Hotel Bretton Woods slachtoffer bankencrisis VS

BRETTON WOODS, 27 JUNI. De bakermat van de na-oorlogse economische orde is het slachtoffer geworden van de Amerikaanse bankencrisis. Voor het hotel Mount Washington in Bretton Woods, waar in 1944 de oprichtingsakte van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank werd getekend, stond gisteren een bord van het veilinghuis Sanders & Mock Associates. Dit hotel, waarvan de plaatsnaam een begrip is voor 25 jaar vaste wisselkoersen en een goudprijs van $ 35 per ounce, ging voor 3,15 miljoen dollar onder de hamer.

“Zo'n laag bedrag voor zo'n prachtig hotel is een schande”, vond Sharon Hughes, marketing manager van het hotel. De lage prijs weerspiegelt de crisis in de onroerend goed-markt van New England, in het noordoosten van de Verenigde Staten. De luchtbel van voortdurend stijgende onroerend goed-prijzen in de zorgeloze Reagan-jaren is doorgeprikt en de crisis is nog steeds niet voorbij. De sfeer van miljoenen die gisteren de brede hall met kroonluchters vulde, was anders dan in de zomer van 1944, toen in hetzelfde hotel een nieuw stelsel van internationale economische en financiele samenwerking werd uitgewerkt. Dit stelsel was gebaseerd op een systeem van vaste wisselkoersen, waarbij landen de koers van hun munt koppelden aan de dollar en de dollar verankerd was aan een vaste prijs in goud. Het heeft tot 1971 stand gehouden en vormde de basis voor de economische wederopbouw in de na-oorlogse periode. Op de deur van kamer 219 hangt een koperen bordje dat herinnert aan het verblijf van Lord John Maynard Keynes, de leider van de Britse delegatie. Keynes was met de Amerikaanse onderminister van financien Harry Dexter White de geestelijke vader van het IMF, de Wereldbank en het stelsel van vaste wisselkoersen dat in Bretton Woods werd uitgewerkt en herhaling van de economische depressie van de jaren dertig moest voorkomen. “Het was een zeer geheime bijeenkomst”, verzekert Bea Dorsey aan een groepje belangstellende gasten dat een rondleiding door het hotel volgt. Zij behoort tot de staf van het 'Activity Center' van het hotel en toont de Gold Room, de kamer waar op 22 juli 1944 de statuten voor het Internationale Monetaire Fonds werden getekend. “Zevenhonderd afgevaardigden uit 44 landen waren naar de Verenigde Staten gekomen voor de 'Monetaire conferentie van de Verenigde Naties'. Het hotel was hermetisch van de buitenwereld afgesloten en padvinders zorgden voor het overbrengen van boodschappen tussen de verschillende delegaties.” Het IMF en de Wereldbank zijn sinds hun oprichting uitgegroeid tot de belangrijkste afzonderlijke bronnen van financiering voor economische ontwikkeling die in de wereld beschikbaar zijn. Daarbij legt het IMF de nadruk op korte-termijnleningen voor landen die problemen hebben met hun betalingsbalans, en de Wereldbank op leningen voor de langere termijn ten behoeve van ontwikkelingsprojekten. Ze functioneren nog altijd volgens de beginselen die Keynes en White in 1944 vastlegden.

Pag. 20

Bretton Woods had een vaste gast: geld; Het stelsel van vaste wisselkoersen hield het niet lang uit

