'Ontslag op grond van leeftijd zou niet mogen'

Ouder is eerder meer dan minder. Een ieder heeft daarover zijn eigen verhaal. Vandaag als derde emeritus hoogleraar economie Joop Klant.

Joop Klant (1915): "Die foto is gemaakt in 1952, '53; we woonden toen in Pretoria en ik had een baantje als statisticus bij een eh... hoe noem je dat? Dat is een van de erge dingen van de ouderdom: dat je op bepaalde woorden gewoon niet kunt komen. Een semi-overheidsorgaan! Daar werkte ik. Veel van mijn familie woonde in Zuid-Afrika en daarom ben ik daarheen gegaan. Ik had er voornamelijk omgang met wat ze 'liberalen' noemden en ik ben ook nog lid geweest van het Institute of Race Relations, dat later verboden werd.” Samen met Jacqueline - 'mijn overleden vrouw' - bezocht hij veel lokaties. “We wisten meer over de wijze waarop de zwarten leefden dan de meeste blanke Zuidafrikanen. “Maar ik denk dat deze foto gemaakt is naar aanleiding van mijn vertrek. Ik had er genoeg van en ik wilde afstuderen want ik had alleen mijn kandidaats. Economie. Dus ben ik teruggegaan naar Amsterdam en daar heb ik in '54 mijn doctoraal gedaan. Mijn promotie heeft nog veel langer geduurd. Ik heb nooit mee durven doen aan de discussie over studiebekorting want zelf ben ik het voorbeeld van een student die er ongelooflijk lang over gedaan heeft. “Het gekke is: toen, in de tijd van die foto, voelde ik me voornamelijk schrijver. Maar dat was ik niet, ik was een meneer die een keer een boek geschreven had. Dat was De geboorte van Jan Klaassen, Bezige Bij 1946: geestig, lichtvoetig en vaak herdrukt. Maar ik dacht nog aan veel, veel boeken: en ja... ook aan beroemd-zijn. Ik denk dat ik in Zuid-Afrika veel beroemder was dan in Holland want toen ik de Van der Hoogtprijs gekregen had werd ik in de krant in Pretoria 'the distinguished author' genoemd.” Hij moet er nu smakelijk om lachen. In Nederland werd hij lid van de Vereniging van Letterkundigen en later bestuurslid. “Dat is namelijk het noodlot van de econoom: als je ergens lid van wordt benoemen ze je meteen tot penningmeester. En het aardige was dat ik mijn eerste baan als econoom heb gekregen omdat ik een schrijver was. Dat was bij de Nederlandsche Handel Maatschappij, daar wilden ze iemand hebben die het kwartaalbericht redigeerde en dat moest dus iemand zijn die goed kon schrijven. En doordat ik in dat kwartaalbericht ook geregeld publiceerde ben ik aan mijn baan aan de universiteit gekomen. “Jan Klaassen had ik tijdens de oorlog geschreven en kort daarna, toen ik in Zuid-Afrika was, heb ik nog De fiets geschreven, een novelle in opdracht van de stad Amsterdam. Wandeling door Walein, dat nog in Podium werd gepubliceerd, is nooit afgekomen en dat beschouwde ik als een mislukking. Want dat stond op het laatst stijf van de symboliek, net als Jan Klaassen. En ik herinner me dat Greshoff, die ik in Kaapstad bezocht heb, me zei: 'Ik weet niet hoe het nu verder met je zal gaan. Ik zie hier geen vervolg op.' Die had dat zeer goed in de gaten. En toen dacht ik: nou, dat zal ik hem dan eens eventjes laten zien. Maar hij had gelijk. En dat is een besef dat geleidelijk ontstaat; je constateert dat dan met een zekere scepsis ten opzichte van jezelf. Ik was dus eigenlijk niet wie ik dacht dat ik was. Het was gewoon een kwestie van zelfbedrog geweest, van illusies omtrent jezelf die niet bewaarheid worden. “Dat drong eigenlijk pas tot me door toen ik aan de universiteit kwam. En het was ook niet zo dat ik toen geen tijd meer had, tijd heb je altijd. Ik behoor dan ook niet tot degenen die de illusie hebben, als ze met pensioen gaan: 'Nu ga ik weer gedichten schrijven, of een roman.' Dat vind ik een vorm van zelfbedrog. Als je ouder wordt, dat merk ik toch wel, dan gaat je creativiteit achteruit!” Intussen heeft hij toch heel wat gepubliceerd. “Als iemand vroeg: 'Schrijf je nog wel eens wat?', dan zei ik: 'Ja, over de dollar!' Maar beroemd vindt hij zich daar niet mee geworden: “Kijk, dat wordt dan niet door zoveel mensen gelezen en ook niet door zoveel economen. Economen lezen niet. Ze hebben het veel te druk met hun eigen boek.” Joop Klant werd pas gepensioneerd toen hij 70 was. “Ja, ik kreeg dispensatie in verband met m'n pensioenregeling, omdat ik zo laat in dienst was