AVR bouwt vierde oven chemieafval in Botlek

DEN HAAG, 28 JUNI. AVR Chemie in Rotterdam-Botlek zal een vierde verbrandingsoven bouwen voor de verwerking van chemisch afval. Dit blijkt uit een brief die minister Alders (milieubeheer) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Uitbreiding van de verbrandingscapaciteit voor chemisch afval is volgens de minister op korte termijn noodzakelijk. Op dit moment beschikt AVR Chemie, een zusterbedrijf van Afvalverwerking Rijnmond, over twee draaitrommelovens. De derde oven komt volgend jaar gereed en de vierde zou dan in 1994 beschikbaar kunnen komen. Met zijn keuze voor uitbreiding van AVR Chemie wijkt Alders af van een advies van burgemeester mr A. Staatsen van Groningen. Staatsen, die vroeger plaatsvervangend directeur-generaal milieuhygiene op het ministerie van VROM was, deed vorig jaar op verzoek van Alders een onderzoek naar de mogelijkheden de verbrandingscapaciteit voor chemisch afval in Nederland uit te breiden. Hij adviseerde de minister in oktober de monopoliepositie van AVR Chemie op dit gebied te doorbreken en een tweede bedrijf de afvaloven te laten bouwen. Hij noemde het ontwerp van de bedrijvencombinatie Heidemij reststoffendiensten HDR-Westab. Volgens Staatsen heeft AVR Chemie de te verwerken hoeveelheid chemisch afval jarenlang onderschat en is dat vooral de oorzaak van de huidige ondercapaciteit. Uit de brief van Alders aan de Kamer blijkt dat AVR Chemie nu bereid is tot de bouw van een vierde oven. De minister beschouwt de verwijdering van afval als een nutsfunctie en vindt zeker de eindverwerking van chemisch afval dermate cruciaal dat de overheid daarbij betrokken moet zijn. Het rijk (10 procent), de gemeente Rotterdam (45 procent) en acht bedrijven (Akzo, Dow Chemical, Du Pont, Hoechst, Hoogovens, Shell, DSM en Unilever, samen eveneens 45 procent) werken in AVR Chemie samen. Het is de bedoeling dat de positie van de rijksoverheid binnen AVR Chemie nog wordt versterkt.