Bezuinigingen EVD treffen handel tussen Nederland en Groot-Brittannie; Markt dicteert Kamers van Koophandel

AMSTERDAM, 28 JUNI. Directeur Rex Kingsley van de Nederlands-Britse Kamer van Koophandel (NBCC) is een voortvarende Brit. Reeds enkele maanden na zijn aantreden in december presenteerde hij het business-plan Into the nineties. Want ook voor Kamers van Koophandel geldt tegenwoordig dat de markt dicteert. Voor Kingsley (53), die als topmanager in de industrie zijn sporen verdiende, een reden te meer de nieuwe uitdaging aan te gaan. Toch is hij onaangenaam verrast door de recente aankondiging dat de Economische Voorlichtingsdienst (EVD) van het ministerie van economische zaken in Den Haag zijn activiteiten in West-Europa op het gebied van de exportbevordering sterk inkrimpt. De EVD is tenslotte een belangrijke opdrachtgever van NBCC. “Ook de Nederlandse export naar Groot-Brittannie zal de gevolgen ondervinden,” voorspelt Kingsley. “Ik begrijp dat overheden hun budgetten moeten inkrimpen, maar dit is wel erg drastisch.”

De handel tussen Nederland en Groot-Brittannie is de afgelopen jaren sterk toegenomen. De afgelopen tien jaar was zelfs sprake van bijna een verdrievoudiging. Het Verenigd Koninkrijk is de derde exportmarkt voor Nederland, terwijl ook het omgekeerde geldt. In 1980 bedroeg de gezamenlijke goederenexport 23,4 miljard gulden. Vorig jaar was dat al 59,1 miljard. Het gaat om een breed scala aan produkten. Sinds 1985 is de balans steeds meer omgeslagen in het voordeel van Nederland. In 1990 exporteerde ons land voor bijna 35 miljard gulden aan goederen naar het Verenigd Koninkrijk, terwijl de Britten voor ruim 24 miljard gulden aan Nederland verkochten. De groei in de handelscijfers wordt weerspiegeld in de hoeveelheid werk voor de Nederlands-Britse Kamer van Koophandel. “Het aantal verzoeken van ondernemers is de laatste tijd opgelopen tot vijftienhonderd per maand,” aldus Kingsley die even in Amsterdam is voor een bijeenkomst met de Amsterdamse Kamer van Koophandel. Juist kleine en middelgrote Nederlandse en Britse ondernemers met ambities om te exporteren wenden zich volgens Kingsley tot de NBCC. Het wegvallen van opdrachten van de EVD is een gevoelige klap. De NBCC krijgt op contractbasis jaarlijks een vergoeding die mede afhankelijk is van het voor de EVD verrichte werk. Het jaar 1990 moest al met een klein tekort worden afgesloten, omdat geen exportpromotie-activiteiten voor de EVD meer werden uitgevoerd. Een deel van zijn inkomsten krijgt de NBCC uit afdrachten van leden-ondernemers. Volgens Kingsley moet het business-plan na de recente aankondiging over drastische bezuinigingen bij de EVD worden aangepast. Inkrimping van de vaste staf van negentien man is onvermijdelijk. “We zullen daarom niet meer in staat zijn de routine-diensten te verlenen die vooral voor het midden- en kleinbedrijf belangrijk zijn. Het is eigenlijk bizar, want mede door de komst van de Europese markt doet men steeds vaker een beroep op ons.” De NBCC zal nog meer dan aanvankelijk de bedoeling was als een adviesbureau werken. Kingsley:“We maken nu al surveys en doen marktonderzoeken en sectoranalyses. Die activiteiten zullen we toesnijden op specifieke ondernemingen die daarom vragen en ervoor betalen. We zullen ook workshops organiseren voor ondernemers. Door onze banden met de ondernemerswereld kunnen we daarvoor alle mogelijke deskundigheid aantrekken.” Dat de kleine ondernemingen in het gedrang kunnen komen, lijkt 'groten' als Shell, Unilever, Amro en ICI, die de Kamer van Koophandel minder nodig hebben, enigszins te verontrusten. Het midden- en kleinbedrijf is vaak hun toeleverancier. De 'groten' sponsoren in elk geval de festiviteiten rond het honderdjarig bestaan van de Nederlands-Britse Kamer. Om te overleven zal de NBCC ook samenwerking zoeken met plaatselijke Kamers van Koophandel. “Wijzelf fungeren dan als een soort paraplu-organisatie.” Kingsley beseft dat hij ook voor eigen parochie preekt. Maar hij meent goede argumenten te hebben om het departement van economische zaken ervan te weerhouden al te drastisch in de EVD te snijden. “De competitie tussen landen wordt steeds harder. Neem Frankrijk. Dat voert ronduit een agressief beleid. De Kanaaltunnel zal een hele nieuwe dimensie toevoegen. De Britse kust is straks dichterbij de Franse kust dan Parijs. Nederland als distributiecentrum is dan niet meer vanzelfsprekend. Exportbevordering moet net als in andere landen een zaak van public private partnership zijn.” De Nederlandse ambassade in Londen is volgens Kingsley ook niet erg gelukkig met de voornemens ten aanzien van de EVD. “Nu nog worden talrijke verzoeken van het bedrijfsleven aan de ambassade om informatie naar ons doorverwezen.”.