MUIZEN SCHITTEREN IN NEDERLANDS GESPROKEN ASSEPOESTER; De tranen komen als het muiltje past

Assepoester van Walt Disney. Regie: Wilfred Jackson, Hamilton Luske en Clyde Geronimi. Met de stemmen van Ryan van de Akker, Joke de Kruyf, Carry Tefsen, Paul van Gorcum, Henni Orri, Lex Goudsmit, Edward Reekers en Annet Nieuwenhuyzen. In 48 theaters.

Haar jurk is niet zo gerafeld en versteld als die van Sneeuwwitje en haar middeltje is niet zo smal als dat van Doornroosje, maar toch is ze een echte Disney-heldin, de blonde, blauwogige Assepoester. Ze is mooi, ze is lief, ze is ijverig en dromerig en ze kan ook nog heel mooi zingen. Een meisje dat als ze bij je in de klas had gezeten onuitstaanbaar zou zijn geweest, dat bij belletje trekken gedacht zou hebben aan de oude mensen die dan helemaal voor niets naar de deur moesten schuifelen, en dat nooit zou willlen roddelen. Maar Assepoester zit niet bij ons in de klas, ze woont in een torenkamer en net als de vogeltjes zouden we haar wakker willen zingen, haar bed willen opmaken, haar het blauwe haarlint willen aanreiken. Met de muizen zouden we daarna de wenteltrap willen afroetsen op weg naar de keuken, we zouden niet willen missen hoe teder ze de hond uit zijn dromen wekt en hoe vriendelijk ze de kippen wegjaagt als ze de kaas van de dikke muis Pieter proberen af te pikken. Zij hebben hun portie immers al gehad. Assepoester is Disney's zesde lange film. Hij werd gemaakt in 1950, toen Disney na Pinocchio, Fantasia, Dombo en Bambi terugkeerde naar de formule van Sneeuwwitje, een overbekend sprookje met een meisje in de hoofdrol, opgevrolijkt door speelse bijfiguren (dwergen in de eerste film, maar meestal dieren die er door Disney bij zijn bedacht). Naar hetzelfde recept werd Doornroosje (1959) gemaakt, evenals de verleden jaar uitgebrachte Kleine Zeemeermin, waarschijnlijk mede daarom de beste Disneyfilm sinds De Aristocats uit 1970. De kleine zeemeermin verschilt wel van karakter met de drie andere meisjes. Ook zij droomt van het geluk dat alleen aan de zijde van een prins te vinden is, maar ze heeft er iets voor over. Waar Assepoester het hoofd in de schoot legt en dan maar niet naar het bal gaat, ruilt de Kleine Zeemeermin haar mooie hoge stemmetje bij de boze zeeheks in voor een paar benen. Assepoester ligt in de tuin te huilen, merkt niet eens dat het gras begint te glimmen van sterrestof en durft als de koets al klaar staat bijna niet te vragen of de goede fee ook een baljurk voor haar wil toveren. Dat die niet alleen mooi, maar ook gewaagd moet zijn, bedenkt niet zij maar de oude tovermoeke. Want Assepoester is preuts. Het eerste wat zij doet als er een nieuwe muis in huis komt wonen, is hem een truitje aantrekken. Maar alleen aan het karakter van Assepoester en aan haar naar binnen gekrulde korte pony is te merken dat deze film niet gisteren is gemaakt. In Assepoester zorgen muizen voor het meeste vertier. De kat is echt een loeder, al is het een loeder met smaak. Want zelfs Lucifer luistert liever naar het zingen van Assepoester dan naar het gesnerp van de verschikkelijke stiefzusters Anastasia en Drizella. Waarvoor het beest de arme Assepoes dan wel beloont met een ingewikkeld patroon van modderige poezepoten op de pas geboende vloer. Het knappe van Disney is dat de dieren die hij bedacht heeft, het sprookje niet alleen verlevendigen. Hun handelingen zijn wezenlijk voor het verloop van het verhaal. Tom en Pieter halen de sleutel uit de zak van de valse stiefmoeder en schuiven hem na bovenmuizelijke inspanningen onder de deur door van de torenkamer waar Assepoester zit opgesloten, zodat ze toch nog het glazen muiltje kan passen. Het kind aan wie het sprookje van Perrault niet is voorgelezen, denkt jaren na het zien van de film vast nog steeds dat die muizen er altijd al in voorkwamen. Een van de ontroerendste momenten biedt de film als het oude stalpaard, ook een vriend van de heldin, denkt dat hij de pompoenkoets naar het bal mag trekken. Hij steekt zijn borst al vooruit om door het toverstafje van de goede fee in een fier jong dier te worden veranderd. Maar de fee passeert hem. Niet hij, maar de muizen mogen de koets trekken. Het paard mag als koetsier op de bok. De allermooiste scene is natuurlijk die waarin de vogels en de muizen de oude jurk van Assepoesters moeder balklaar maken. Elk dier krijgt de taak die hem past, de vogels vliegen af en aan met linten, Tom en Pieter knippen het patroon, de vrouwtjesmuizen steken de naald door de stof. Alles is zo mooi en zo helder en zo vrolijk en vol verwachting en goed dat die jurk eigenlijk nooit af mag komen. Voor even moet dit eeuwig doorgaan. Hoewel de film prachtig getekend is, dat spreekt vanzelf, leent dit genre zich jammer genoeg niet voor echte cartoongrappen, waarin alles in alles kan veranderen. In een lange Disneyfilm gebeurt dat eigenlijk alleen in Alice in Wonderland, waar besmeerde boterhammen vlinders zijn, brillen vogels en een bezem een hond. In Assepoester zit een Tom and Jerry moment, als Lucifer zijn kop in de vierkante opening van een muizenhol steekt en zijn snuit daarna ook een tijdje vierkant is. Maar in sfeertekening en detaillering zijn Disney en zijn 750 medewerkers (voor deze film) de meesters. Het paleis is een suikerbaksel van spitse torens, een echt paleis dus en geen kasteel, en op de kozijnen zitten geen mussen zoals bij het landhuis van Assepoester, maar louter witte duiven. En dan de liedjes, het zijn er wel zes. Ook in de nieuwe Nederlandse nasynchronisatie zijn ze nagenoeg perfect. Het brok gaat in de keel als de jurk wordt vermaakt, de tranen komen als het muiltje past. Ik neurie nog steeds. Er moeten hele verstandige mensen bij de Disney-studio's werken. Zij begrijpen dat ieder kind deze film en de andere Disney-klassiekers moet zien. Niet op video, maar in de bioscoop. Daarom brengen ze ze minstens een keer per generatie opnieuw in roulatie.