'Onuitgewerkte ideeen schaden sociale vernieuwing'; Incidenten in media zetten projectgroep Schaefer onder druk

DEN HAAG, 27 JUNI. De projectgroep sociale vernieuwing van oud-PvdA- staatssecretaris J. Schaefer kwam de afgelopen weken voornamelijk in het nieuws door een aantal onuitgewerkte of controversiele plannen. Twee weken geleden werd de natie opgeschrikt door het uitgelekte plan om uitkeringsgerechtigden te voorzien van een OV-jaarkaart. Dat was “ter verhoging van de mobiliteit van groepen in achterstandsposities”.

Leden van de projectgroep van Schaefer reageerden allemaal uiterst terughoudend. Het was zomaar een plannetje dat nog lang niet op al zijn consequenties was onderzocht. Alleen projectgroepslid J. Beerenhout omarmde het idee met enthousiasme en vertelde zelfs waar het vandaan kwam: van minister Maij van verkeer. De bewindsvrouw ontkende in alle toonaarden. Een week later kwam het idee om ontspoorde Marokkaanse jongeren in te lijven in het leger. Bedenker van dit onorthodoxe idee: J. Beerenhout. Ook het jongste idee uit de schoot van de projectgroep, werkloze leerkrachten Nederland inzetten bij taalonderwijs aan werkloze allochtone jongeren, veroorzaakte tumult. Kansarmen moeten dus kansarmen gaan scholen, vonden de tegenstanders: dat betekent tweederangs onderwijs en onderbetaalde leerkrachten. Volgens een lid van de interbestuurlijke projectgroep wordt de sociale vernieuwing geschaad door de verschillende onuitgewerkte ideeen. “De projectgroep kon tot nog toe een vrij en onafhankelijk geluid laten horen. Dat help je op deze manier, met al die losse flodders, om zeep.” De projectgroep heeft formeel onder meer tot taak het uitvoeren van de afspraken die het rijk in afwachting van definitieve wetgeving met de 350 deelnemende gemeenten heeft gemaakt. Verder heeft de IPSV “een adviserende en meedenkende rol” bij de totstandkoming van de Wet sociale vernieuwing. Ook voor het interne functioneren van de projectgroep is het bekend worden van onrijpe plannen funest. De projectgroep werd vorig jaar april samengesteld uit oud-wethouders en ambtenaren van verschillende departementen. De kans is groot dat de ambtelijke leden van de projectgroep op hun onderscheiden departementen aan de tand zullen worden gevoeld over ideeen die zij zelf niet onder ogen hebben gehad. Bij de publicitaire incidenten speelde het projectgroepslid J. Beerenhout een hoofdrol. Hij omarmde als enige het plan voor de OV-kaart en van hem was het idee afkomstig om de Marokkaanse jongeren naar het leger te sturen. Beerenhout, de oud-voorpostambtenaar in de Amsterdamse Indische buurt en belijdend Islamiet, was altijd al excentriek binnen de projectgroep. “Ik ga er voorlopig van uit dat hij te goeder trouw is”, zegt iemand, “alleen, hij koppelt nooit terug en bovendien is hij gemakkelijk benaderbaar voor de pers.” Intussen heeft de projectgroep drie rapporten - “werkvoorstellen” - geproduceerd waarin adviezen worden gegeven voor arbeidsmarktbeleid, ouderenzorg en participatie in de sociale vernieuwing. Eerder deze maand heeft het kabinet de ideeen om 60.000 nieuwe banen te creeren door het instellen van zogeheten regelvrije regio's grotendeels overgenomen. En onlangs ontving Schaefer voor zijn inspanningen de plaquette van verdienste van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De sociale vernieuwing was in 1989 het watermerk van het nieuwe kabinet. Maar al snel dreigde een oeverloze discussie met de Tweede Kamer over de definitie van het begrip roet in het eten te gooien. In mei vorig jaar toog de interbestuurlijke projectgroep, in de wandeling al snel de Bende van Schaefer gedoopt, aan het werk. Het resultaat was dat in korte tijd 350 convenanten werden afgesloten met gemeenten die warmliepen voor het nieuwe beleid. In maart van dit jaar werd de “doe-club IPSV” wegens succes geprolongeerd. De Tweede Kamer besloot de projectgroep te laten functioneren tot eind 1991, een half jaar langer dan oorspronkelijk beoogd. Dales constateerde in april tevreden: “De scepsis is nu wel ingedamd. Sociale vernieuwing is een praktisch proces. Dus geen concepten die leiden tot niks. En geen gezanik over de definitie. Mensen die aan definities hangen ontwikkelen zelden iets concreets in de praktijk.”