Afgerukte hand op Poetry-avond van het lange gedicht; De Waard orgelt als een Russin

ROTTERDAM, 28 juni. Uitroeptekens zijn moeilijk voor te lezen, bleek deze week. Uitroeptekens moet je durven. Op de vierde voorleesavond van Poetry International was er voor het eerst iemand die erin slaagde elk uitroepteken uit te spreken en hij spaarde zichzelf in dat opzicht niet: K. Michel, dichter van de bundel Ja! Naakt als de stenen. “Dichter!” las hij, “Kam je haar, poets je schoenen!- Trek je innerlijk aan!” Hij eindigde met een krachtig: “Aap! Noot! Mies! Aap! Noot! Mies!”

Eigenlijk haalden alle dichters die gisteravond optraden het uiterste uit hun voordracht, ieder op zijn of haar eigen manier. Elly de Waard bijvoorbeeld kan orgelen als een Russin, en bezit, volgens presentator Jan Eijkelboom 'een hartstocht die zeldzaam is in dit land'. Bovendien, zei hij, is zij ook helemaal niet humorloos, zoals sommigen denken. Om dat te demonstreren las hij een gedicht van haar voor. De Waard zelf las dat gedicht ook. Toen hoorde je eigenlijk pas dat het een geestig gedicht was. En ja, ook het 'geraffineerde binnenrijm' sprong plotseling grappig door de regels. Als er geen geraffineerd binnenrijm is, en eigenlijk helemaal niets geraffineerds, zoals in het geval van de Indonesische dichter W.S. Rendra, kan voordracht de zaak ook niet redden. Hij zette verschillende stemmen op, wisselde hard en zacht af, gaf woorden een veelbetekenende nadruk (helaas beheersen maar zo weinig mensen het Bahasa) en deed kortom alles om ons te laten vergeten dat het toch behoorlijk vervelende regels waren die hij voorlas: “Ik heb een hekel aan een levensorde- die het volk gevangen houdt tot krachteloosheid” of “ik zie- de ontwikkelde landen economische hulp geven,- met als resultaat,- dat veel onderdanen in de derde wereld- hun land kwijt raken”. Twintig minuten lang sprak hij als een wederopgestane Multatuli. In vertaling duurde de toespraak zeven minuten. Helemaal was deze avond de avond van het lange gedicht. De Canadees Patrick Lane vertelde een bladzijdenlange geschiedenis over iemand met een afgerukte hand die in een emmer met ijs meegevoerd werd naar het ziekenhuis maar daar konden ze die hand niet gebruiken en tja wat doe je er dan mee, misschien begraven, maar nee waarom zou je, tis alleen maar een hand en u moet begrijpen - enfin. Hij bewoog er suggestief bij met zijn handen opdat we alles begrepen zoals het bedoeld was. Het was, op deze hevige avond, prettig rustig om Iskandar-i Khatlon uit Tadjikistan stil en ernstig dingen te horen zeggen als “Ik rouw om de miertjes- laat mij in mijn droefheid niet alleen”. Vanavond vanaf 20.00 uur in de Doelen: Toon Tellegen (Nederland); Syl Cheney-Coker (Sierra Leone), Yang Lian (China), Tonnus Oosterhoff (Nederland). Na de pauze presentatie van het aan Bert Schierbeek gewijde vertaalproject.