VVD-Kamerlid Koning gaat naar Rekenkamer

DEN HAAG, 27 JUNI. Het Tweede-Kamerlid en oud-staatssecretaris van financien mr. H.E. Koning (VVD) is vanmiddag door de Kamer bij de Kroon voorgedragen om tot lid van de Rekenkamer te worden benoemd. Hij heeft een aanzienlijke kans om dit najaar door de Kroon ook tot president te worden benoemd.

De Kamer wijkt daarmee af van de aanbeveling van de Rekenkamer, die mevrouw mr. L. de Bruin, vice-president van de de Rotterdamse rechtbank, had voorgedragen. Koning heeft niet gesolliciteerd maar is gevraagd door de VVD-fractie, toen bleek dat het CDA er niet in slaagde om een kandidaat te vinden van voldoende gewicht. Op de aanbevelingslijst van zes kandidaten stonden weliswaar twee CDA-leden die volgens een bron in de Commissie voor de rijksuitgaven “in beginsel benoembaar” zijn. Maar de commissie vond hen niet geschikt voor het presidentschap. De Rekenkamer bestaat uit drie leden. Op dit moment zijn de PvdA'er Stuiveling en de D66'er Engwirda lid. De CDA'er Kordes treedt per 1 november af. De onafhankelijke Rekenkamer controleert de uitgaven van het rijk op rechtmatigheid en doelmatigheid.

Pag. 3

Benoeming Rekenkamer

Naar verluidt heeft D66 tot gisteravond laat geprobeerd om de sollicitatieprocedure te heropenen, toen duidelijk werd dat de VVD'er Koning als compromis-kandidaat met steun van CDA en PvdA naar voren werd geschoven. Bij D66 werd het niet passend geacht om te elfder ure, uit eigen kring en buiten de aanbevelingsprocedure om, een kandidaat te benoemen die als lid van de Rekenkamer ook het handelen van de Tweede Kamer zou moeten controleren. Die partij had bovendien de indruk dat Koning alleen lid wilde worden als hij zeker kon zijn van het presidentschap. Bij de VVD wordt dat ontkend, maar CDA en VVD geven toe dat het wel de bedoeling is dat Koning in november ook president wordt. In het voordeel van Koning speelt dat de VVD geen enkel voorzitterschap in een Hoog College van Staat bezet. Bij de zittende leden heeft Stuiveling de oudste rechten; zij is langer lid dan Engwirda. Bij D66 wordt opgemerkt dat deze partij niet rijk is gezegend met hoge posten in het binnenlands bestuur. Ook de PvdA vindt dat er van een achterstand sprake is. De benoeming van de PvdA'er Tjeenk Willink als voorzitter van de Eerste Kamer wordt hooguit “een begin” gevonden. Niet zonder relevantie is dat de minister die de benoeming voorbereidt de PvdA'er Dales (binnenlandse zaken) is. Bij het CDA worden deze complicaties erkend en vervolgens gebruikt om Koning als compromis-kandidaat te verdedigen. De grote fracties wijzen er allemaal op dat de keuze voor een eigen kandidaat door de Comptabiliteitswet wordt toegelaten.