getreden. En ik vond het jammer toen ik moest ophouden, want ik heb mijn werk hier in Nederland altijd met erg veel plezier gedaan.” Hij is van mening dat het verboden zou moeten zijn iemand te ontslaan op grond van zijn leeftijd. “Ik vind dat een vorm van discriminatie. Zolang ze nog prestaties van je kunnen verwachten moet je aan het werk kunnen blijven. De jongeren komen toch wel aan de beurt, want die ouden die gaan toch dood?” Of hij zich jong voelde toen de foto genomen werd? “Ik heb me altijd jong gevoeld. Mijn vader is overleden toen hij 50 was, dus die heb ik nooit oud gekend. Maar mijn moeder is 92 geworden en die zei wel eens: 'Oud worden is erg moeilijk, hoor!' Op een rationeel niveau weet je natuurlijk dat je steeds ouder wordt maar innerlijk voel je je niet als daarheen gaande. En als je jong bent denk je ook niet dat je dood kunt gaan; gevoelsmatig denk je dan: ik kan niet dood. Je hebt het gevoel dat er een oneindig leven voor je ligt! Dat je je daar voorlopig geen zorgen over hoeft te maken. Maar nu heb ik geen oneindig leven meer voor me. En daar maak ik me nog steeds geen zorgen over; ik vind dat ook helemaal niet meer...” Hij begint de zin opnieuw, maar laat het 'meer' weg: “Ik vind dat helemaal niet erg.” Toen zijn vrouw, Jacqueline, drie jaar geleden overleed is Joop Klant een tijd lang heel depressief geweest, maar nu heeft hij het over “pogingen mezelf te hervinden” en doelt dan op de muziek die hij weer is gaan beluisteren en bijvoorbeeld ook op reizen. “Ik beschouw de reizen die we samen gemaakt hebben als een van de mooiste dingen van mijn leven. Nu ben ik onlangs naar Rome geweest, naar Parijs en ja... die animo is toch verdwenen. 't Is zo'n moeite geworden.” Wat hij ook als problematisch ervaart is: “Er zijn dagen dat ik me verveel. En dat betekent dan niet dat je niks te doen hebt, het betekent dat je niks wilt doen. Je hebt nergens zin in. Terwijl de wereld nog vol mogelijkheden is om... maar je schakelt jezelf uit. Er zijn duizend boeken te lezen maar daar heb je dan geen zin in. Hoewel, dat voorbeeld is niet zo erg goed; ik ben de laatste tijd weer aan het lezen gegaan. Ik herlees de boeken die ik vergeten ben. Toergenjev, Tolstoi en op het ogenblik ben ik bezig met Madame Bovary. Daar wist ik niks meer van! Het kan overigens gepaard gaan met enorme teleurstellingen, dat her-lezen. Ik heb toen ik een jaar of 17 was De gebroeders Karamazov gelezen en nu heb ik het herlezen en ik vind het een snertroman! Ik las Karel van het Reve, die schreef dat Dostojevski keukenmeidenromans schreef en ik wilde wel eens weten of dat waar was. Maar hij heeft gelijk!” Vroeger was Joop Klant een verwoed schaker. “Toen ik gepensioneerd werd dacht ik: nou ga ik weer schaken. Maar dat valt zo ontzettend tegen, want je presteert niets meer. En dat ligt niet aan je brein, dat ligt aan je lichaam! Omdat ik er intensief mee bezig ben raak ik vermoeid en dan zie ik het op een gegeven ogenblik niet meer en dan kan ik gewonnen partijen verliezen.” Een ander ouderdomsgebrek zou vergeetachtigheid kunnen zijn. “Ik weet niet of ik vergeetachtiger ben geworden, maar mijn agenda is leger en daardoor raak je van de gewoonte af om hem iedere dag te raadplegen en zodoende loop ik wel eens iets mis. Maar ik vind het heerlijk als er dan, voor mij onverwacht, iemand op bezoek komt. Bezoek is toch altijd geweldig. De omgang met andere mensen, daar heb je het meeste aan. Er is een heel goeie Sterreclame, of nee, 't is geen reclame: je moet geen medelijden hebben met mensen die een verlies hebben geleden maar medeleven.” Al in Pretoria was Joop Klant begonnen met het maken van collages: “Eerst grappige combinaties in zwart-wit; daarna werd ik serieuzer: ik ging kleurenfoto's gebruiken en over naar groot formaat en ruimtewerking.” Vooral ook verbeelding: het zijn tamelijk wanhopig aandoende droomlandschappen, weids en beklemmend tegelijk, zoals nog in 1989 op een expositie bij de AMRO-bank te zien was. “Ik dacht dat ik daar wel mee door zou gaan toen ik gepensioneerd werd, maar de eerste jaren kwam het er niet van, ook omdat Jacqueline toen... Maar ik verzamel nog steeds kleurenfoto's en misschien dat ik er vanzelf weer eens mee begin.” Zijn stem klinkt of hij er zin in heeft.