Requiem voor het laatste strijdpunt

Houd staatsecretaris Elske ter Veld van sociale zaken in de gaten! Ze heeft het moeilijk, heel moeilijk. Nog geen twee jaar zit ze in het kabinet en nu al volledig ontregeld door de ruwe werkelijkheid. Hoedster van de uitkeringen zou ze worden. Dat was ze ook wel aan haar stand verplicht. Als iemand het vroeger over 'uitkeringstrekkers' had, werd ze al boos. Uitkeringsgerechtigden zijn het immers. En wat was ze drie jaar geleden, toen ze nog 'gewoon' voor de PvdA in de Tweede Kamer zat, kwaad op haar fractiegenoten Kombrink en Vermeend die het hadden bestaan de koppeling tussen lonen en uitkeringen ter discussie te stellen. “Dat ik in mijn eigen fractie de koppeling moest verdedigen, daar begrijp ik dus geen ene moer van”, zei ze in 1988 tegenover Het Parool. Want, zo verduidelijkte ze: “Eigenlijk kan je alleen tegen de koppeling zijn als je uitkeringsgerechtigden als lapzwansen ziet, als mensen die geen recht hebben op hun stukje van de welvaartsgroei”.

Deze zelfde Elske ter Veld mag over niet al te lange tijd aankondigen dat het kabinet Lubbers-Kok besloten heeft de koppeling niet meer te zullen toepassen. Slechts over de vraag wanneer het besluit precies moet vallen wordt in het kabinet nog een beetje gesteggeld, maar dat op 1 januari aanstaande de stijging van de uitkeringen minder zal zijn dan die van de lonen, staat eigenlijk vast. En Elske ter Veld mag als verantwoordelijk staatssecretaris de uitvoering van deze maatregel op zich nemen. Dat uitgerekend zij straks het mes zal moeten zetten in de uitkeringen, ze moet er niet aan denken. Een vol Binnenhof met gedupeerde gehandicapten was eigenlijk al te veel voor haar, laat staan als het Malieveld in Den Haag helemaal gevuld is met protesterende werklozen, bejaarden en arbeidsongeschikten. Een enkele vileine geest noemt haar al Elske de Graaf. Dat is de op een na grootste belediging. De grootste belediging is de constatering dat mensen met een uitkering bij haar voorganger Louw de Graaf in elk geval niet slechter af waren dan bij haar. In de Tweede Kamer waren ze van oppositiezijde afgelopen maandag iets vriendelijker voor de staatssecretaris. Even doorbijten, dan is het snel over was een beetje de sfeer toen gesproken werd over de 'WKA', de wet koppeling met afwijkingsgsmogelijkheden. Alleen de naam van de wet geeft het compromiskarakter al aan. Het woord koppeling is voor de PvdA, de afwijkingsmogelijkheden zijn voor het CDA. Met een beroep op deze wet kan het kabinet van de koppeling afzien. En het kabinet zal de eerste de beste keer ook van de koppeling afzien. Den Uyl, de PvdA-voorman die Elkse ter Veld zo vreselijk mist (“wat mis ik Joop. Dat toch vrij keynesiaanse denken van hem, daar was hij voortrekker in”) die zei het al: regeren gaat van au. Maar daar tegenover stonden dan ook wel eens de befaamde leuke dingen voor linkse mensen. Voor Ter Veld is het regeren alleen maar een pad vol doornen geworden. Permanent pijn dus. Radeloos komt ze zo nu en dan thuis van het donderdagse PvdA-bewindsliedenoverleg op het ministerie van financien. Hoe vaak heeft ze daar al niet van partijleider Kok gehoord dat de PvdA goed zal moeten letten op het sociale gezicht van het kabinet en tegelijkertijd van minister van financien Kok dat de post sociale zekerheid weer voor een paar honderd miljoen is aangeslagen. En dan straks als voorlopige apotheose ook nog de koppeling weg. “Jammer”, zei SGP-fractievoorzitter Van der Vlies afgelopen maandag. Wat kan vriendelijkheid toch soms hard aankomen. Met de koppeling verdwijnt het laatste PvdA-strijdpunt. Krampachtig is de PvdA er aan het begin van de