Bundels met cabaretteksten ; Per ongeluk een kwinkslag

Fons Jansen: Wat ik zeqgen wilde. Verzameld werk. Uitg. Bosch & Keunina 408 blz. Prlis f 39,50. Ivo de Wijs: Tour de Chant. Liedjes voor Jasperina. Uitg. Amber, 128 blz. Prijs f 17,50. Dick Poons (samenst.): De Taalmeesters. Uitg. Amber, 118 blz. Prijs f 17,50.

Fons Jansen was, toen hij niet meer optrad, naar eigen zeggen "opgehouden met bedenken en overgestapt op denken". Het bedenken kostte hem steeds meer moeite, naarmate hij zijn blik van de katholieke dogma's afwendde en de inrichting van de wereld beschouwde, verging hem het lachen. In zijn laatste theaterprogramma, Zullen we handhaven, presenteerde hij zich als iemand die steeds geneigd is "met een grap d'r tussenuit (te) knijpen" - en wie dat al van zichzelf zegt, is snel geneigd het maken van grappen maar helemaal op te geven. De laatste jaren schreef hij lichtfilosofische columns, waarin de aforistische zinswendingen niet meer voortvloeiden uit de noodzaak tot een kwinkslag, maar bijna per ongeluk uit zijn betoog ontstonden.

Bijna tegelijk met zijn overlijden, enkele weken geleden, verscheen zijn verzameld werk. Kick van der Veer, werkzaam bij het Nederlands Theaterinstituut, bracht daarin de scripts van de zes theaterprogramma's bijeen, aangevuld met columns en de tekst van een lang, informatief radio-interview dat Tony van Verre in 1987 met Fons Jansen maakte. De bundel maakt duidelijk welke ontwikkeling de cabaretier onderging: van vriendelijke spot op de kerk tot het getuigende, af en toe grimmige karakter van zijn laatste voorstelling. In vaktechnisch opzicht groeide hij; de eerste teksten ogen nu als een aaneenschakeling van (vaak al oude) moppen die hij vaardig aan zijn onderwerp had aangepast, terwij het latere werk veel meer in dienst staat van het betoog. Zorgeloze grappen kwamen er toen nauwelijks meer in voor. "Hoe meer ik nadenk over het leven," aldus een van zijn aforismen, "hoe sterker mijn vermoeden dat er een fout in de opgave zlt.

PRET

Ook uit de teksten die Ivo de Wijs bundelde in Tour de chant, een keus uit de liedjes die hij schreef, voor Jasperina de Jong, is een ontwikkeling af te lezen. In zijn eerstelingen staat de pret om de vormvaste speelsheid voorop, getypeerd door een adembenemend nummer dat geheel is opgebouwd uit grappen over verkeerde afbrekingen in krantekolommen. Later, vanaf de musical Fien, worden zulke hoogstandjes steeds vaker afgewisseld met nummers waarin emotie doorklinkt. De meest recente teksten tonen een voortreffelijk evenwicht, in liedjes als Veenbrand en Lachend loop ik weg uit m'n leven, over een nieuwe liefde in het leven van een vrouw van middelbare leeftijd, bereikt De Wijs met zijn muzikale rijmen en zijn bedrieglijk eenvoudige woordkeus af en toe het niveau van Broadway-auteurs als Cole Porter en Ira Gershwin.

Werk van Ivo de Wijs staat ook in het boekje De Taalmeesters, waarin Dick Poons een selectie maakte uit het gelijknamige tv-programma. Er staan veel aforismen in, die op papier vaak een nogal bleke indruk maken. Het aardigst vind ik de literaire pastiches: Johan Anthierens die een tekst ontwierp voor het antwoordapparaat van Louis Paul Boon, Nico Scheepmaker die een contactadvertentie verzon voor Maarten 't Hart, Brigitte Raskin die het ruige proza van Herman Brusselmans persifleerde, Marijke Howeler die een overspannen tekst a la Martin Ros maakte en Levi Weemoedt die een stukje J.M.A. Biesheuvel schreef: "O, o, wat is alles toch verschrikkelijk...'!