Achter het Vrijheidsbeeld gaat een tobberig land schuil; Ook in VS nieuwe orde scheppen

Yankee stay here stond er op een bord in Israel toen de Amerikaanse batterijen van de Patriot-raketten weer terug moesten. In vele landen is het niet anders. Ook in Koerdistan, in sommige landen aan de Golf, in West-Europa, in Ethiopie, in Angola, in Oosteuropese landen en zelfs in de Sovjet-Unie hopen burgers en bestuurders op bijstand van de Verenigde Staten te kunnen rekenen. Tekenend is in dit verband dat Boris Jeltsin, de nieuwe Russische president daags na zijn verkiezingsoverwinning naar de hoofdstad van het land van het Vrijheidsbeeld reisde. Daar in Washington bij het memorial van Abraham Lincoln, Amerika's meest vereerde president probeerde hij minstens zo veel positieve reactie van het Amerikaanse publiek uit te lokken als zijn rivaal Gorbatsjov vorig jaar. Televisiebeelden daarvan doen het kennelijk goed in Moskou.

Inmiddels hebben ook vele Sovjet-functionarissen stage gelopen bij het Amerikaanse Congres, de werking van het Amerikaanse overheidssysteem bekeken en studie gemaakt van de sturing van de papierstroom in de Amerikaanse regering. Bovendien ging de Sovjet-econoom Javlinski ging voor een herstelplan naar Harvard en bestormden Sovjet-ambtenaren de Federal Trade Commission met de vraag waarom hun Amerikaanse tegenvoeters als echte kapitalisten niet meer risico's met de Sovjet-economie durven nemen. Sovjet-president Gorbatsjov wil Amerikaanse leiding bij het redden van de economie van zijn land, de Koerden wensen Amerikaanse bescherming tegen de dodelijke listen en lagen van Saddam terwijl ook de Westeuropese zich door de Golfcrisis beseffen dat Amerikaanse leiderschap nodig is, ook al is de koude oorlog voorbij. President Bush spreekt nu over een nieuwe wereldorde. Die houdt in feite echter niets meer in dan de uitbreiding van de Oude Wereldorde waar Amerika de baas is. Iedereen wil immers op politieke en economische steun van en eventueel ingrijpen door Amerika kunnen rekenen. Zuidamerikaanse landen vragen daar evenzeer om als Afrikaanse en op steun van Moskou voor antiwesters anti-kolonialisme kan niemand meer rekenen. Eigenlijk zou dit 'einde van de geschiedenis' waarbij Amerika zowel ideologisch als militair als politiek aan de spits staat, veel vreugde in Washington moeten scheppen. Daarvan blijkt echter niet veel want Amerika is nog steeds niet uit de overgangsjaren die in de jaren zeventig begonnen en tobt nog altijd. Terwijl de Verenigde Staten voor de Sovjet-Unie en Oost-Europa het grote democcratische, kapitalistische voorbeeld zijn klagen de Amerikanen over hun Congres dat door campagnebijdragen van belangengroepen gecorrumpeerd is en over het verlies van economisch overwicht aan Japan en Duitsland. Ondanks de glorieuze overwinning op Irak kan president Bush niet snel genoeg de plaats poetsen uit Noord-Irak. Zijn Nieuwe Wereldorde houdt al op bij de directe slachtoffers van de oorlog tegen Irak: de Koerden. Hij is door de Europese bondgenoten in de rol van beschermheer gedrukt. Na lang tegenstribbelen kon hij er niet meer onderuit. Het is te simpel om dit vluchtgedrag aan een Vietnamtrauma te wijten. Het is ook keihard realisme. Niemand wil de herinnering aan de geslaagde militaire onderneming tegen Irak verzuren met een slechte afloop in Noord-Irak. President Bush kent de gevoelens van zijn landgenoten en voelt meer voor korte, gerichte militaire slagen met een duidelijk eind, zoals in de Filippijnen, Panama, Liberia, Somalie en in de Golf en eventueel opnieuw in Irak om nucleaire opslagplaatsen te bombarderen. Maar van grotere operaties als het economisch herstel van Oost-Europa, wil hij niet weten. Toch wordt hij ook daar, zonder dat hij het beseft, in een verantwoordelijke positie gelokt. Eerst wilde hij Gorbatsjov niet uitnodigen op de top van de Groep van Zeven grootste gendustrialiseerde landen (15-17 juli) in Londen. Maar nu hij de aanwezigheid van de Russische leider met tegenzin heeft aanvaard kan hij hem in Londen niet laten afgaan als hij aan de G7 zijn plan presenteert. Die Amerikaanse tegenzin is begrijpelijk want de nood in het buitenland strijdt met die in Amerika zelf. Peter