Inkomensverschuivingen door plan-Simons; Maar weinig mensen lopen echt warm voor dit onderwerp

DEN HAAG, 27 JUNI. Als de basisverzekering tegen ziektekosten voor iedereen een feit is - het kabinet houdt het vooralsnog op 1995 - hebben zich voor verzekerden belangrijke veranderingen voltrokken. Op verschillende terreinen krijgen ze meer keuzemogelijkheden, maar tegen welke prijs is nog niet duidelijk.

Verzekeraars zijn straks verplicht iedereen te accepteren die een basispakket tegen ziektekosten wil, verzekerden mogen om de twee jaar naar een andere verzekeringsmaatschappij overstappen en krijgen meer zeggenschap over de manier waarop ze hulp krijgen. In de wet wordt bijvoorbeeld vastgelegd dat verzekerden recht hebben op verloskundige hulp. De verzekerde kan vervolgens kiezen of zij voor een bevalling naar een verloskundige, een huisarts of het ziekenhuis gaat. Tegenover de duurste vorm van hulp staat de hoogste premie. Door het bieden van dergelijke keuzemogelijkheden zullen verzekerden zich beter bewust worden van de kosten die met gezondheidszorg zijn gemoeid, verwacht het kabinet. Het debat in de Tweede Kamer over de stelselwijziging van de ziektekostenverzekeringen, waar vannacht na drie weken debatteren een einde aan kwam, spitste zich vooral toe op technische aspecten van de omvangrijke operatie en de uitvoerbaarheid van de plannen. Behalve politici, Kamerleden, verzekeraars en artsen, lopen maar weinigen warm voor het onderwerp. Het was het Tweede-Kamerlid Kohnstamm (D66) opgevallen dat het stil is op het Binnenhof. “Het staat niet vol met burgers die hun zorgen over de stelselwijziging kenbaar maken.” Voor een deel zocht hij de verklaring voor het gebrek aan belangstelling bij de “uitermate ingewikkelde en technische discussies” in de Kamer. Termen als 'normuitkeringen' en 'functionele verstrekkingen' spreken weinigen tot de verbeelding. Veel mensen vragen zich wel af wat de stelselwijziging voor hun portemonnee betekent. Over enkele maanden, als de begrotingsbesprekingen achter de rug zijn, hoopt het kabinet daar meer duidelijkheid over te verschaffen. Voorlopig moet men het doen met het overzicht dat staatssecretaris Simons in de loop van het debat over de verwachte inkomenseffecten verstrekte. Een groot deel van de verzekerden levert tot ongeveer een procent koopkracht in om een ander deel van de verzekerden van hun (veel) te hoge premie af te helpen. Bij de berekeningen is uitgegaan van de keuze van het kabinet voor het financieren van 82 procent van de kosten van de gezondheidszorg met een procentuele (inkomensafhankelijke) premie en 18 procent met een nominale (vaste) premie, een premieverdeling die nu de zegen van de Tweede Kamer heeft. Verder is rekening gehouden met een compensatie van de negatieve inkomenseffecten voor gezinnen met kinderen onder de loongrens en ambtenaren. Simons voorziet na voltooiing van de stelselwijziging voor alleenstaande particulier verzekerde bejaarden met een minimuminkomen een koopkrachtverbetering van 15,2 procent. Een echtpaar dat van de AOW moet rondkomen, betaalt nu voor de particuliere verzekering ongeveer 20 procent van het netto-pensioen aan premie. Ook particulier verzekerde zelfstandigen zijn in de hudige situatie in verhouding veel kwijt, vooral als ze kinderen hebben. Particulier verzekerde werknemers betalen daarentegen in verhouding tot hun inkomen weinig premie. Zelfstandigen en alleenverdieners met twee kinderen gaan er 11,3 procent op vooruit. Voor werknemers en ambtenaren met een minimuminkomen verandert de koopkracht niet of nauwelijks. In de groep met een modaal inkomen varieren de effecten van plus vier procent voor een alleenverdienende zelfstandige met twee kinderen tot min 4,5 procent voor een alleenstaande zelfstandige. Bij verzekerden met een inkomen van twee keer modaal verandert er voor alleenverdieners met twee kinderen vrijwel niets. Voor de nog niet genoemde categorieen betekent de invoering van de basisverzekering dat hun inkomen daalt, maximaal met 4,4 procent (alleenstaande ambtenaren en werknemers in het bedrijfsleven). Voor de basisverzekering tegen ziektekosten betalen verzekerden een inkomensafhankelijke premie, die door de Belastingdienst wordt gend. Daarnaast moet aan verzekeraars rechtstreeks een vaste premie worden afgedragen die niet afhankelijk is van het inkomen. Als een verzekerde voor een bepaald pakket kiest, maakt het voor de hoogte van de vaste premie niet uit of hij een groot of een klein inkomen heeft. De hoogte van de vaste premie kan wel worden benvloed door een vrijwillig eigen risico te nemen. Als er eenmaal een basisverzekering tegen ziektekosten is, kunnen verzekerden kiezen tussen een specifiek eigen risico, een algemeen eigen risico en een combinatie van beide mogelijkheden. Bij een specifiek eigen risico betalen de verzekerden sommige verstrekkingen (gedeeltelijk) zelf. Een algemeen eigen risico houdt in dat de verzekerde eerst tot een bepaald bedrag zelf betaalt voordat de verzekeraar tot vergoeding overgaat. Dat eigen risico is dan van toepassing op alle verstrekkingen. Het totale bedrag aan vrijwillig eigen risico, waarvan de hoogte samenhangt met de nominale premie, gaat niet omhoog. Als in 1993 de nominale premie 500 gulden per jaar is, kan die bijvoorbeeld gedeeltelijk of helemaal worden afgekocht met een eigen risico van ten hoogste 1.250 gulden. Verschillende verstrekkingen komen niet voor een specifiek eigen risico in aanmerking, bijvoorbeeld als het om zware medische risico's gaat. Het wordt niet verantwoord geacht zwakzinnigenzorg en hartoperaties buiten de verzekering te houden.