “De regering onderschat de dramatische toestand. Solidariteit heeft haar te lang een paraplu boven het hoofd gehouden.” In het overleg tussen regering en Solidariteit zijn na aanvankelijke strubbelingen een paar doorbraken bereikt. Miodowicz ziet daar een gevaar in: “Het is een nieuw fenomeen: het fenomeen van de gesimuleerde verandering. Het beleid van het doen alsof. Men spreekt iets af en rept van een succes. De OPZZ en Miodowicz worden door hun talrijke critici verdacht van politieke aspiraties: het partijenlandschap is een gatenkaas, er zijn veel partijen, maar geen ervan heeft een duidelijk en coherent programma. De OPZZ heeft als politieke groepering een duidelijker gewicht dan de meeste politieke partijen. Maar Miodowicz wil er niets van weten. We willen deze regering niet ten val brengen.” Alfred Miodowicz stelt zelfs Balcerowicz op prijs: Balcerowicz is een serieus man. “We willen ook hem niet ten val brengen”, zegt hij. En hij zegt: “Per slot van rekening: als de kassa leeg is ga je het slot niet vervangen.” En Alfred Miodowicz kijkt heel tevreden als hij dat zegt.