Jennings, presentator van het meest bekeken ABC-avondnieuws, wijdt al twee weken - avond aan avond - aandacht aan de twaalf miljoen Amerikaanse kinderen die onder de officiele armoedegrens leven, ondervoed zijn en veelal honger lijden. “We kwamen op het idee van dit onderwerp, toen we Koerden gingen helpen. Waarom de Amerikaanse kinderen niet?”, legde Jennings uit tijdens een van de uitzendingen. Een gemengd Democratisch-Republikeinse commissie onder voorzitterschap van de Democratische Senator Jay Rockefeller heeft geconstateerd dat er vierenzestig miljard dollar nodig is om de verarmde kinderen er bovenop te helpen. Rockefeller, erfgenaam van een groot familiefortuin, wil ook zelf president worden en vertelt graag het verhaal dat hij te elitair en te internationaal is opgevoed. “Zo ga je sympathiseren met de mensen die in andere landen de leiding in handen hebben, terwijl je vergeet wat er in je eigen land aan de hand is”, zegt hij. Daarom begon hij met vrijwilligerswerk onder de armen in West-Virginia en raakte hij bevrijd van het American Wasp etiket. Een hele reeks schrijvers en commentatoren heeft nu de strijd met het internationalisme aangebonden. “De scheidsmuur tussen de noden van de natie thuis en haar ambities in het buitenland is tegelijkertijd bizar en gevaarlijk”, schreef Alan Tonelson in Atlantic Monthly. “Welke gebieden zijn echt 'vitaal' voor de veiligheid van de Verenigde Staten? Zouden onze scholen en sloppen hoog op de lijst staan?”, schreef de tachtigjarige politieke columnist James Reston in een groot artikel in de New York Times. “Amerika's middelen zijn beperkt en moeten niet worden verspild aan onwillige mensen die liever vechten dan eten”. Tijdens een bijeenkomst van de Eurogroep van de Navo deze week waarschuwde Thomas Eagleburger, onderminister van buitenlandse zaken, dat het in afwezigheid van een directe dreiging moeilijk was om bij de Amerikanen “de lessen van de geschiedenis” levend te houden. “Als de kwade dreiging er niet meer is, dan zal hier de verleiding ontstaan om onze overzeese verplichtingen te verlaten, speciaal voor bondgenoten die minstens zo rijk zijn als wijzelf en speciaal in een tijd dat onze binnenlandse problemen aandacht vragen en beslag te leggen op die zelfde schaarse middelen”. De visie dat Amerika van nature geschapen is om de wereld te leiden, verliest terrein. Volgens Joseph Nye, hoogleraar aan Harvard en schrijver van het boek “Bound to Lead”, zet slechts een paar procent extra belastingheffing Amerika weer aan de top van de wereld. Maar juist met die belastingheffing is het zo moeilijk. Volgens Henry Aaron (econoom aan het Brookings-instituut) heeft de Amerikaanse middenklasse haar inkomens sinds 1973 niet meer reeel zien stijgen. Belastingverhogingen kunnen dus niet komen uit inkomensgroei. De Amerikanen moeten al steeds meer betalen voor hun lokale overheden. Het is moeilijk afscheid nemen van een wereld, waar men slechts de yankee al of niet kritisch hoeft te volgen. Amerika ontleent macht aan de mondiale verlatingsangst. De koers van het Witte Huis is nu die van gratis globalisme: wel leiden maar niet betalen. President Bush komt er een heel eind mee. De Golfoorlog is geheel door Arabische landen, Duitsers en Japanners gefinancierd. Volgens sommige berekeningen - elke kostenraming is arbitrair - hebben de Amerikanen zelfs winst gemaakt. Dit financiele succes, dat zelfs tot een tijdelijk overschot op de betalingsbalans leidde, dient als model voor Amerikaanse politieke ondernemingen in Latijns-Amerika. In overlegorganen worden de zakken van de bondgenoten uitgeklopt voor Amerikaanse politieke doeleinden. De collectant is niet meer een vriendelijke heer met een dikke geldbuidel en een groot kanon maar een besnorde bullebak met een kinderbeursje, de onderminister van Financien, David Mulford. De Japanners, die economisch profijt hebben van hun geringe militaire inspanningen en globale verplichtingen, zwichten altijd het eerst. Europese spotters noemen het een nieuwe versie van collectief leiderschap: “America leads and America collects”. Ze doen toch meestal mee, want wee de wereld als de yank vertrekt, maar de eerste barsten in deze Oude Wereldorde zijn al zichtbaar.