Kamer heeft kritiek op handelwijze Boertien

DEN HAAG, 27 JUNI. De Tweede Kamer heeft gisteren kritiek geuit op de rol van de commissaris van de koningin in Zeeland, dr. C. Boertien, in de zogenoemde Zeeuwse belastingaffaire. De Kamer vindt echter, op Groen Links na, dat Boertien wel kan aanblijven.

In Zeeland werden tussen l982 en l987 naheffingen van de belastingdienst wegens te hoge reiskostendeclaraties van gedeputeerden uit de provinciekas betaald. PvdA-woordvoerder Zijlstra meende dat de Boertien “een rol heeft gespeeld die niet deugt”. Franssen (VVD) en Scheltema (D66) stelden vast dat Boertien “tekort is geschoten”. Willems (Groen Links) vond dat Boertien voldoende valt te verwijten om zijn terugtreden te vragen. Boertien moet “dezelfde weg” gaan als de betrokken gedeputeerden die al zijn opgestapt. Willems pleitte ervoor het geld uit de provinciekas alsnog terug te vorderen. In totaal gaat het om een bedrag van ongeveer 400.000 gulden. Met de kosten van het (dure) adviesbureau meegerekend komt het totaal boven de 2 miljoen gulden. De Kamerleden verweten de ministeries van binnenlandse zaken en van financien een te afzijdige houding te hebben aangenomen, hoewel de eerste berichten over de affaire al in 1985 verschenen. De bewindslieden van binnenlandse zaken gaven tijdens het mondeling overleg na aandrang van de Kamer toe dat het besluit van het Zeeuwse provinciebestuur om aldus met de naheffingen om te gaan in strijd is met artikel 43 van de Provinciewet. In een rapport van Binnenlandse Zaken en Financien werd het Zeeuwse besluit in eerste instantie tot ongenoegen van een Kamermeerderheid niet onrechtmatig genoemd. Staatssecretaris De Graaff-Nauta (binnenlandse zaken) kondigde aan dat zij binnenkort met een algemene regeling voor onkostenvergoedingen van bestuurlijke ambtsdragers komt. Verder zal de Kamer worden ingelicht over de gang van zaken met betrekking tot onkostenvergoedingen in de andere provincies.