Hotel Mount Washington werd geveild omdat de bank die eigenaar van het hotel was, vorig jaar failliet ging. Daardoor was het hotel, zoals zoveel onroerend goed van failliete banken, tijdelijk in handen gekomen van de Amerikaanse federale overheid. Deze veiling in het beboste heuvellandschap van de staat New Hampshire was een rechtstreeks gevolg van de bankencrisis, die vooral New England teistert. Sinds 1989 zijn in deze regio 34 banken en spaarbanken failliet verklaard en dit jaar wordt gemiddeld een bank per week gesloten. Vrijwel alle bankfaillissementen zijn het gevolg van risicovolle onroerend goed-projekten. In de sfeervolle Conservatory, een ruime, halfronde serre met uitzicht op een golfbaan en aan de horizon de tweeduizend meter hoge Mount Washington, zette veilingmeester Lane Mock gisteren in op een bedrag van vijf miljoen dollar. Maar de belangstellende bieders wachtten, totdat het openingsbod was gezakt tot 1,6 miljoen. Vervolgens ging, tergend langzaam, de prijs omhoog voor een van de laatste grote luxe hotels in Great Gatsby-stijl die nog over zijn in de Verenigde Staten. Drie kleinere gebouwen - een hotel, een motel en een restaurant - waren bij de verkoop inbegrepen. “U heeft alleen vandaag deze geweldige kans, morgen is het voorbij”, probeerde de veilingmeester nog. Toen zich bij het onwaarschijnlijk lage bedrag van 3,15 miljoen dollar geen andere bieders meer meldden, besloot veilingmeester Mock tot een korte schorsing voor overleg met de verkoper en pianomuziek om de spanning te breken. In de zaal zaten toevallige hotelgasten, onroerend goed-ontwikkelaars met hun advocaten en bankiers. Camera's van acht televisiestations volgden de verkoop van het historische hotel, dat volgend jaar negentig jaar oud is. Nadat de veiling opnieuw was geopend, herhaalde veilingmeester Lane Mock drie keer luid en duidelijk het laatste bod en, eenmaal, andermaal, het Mount Washington hotel was voor 3.150.000 dollar verkocht aan Mountain Properties & Preservation Corporation, een verzameling van lokale zakenlieden met belangen in toeristische attracties in de omgeving. Luid applaus en felicitaties ontlaadden de spanning en Wayne Presby, de nieuwe eigenaar, veegde de zweetdruppels van zijn voorhoofd. “Ik ben gelukkig”, verzekerde hij en hij ontkende het gevoel te hebben het Mount Washington hotel voor slechts drie miljoen dollar 'gestolen' te hebben.

