Thatcher geselt Lagerhuis als vanouds

LONDEN, 27 JUNI. Het kapsel was iets minder onberispelijk, de plaats van optreden drie rijen terug, maar afgezien daarvan was het Lagerhuis gistermiddag heel even als vroeger: ineengekrompen onder de gesel van Margaret Thatchers woorden. Het onderwerp was Europa en aan beide zijden van het Huis hadden de zwaargewichten zich in volle omvang in stelling gebracht voor het schouwspel: Edward Heath en Nigel Lawson aan regeringszijde, Denis Healey aan oppositiezijde. Zou ze wel of zou ze niet? Mevrouw Thatcher had, na alle kritiek op haar ondermijnende acties in de Verenigde Staten, geaarzeld over dit optreden. Er zat, zeiden vrienden gisteren al, “een kant-en-klare toespraak in haar handtas”. Gistermiddag ging de knip alsnog open. Voor het eerst na haar gedwongen vertrek in november 1990 verrees Thatcher bij het onderwerp Europa en gaf haar opvolger te kennen dat zijn concessies in Europa ver genoeg gegaan zijn. Toen verzekerde ze hem van haar volle steun.

“Ik heb naar het gezicht van de premier gekeken, toen ze dat deed”, zei Denis Healey later in het debat. “Ik heb nog nooit zo'n sombere uitdrukking gezien. Het is de steun van de strop voor de gehangene.” In een gepassioneerde toespraak, die haar partijgenoten onwillekeurig tot herhaalde bijval leek te brengen, waarschuwde Thatcher dat het ontwerp-EG-verdrag dat dit weekeinde in Luxemburg op tafel ligt, “de grootste abdicatie van nationale macht en soevereiniteit in onze geschiedenis” in zich bergt. De Britten waren in hun toenadering tot Europa al ver genoeg gegaan. De claim van de federalisten, dat een federaal Europa betekent dat Brussel bevoegdheden zal spreiden naar de regeringen van de deelnemende naties, was onaanvaardbaar. “Wj kiezen welke bevoegdheden wj afstaan aan de Gemeenschap en niet andersom.” Thatcher ging door: “Wat er nu op tafel ligt is een enorme uitbreiding van de macht en bevoegdheden van de Commissie op bijna elk gebied van ons bestaan als natie. Er zijn mensen die aanvoeren dat de veranderingen die in de ontwerp-verdragen in Luxemburg op tafel liggen, nog in geen jaren werkelijkheid worden, zodat we ons geen zorgen hoeven te maken. Dat is een heel gevaarlijke opstelling, omdat we die bevoegdheden, als we ze eenmaal hebben weggegeven, nooit zouden kunnen terugbrengen.” Premier Major, op de regeringsbank vooraan, zweeg. Dat versterkte, zolang Thatchers rozerode gestalte het toneel beheerste, de indruk dat hij eigenlijk op haar plaats zat. Het werd aan minister van buitenlandse zaken Douglas Hurd overgelaten om het standpunt van de regering - de huidige regering - uit te dragen. Kalm en beheerst, grappen makend over de ruzie tussen Edward Heath en Margaret Thatcher als over “een treffen van de goden, dat de aandacht afleidt van de held in het gevecht op aarde”, verwelkomde hij de kans om de discussie “terug te brengen tot de werkelijkheid”. Hurd verzekerde het Lagerhuis dat dit weekeinde in Luxemburg geen cruciale besluiten zal vergen. De regering zal het parlement vooralsnog niet voorstellen een enkelvoudige Europese munt te aanvaarden en ze is “diepgaand sceptisch” over monetaire eenwording. Maar ze wil ook niet in een soort “mopperend isolement” gedrukt worden, aldus Hurd. Edward Heath vermeed een directe confrontatie met Thatchers uitlatingen, naar hij later zei omdat het debat in het Lagerhuis “toch al in mijn voordeel uitviel”.