Prijs voor vervolgde dichters naar Egyptenaar Afifi Matar; Alle Russen kunnen voordragen Een Russin bezeten door de Zuiderzee

Vanavond vanaf 20 uur: Iskandar-i-Khatlon (Tadjikistan, USSR); Patrick Lane (Canada); K. Michel (Nederland); Gyorgy Petri (Hongarije); W.S. Rendra (Indonesie); Elly de Waard (Nederland).

ROTTERDAM, 27 juni. Het Poetry International Eregeld ((f) 10.000), dat gisteravond voor de dertiende keer uitgereikt werd, is toegekend aan de Egyptische dichter Muhammad Afifi Matar, die enige maanden gevangen zat nadat hij, bij zijn verhoor, gemarteld was. Om te protesteren tegen 'de algehele rechteloosheid van schrijvers en journalisten in Egypte' besloot de jury, onder voorzitterschap van Adriaan van der Staay, ondanks het feit dat Matar op 12 mei jl. in vrijheid gesteld is, hem toch de prijs toe te kennen. Het eregeld gaat elk jaar naar een dichter die om politieke redenen in zijn eigen land vervolgd wordt. Tot nu toe zijn tien van de twaalf onderscheiden dichters vrijgelaten. Na deze uitreiking waren de dichters aan de beurt. Op deze derde voorleesavond waren het er drie. Eigenlijk lazen er zes voor, maar toch waren het er vooral drie: Yunna Morits uit de Sovjet-Unie, Willem Jan Otten uit Nederland en Lars Gustafsson uit Zweden. Kunnen alle Russen voordragen? Dat lijkt wel zo te zijn. Yunna Morits las niet voor, ze stond en keek de zaal in en ze orgelde: “Ik ben van het idee bezeten- Ooit naar de Zuiderzee te gaan” maar dan in het Russisch en wij dachten “O, wat wil zij graag naar de Zuiderzee!” En daarna zong ze hoe koel de Zuiderzee was op een hete zomerdag en hoe wonderlijk er geschaatst wordt in januari en ze meende: “Heel Nederland verlangt zo- naar de kindertijd- en neemt als start: de Zuiderzee.” Dat moet wel waar zijn, op deze manier gezegd. Met Willem Jan Otten reisde de zaal vervolgens naar het oude Ithaca en zag Penelope badminton spelen met een van de vrijers en hoorde hoe zij zich Odysseus voorstelde terwijl hij op Odyssee was: “o, ik dacht jou verder in dan jij jezelf,- bezeilde meer dromen dan jij landen”. Zijn gedichten zijn niet makkelijk, maar door zijn voordracht en de korte toelichtingen die hij gaf kon iedereen begrijpen waarom Penelope wilde dat Odysseus vertrok (“Sta op en ga ter Odyssee”). Penelope, zei Otten, is een dichter. Hij zelf ook. Een naar wie het goed luisteren is. Tot slot kwam dan nog Lars Gustafsson en las 'Voor iedereen die wacht tot de tijd voorbij zal gaan' waarin hij zeker weet dat oude Mexicanen voor het busstation niet wachten op de bus maar tot het leven 'dat hun zo plotseling- en ongevraagd gegeven werd, voorbij zal gaan'. Wij wachtten helemaal niet tot Gustafsson voorbij zou gaan, nee integendeel, wij wilden dat hij nooit voorbij zou gaan.