Amerikanen verbijsterd over flexibele narcotica-brigade

AMSTERDAM, 28 JUNI. “Doet u morgen uw badge op”, verzoekt Andre Hoekema de deelnemers aan het International Conference of Law and Society. “We zullen aan de deur voor politie spelen op z'n Nederlands: flexibel, maar effectief.” De congresgangers in de aula van de Universiteit van Amsterdam lachen beleefd. Ruim duizend bezoekers kunnen in vier dagen aan meer dan tweehonderd werkgroepen deelnemen, over analyses over 'undercover-activiteiten' tot kritiek op 'straf als middel in het drugsbeleid'.

Vooral ten aanzien van het Nederlandse drugsbeleid blijkt dat buitenlanders moeite hebben te begrijpen wat 'flexibel en effectief' politieoptreden inhoudt. Een hoofdinspecteur van de Amsterdamse narcoticabrigade probeert voor een internationaal gehoor van rechtswetenschappers dit beleid uit te leggen: “Inderdaad, je kunt hier openlijk marihuana in een koffiehuis kopen. Nee, de handel in drugs is verboden. Ja, ook de handel in cannabisprodukten. Nee, tegen die koffiehuizen doen we niks, behalve wanneer ze aan minderjarigen verkopen. Nee, echt checken of ze dat doen, doen we niet.” Ongelovig schudt men zijn hoofd. Wanneer als straf voor de handel in cocane negen jaar wordt genoemd, na een vangst van honderd kilo, gaat het ongeloof over in verbijstering. “Twintig jaar”, vermoedt een Canadese criminologe dat de dealer in haar land had gekregen. “Levenslang”, weet haar Amerikaanse collega. Het optreden van de Amerikaanse politie kan inderdaad nauwelijks flexibel worden genoemd. Een van de organisatoren toont een tekst van de coordinator van de Amerikaanse narcoticapolitie in Den Haag. Daarin wordt bepleit de oorlog te verklaren aan de vijf miljoen Amerikanen, als het moet aan vijftien miljoen, die cocane gebruiken. De overheid moet haar aandacht verleggen van de aanvoer van drugs naar de vraag ernaar. Tegen de meerderheid van blanke witte-boordengebruikers moeten de zwaarste straffen in stelling worden gebracht. Dat een meerderheid van gebruikers niemand problemen geeft - er wordt in de VS geen onderscheid tussen soft- en harddrugs gemaakt - is daarbij niet van belang. Een onderzoeker schetst hoe ver de 'war on drugs' al is gevorderd. De politie is een 'bezettingsmacht' geworden in sommige getto's, waar met high-tech-middelen wordt gesurveilleerd, waar undercover-operaties standaardprocedure zijn en waar mensen op grond van 'profiles' worden opgepakt en gevisiteerd. Ook is men in sommige staten van Amerika ertoe overgegaan van mensen die drugs verhandelen goederen in beslag te nemen. Een Mercedes wordt afgenomen en de eigenaar moet maar bewijzen dat hij die niet uit de handel in 'illicit drugs' heeft verkregen. Ook gebruikers worden in deze oorlog hard aangepakt. Hun rijbewijzen worden afgenomen, hun huizen in beslag genomen, ze worden uit de ouderlijke macht ontzet, tot dwangverpleging veroordeeld. Om te voorkomen dat het ooit zover komt, moeten studenten voor een studielening een eed afleggen dat ze geen drugs zullen gebruiken. Scholen en universiteiten moeten zich binden aan een gouvernementeel 'indoctrinatie-beleid'. En in toenemende mate worden werknemers verplicht hun urine te laten controleren op druggebruik. Big Brother in Amerika is big, clean en weinig flexibel, maar helaas, zo constateert men, effect sorteert hij niet.