STE voorziet grote stroom meldingen van aandelenbezit; Misbruik van voorwetenschap straks beter te betrappen

AMSTERDAM, 27 JUNI. De Stichting Toezicht Effectenverkeer - de geprivatiseerde toezichthouder op de Amsterdamse beurs - verwacht tussen de 1000 en 2000 aanmeldingen van belangen van 5 procent of meer in de 280 beursgenoteerde ondernemingen zodra de Wet melding zeggenschap in werking treedt.

Deze verwachting is gebaseerd op de ervaringen in Belgie, waar na de schrik rond Carlo de Benedetti's overval op de Generale Maatschappij de Europese richtlijn met betrekking tot melding van aandelenbezit in hoog tempo is ingevoerd. In Nederland wordt de op deze richtlijn gebaseerde Wet melding zeggenschap na het zomerreces door de Eerste Kamer behandeld. De verwachting is dat de verplichting om belangen te melden per 1 november in zal gaan, waarna beleggers 30 dagen de tijd hebben het betreffende beursfonds en de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) van hun belangen op de hoogte te stellen. Omdat het in verband met bijvoorbeeld stemrecht beperkende bepalingen in de statuten van ondernemingen niet altijd eenvoudig is vast te stellen hoeveel procent van de stemmen of van het aandelenkapitaal wordt gehouden, zal de STE voor die tijd een uitgebreide op de professionele markt toegespitste brochure uitgeven, aldus STE-secretaris mr E.E. Canneman. Wie zijn belang of de mutatie daarin straks niet meldt, staat bloot aan civielrechtelijke sancties en het stemrecht op de betreffende aandelen kan teloor gaan. De STE krijgt behalve met de Wet melding zeggenschap ook te maken met de nieuwe Wet toezicht effectenverkeer die naar verwachting binnenkort in werking zal treden. Die nieuwe wet zal onder andere het onderzoek naar misbruik van voorwetenschap vergemakkelijken. Tot op heden werd dit onderzoek geremd door de privacy-bescherming van de Wet persoonsregistratie. Het controlebureau van de beurs kon op basis daarvan eigenlijk alleen personen aanpakken die de modelcode hadden getekend. Straks kan het controlebureau in opdracht van de STE alle transacties die op een bepaalde dag in een beursfonds werden gedaan, traceren tot de opdrachtgever. Vorig jaar is in Amsterdam alleen in het geval Gelderse Papier aangifte gedaan van vermoeden van misbruik bij de officier van justitie en de Economische Controledienst. Voorts heeft de officier van justitie in het geval van Center Parcs een klacht geseponeerd omdat de betreffende man door de openbaarwording al genoeg gestraft werd geacht. Verder is de aanpak van misbruik slechts indirect in het nieuws geweest doordat de ambtenaren van de Economische Controle Dienst in actie kwamen tegen het inperken van de vergoeding voor het gebruik van hun prive-auto's voor hun werk. In het jaarverslag over 1990 toont de STE zich bezorgd over de gevolgen van de fusies van grote marktpartijen voor het functioneren van de effectenbeurs. “Mede naar aanelding van een aantal grote fusies, welke hebben geleid tot instellingen die een veelheid aan financiele dienstverlening aanbieden, dient het vraagstuk van functie- c.q. belangenvermenging te worden onderzocht,” aldus de STE. Vooral de fusie van NMB-Postbank en de grootste bezitter van Nederlandse aandelen, verzekeraar Nationale Nederlanden, heeft vragen opgeroepen omtrent het scheiden van belangen tussen bemiddelende, adviserende, uitgevende en beleggende instellingen. Deze discussie werd nog aangescherpt toen NMB-bestuurder Soetekouw prive aandeelhouder bleek te zijn in het door de bank op de beurs gentroduceerde automatiseringsfonds Newtron, dat vlak na introduktie tal van tegenvallers moest melden. Onlangs werd ook de opkomst van de banque d'affaires, een bank die optreedt als aandeelhouder in ondernemingen, in Nederland voorspeld door ABN-Amro bestuurder mr L.D. de Bievre. Volgens Canneman roept deregulering, als bijvoorbeeld het opheffen van het struktuurbeleid dat de werkterreinen van banken en verzekeraars afbakent, op haar beurt weer de noodzaak op van regelgeving ten aanzien van het handelen van die alomvattende instellingen op. Hij wijst in dat verband op ervaring in het Verenigd Koninkrijk, waar na de liberaliserende “Big Bang” ook nieuwe regelgeving nodig bleek. De STE schetst in het jaarverslag de positie van de Amsterdamse beurs in Europees perspektief. Op alle beurzen geldt volgens de STE dat het aandeel van institutionele beleggers, als pensioenfondsen en verzekeraars, toeneemt ten opzichte van dat van de particuliere beleggers. Zelfs in het Verenigd Koninkrijk waar de vorige premier via privatisering van staatsbedrijven beoogde de middenklassen tot aandeelhouders te maken, blijkt dat het geval. Slechts de optiebeurzen mogen zich in de toenemende belangstelling van particulieren verheugen. De STE waarschuwt dat het belang van de particuliere client voor de handel niet mag worden onderschat. Beurzen zullen in toenemende mate internationaal moeten concurreren. Het begrip thuismarkt raakt achterhaald, zo stelt de STE. Op de Amerikaanse Nasdaq-beurs, de twee na grootste ter wereld, zijn Nederlandse fondsen reeds de op een na meest verhandelde categorie. Vele beurzen hebben op die internationalisering ingespeeld door hun infrastructuur aan te passen. Dat kostte aanzienlijke investeringen in automatisering. De vaste kosten namen daardoor toe, terwijl de inkomsten als gevolg van vrijlaten van tarieven onder druk kwamen te staan. Dat betekende dat beurspartijen voor hun inkomen afhankelijker worden van winsten op ingenomen handelsposities. Maar om die posities te kunnen innemen en grote beleggers te kunnen bedienen, is schaalvergroting nodig, die tot vele fusies en de daarmee gepaard gaande belangenverstrengeling heeft geleid. Die grotere partijen moeten de institutionele beleggers de liquiditeit bieden die zij wensen. Grote partijen effecten moeten in een keer verhandeld kunnen worden. Afwikkeling van de transacties, bewaargeving en belening zijn daarbij volgens de STE belangrijke concurrentiewapens. De Amsterdamse beurs heeft in die concurrentieslag vorig jaar een verplichte leveringstermijn van hooguit zeven dagen ingevoerd. Op overschrijding van die termijn staan echter geen boetes totdat er voldoende leencircuits bestaan. Aan de totstandkoming van die leencircuits willen niet alle partijen meewerken. De STE heeft de Vereniging gemaand met de hoogste prioriteit een oplossing voor dit probleem te vinden.

Foto: Door de toegenomen automatisering heeft de effectenhandel te maken met steeds hogere vaste kosten. De variable opbrengsten, de provisies, nemen daarentegen af. Dat leidt tot concentratie in de branche die weer belangenverstrengeling oplevert. (Foto: Roel Rozenburg)