Rapport: achterstand verpleegkundigen in beleidszaken opheffen

ROTTERDAM, 27 JUNI. De positie van verplegenden en verzorgenden in de functiewaarderingssystemen in de gezondheidszorg loopt achter bij de feitelijke beroepsuitoefening. Deze achterstand dient spoedig te worden weggewerkt.

In alle ziekenhuizen en andere instellingen voor gezondheidszorg moeten verplegenden en verzorgenden evenals artsen rechtstreeks worden betrokken bij het beleid en het management van de instelling. Voorts moet de beroepsgroep worden vertegenwoordigd in adviesorganen als de Ziekenfondsraad en de Nationale Raad voor Volksgezondheid. Dit zijn enkele van de aanbevelingen die de commissie 'Positiebepaling beroep van verpleegkundige en verzorgende' doet in haar rapport aan staatssecretaris Simons (volksgezondheid). Simons stelde deze commissie onder leiding van J. Werner, economisch directeur van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, in september vorig jaar in naar aanleiding van de acties in de gezondheidszorg. Bij de installatie van de commissie zegde hij toe aan de adviezen een “zwaarwegend karakter” te zullen toekennen. De grote lijn in de adviezen van de commissie is dat de positie van verplegenden en verzorgenden moet worden versterkt. Ze doet daartoe aanbevelingen aan het management van instellingen, aan de staatssecretaris en aan de beroepsgroep zelf. De instellingen krijgen het advies een stafconvent verpleging en verzorging in te stellen om te waarborgen dat de stem van deze beroepsgroep op centraal niveau in de organisatie klinkt. Voorts krijgen directies de aanbeveling onderzoek te laten doen naar feitelijke werklast, oorzaken van ziekteverzuim en maatregelen om het werk aantrekkelijker te maken. De staatssecretaris krijgt onder meer het advies het functiewaarderingssysteem op te lappen. Allereerst moet volgens de commissie de achterstand in de invoering van het huidige systeem in het kruiswerk, de gezinsverzorging en de bejaardenzorg worden weggewerkt. Dit kost naar schatting 350 miljoen per jaar. Het plegen van wat de commissie “achterstallig onderhoud” noemt en het verwerken in de functiewaardering van psychische belasting en nieuwe ontwikkelingen in de gezondheidszorg, zal eveneens aanzienlijke kosten met zich meebrengen. De beroepsgroep zelf is volgens de commissie te zeer versnipperd om goed voor de eigen belangen op te kunnen komen. Verplegenden en verzorgenden moeten zich beter organiseren, dan is het gemakkelijker een vaste plaats in te nemen in allerlei advies- en overlegorganen, aldus de commissie.