jaren tachtig aan blijven vasthouden. Recessie of niet, de koppeling moest blijven. De politieke plaatsbepaling van de PvdA liet zich in die tijd makkelijk in vier woorden samenvatten: Kruisraketten nee, koppeling ja. De ontevredenen verenigden zich in de PvdA. Goed voor het zetelaantal in de Tweede Kamer, maar slecht voor de macht zoals bleek in 1986 toen de PvdA wederom voor het landsbestuur werd gepasseerd. De analyses over de huidige malaise in de PvdA gaan allemaal terug naar die tijd. Bij de PvdA zou het allemaal beter en meer worden was de teneur. Nu de PvdA zelf regeert, blijkt dat opeens een tikkeltje anders te liggen. Van economische recessie is geen sprake; Nederland staat zoals Wim Kan ooit zei “krom van de welvaart”, maar toch gaat de koppeling niet door. Op die manier wordt het incasseringsvermogen van het electoraat ook wel erg op de proef gesteld. “Maar zo staat het ook in het regeerakkoord”, willen PvdA-prominenten zich nog wel eens op spreekbeurten verdedigen. Arme PvdA-stemmer die nu net dat stuk niet onder handbereik heeft. De kiezer en zeker de PvdA-kiezer maakt in het stemhokje een vrij simpele afweging: wat is er beloofd en wat is er van waar gemaakt. Het is dus zaak niet te veel te beloven. Bij het CDA weten ze met dat adagium heel goed om te gaan. Geloven best, graag zelfs, maar beloven niet. Daarvan is de PvdA nog steeds maar moeilijk te overtuigen. Het requiem voor de koppeling dat nu al enige tijd wordt opgevoerd is daarvoor exemplarisch. De koppeling gaat er aan, maar geen PvdA-er die dat over zijn of haar lippen krijgt. Wat de oppositie begin deze week ook probeerde, het hoge woord kwam er niet uit bij PvdA-Kamerlid Van Zijl, de man die eerder minister Braks om zeep mocht helpen. Is nu de situatie bereikt dat op basis van de afspraken in het regeerakkoord de koppeling niet meer hoeft te worden toegepast, wilde Groen Links-woordvoerder Rosenmoller weten. Hij doelde daarmee op de verslechterde verhouding tussen het aantal actieven en inactieven, wat sinds dit kabinet een nieuwe parameter is aan het firmament van de Nederlandse politiek. Volgens de cijfers van het Planbureau is het moment aangebroken dat de koppeling op basis van de nieuwe wet die de afwijkingsmogelijkheden aangeeft, niet toegepast hoeft te worden. “Het klinkt misschien wat flauw maar ik moet toch zeggen dat wij daarover nu niet kunnen praten”, antwoordde Van Zijl. En waarom niet? Van Zijl: “Wij hebben de reele verhoudingscijfers niet en wij kennen de effecten van de regering niet gericht op het in gunstige zin bijstellen van het verhoudingsgetal”. En dat zei dezelfde man die nog geen minuut daarvoor had verklaard dat het voor de PvdA “niet langer te verteren is dat bejaarden, mensen met een uitkering en mensen met het minimumloon voortdurend in onzekerheid worden gehouden over de hoogte van hun besteedbaar inkomen”. Het CDA was tijdens hetzelfde debat overigens evenmin duidelijk. Wetend hoe gevoelig de zaak politiek ligt, verklaarde de CDA-er De Jong nadat hij hierover door het VVD-Kamerlid Linschoten was ondervraagd (elke coalitieparter zijn eigen oppositiepartij), het onderwerp tot de “categorie speculeren”. En dan Elske Ter Veld. In een openhartige bui liet zij zich vorige week voor de radio ontvallen dat de koppeling wellicht komend jaar zou moeten worden losgelaten, maar als het aan haar ligt dan toch maar voor hooguit een jaar. Het heeft bijna iets aandoenlijks. Jarenlang was de PvdA synoniem voor koppeling. Toen werd het koppeling tenzij, en straks wordt het dus koppeling nee, maar slechts voor heel even. Elske ter Veld heeft het moeilijk. Heel moeilijk, maar nooit te moeilijk.