Geld is altijd onlosmakelijk met Bretton Woods verbonden geweest. Joseph Stickey die in 1900 besloot tot de bouw van een luxe hotel, was een miljonair die zijn geld verdiend had met spoorwegmaatschappijen en steenkolen. Hij haalde 250 vaklieden uit Italie om het hotel te bouwen en in 1902 was het gereed. De gasten waren de rijke en beroemde families uit New York, Philadelphia en Boston. Ze kwamen met de stoomtrein voor de hele zomer, met hun butlers, gouvernantes en dienstmeisjes. De reusachtige kasten die de hotelkamers nog altijd hebben, waren geschikt voor hutkoffers vol kleren. In het souterrain was een kamer waar een telex de beurskoersen van Wall street binnenbracht. Na de krach van 1929 was het hotel een seizoen gesloten. Elegant was het Mount Washington Hotel, met zijn brede veranda's en witgeschilderde rieten stoelen, glas-in-lood ramen en roze geschilderde acht-hoekige eetzaal, waar ook tegenwoordig colbert en stropdas nog verplicht zijn bij het diner terwijl een orkest voor muziek zorgt. Er werden feesten en partijen gegeven, de hotelband speelde bij dansavonden in de open lucht en een paar jaar geleden nog werd een feestavond in de stijl van 'Gejaagd door de Wind' georganiseerd, waarbij als Scarlet O'Hara en Red Butler uitgedoste gasten over de brede trap naar beneden schreden. Beroemd werd het hotel door de bijeenkomst in de zomer van 1944 toen delegaties van 44 landen er het fundament legden voor de na-oorlogse economische orde. Ook een delegatie van de Sovjet-Unie was aanwezig, ook al begrepen de Russen volgens de Britse delegatieleider Keynes nauwelijks waarover het ging en spraken ze gebrekkig Engels. Toen in 1946 de formele oprichtingsvergadering van het IMF en de Wereldbank werd gehouden, was de Sovjet-Unie op bevel van Stalin afwezig. Ironisch genoeg streeft de Sovjet-Unie op het ogenblik, als onderdeel van het economische hervormingsprogramma en pogingen om miljardensteun van het Westen te krijgen, naar het lidmaatschap van de 'Bretton Woods-instellingen'. Ook de overige Oosteuropese landen die eind jaren veertig onder de invloedssfeer van de Sovjet-Unie kwamen, zagen van hun aanvankelijke lidmaatschap af. Pas na de politieke omwentelingen van de afgelopen paar jaar sloten ze zich aan bij de instituties die ze in 1944 in Bretton Woods hadden helpen oprichten. Met uitzondering van de Sovjet-Unie, Mongolie en Cuba zijn nu alle landen van de wereld lid van de twee instellingen. Zelfs Albanie heeft onlangs een lidmaatschapsaanvraag ingediend. Het stelsel van vaste wisselkoersen heeft het niet zolang uitgehouden. In 1971 - de dollar stond onder voortdurende druk - besloot de regering van president Nixon om eenzijdig het 'goudloket' te sluiten. Niet langer garandeerden de Verenigde Staten de vaste prijs van 35 dollar voor een ounce goud. Daarmee was het stelsel van Bretton Woods ter ziele. Twee jaar later lieten de Amerikanen ook de vaste koers van de dollar ten opzichte van andere munten los en begon het tijdperk van zwevende wisselkoersen dat nog steeds van kracht is. De dollarschommelingen waren enorm: ten opzichte van de gulden - jarenlang stabiel op 3,65 gulden voor een dollar - fluctueerde de dollar van vier gulden begin 1985 tot 1,65 gulden aan het einde van 1990. De laatste jaren verwisselde het Bretton Woods-complex - met alle bijbehorende voorzieningen en gebouwen - steeds vaker van eigenaar. In 1988 werd het hele complex voor zeventien miljoen dollar verkocht en opgesplitst. Een plaatselijke aannemer kocht de omliggende skipistes en ski-faciliteiten voor zes miljoen dollar en een groep beleggers uit Boston, die zich de First Commonwealth Hospitality Partners noemde, verkreeg voor zeven miljoen dollar het eigendom over het hotel, een restaurant in het oude stationsgebouwtje, een nieuw gebouwd motel en een gerenoveerde villa die eveneens als hotel in gebruik was. Achter deze groep stak de Eliot Savings Bank in Boston, een kleine spaarbank die agressief bezig was gebruik te maken van de verruimde beleggingsmogelijkheden voor spaarbanken die in 1982 door president Reagan waren getroffen. En hiermee werd het Mount Washington hotel onderdeel van de bankendrama dat zich eind jaren tachtig in de Verenigde Staten begon af te tekenen. In juni 1990 ging Eliot Savings Bank failliet. De spaarrekeningen waren tot een bedrag van 100.000 dollar gegarandeerd door de Federal Deposit Insurance Corporation (FDIC), een federale overheidsinstelling die een sleutelrol speelt bij het de sluiting van insolvabele banken. Als een bank bij de FDIC is verzekerd, garandeert deze instelling dat alle klanten tot 100.000 dollar aan geld op hun rekeningen terugkrijgen bij sluiting van de bank. In ruil voor deze garantie neemt de FDIC de portefeuille bezittingen van de bank in beslag. Eliot bank had vermogen van 435 miljoen dollar, voornamelijk belegd in onroerend goed, maar toen de bank door betalingsproblemen gedwongen werd te sluiten, bleken de bezittingen veel minder waard te zijn. De FDIC keerde 100.000 dollar per rekeninghouder uit, sloot de bank en nam de portefeuille bezittingen over. Daarin bleek zich een juweel te bevinden, het belang ter waarde van zeven miljoen in het Mount Washington hotel. Het werd, zoals alle onroerend goed dat de FDIC van gesloten banken overneemt, een lelijke verliespost voor de overheid - en voor de Amerikaanse belastingbetalers. “In goede tijden zou het hotel gemakkellijk zes a zeven miljoen dollar opbrengen”, meent Herbert Boynton, aannemer en exploitant van de nabijgelegen skipistes. Volgens hem wilde de FDIC eind vorig jaar het Mount Washington hotel aanvankelijk definitief sluiten, omdat lopend onderhoud en opening voor de zomer meer zouden kosten dan de opbrengsten van een seizoen. Druk van lokale politici voorkwam sluiting en de FDIC besloot het hotel op te knappen zodat het bij opbod zou kunnen worden verkocht. Daags voor de veiling werd het plafond in de ontvangsthal nog gewit en op de tweede verdieping zijn alle kamers onderworpen aan een knappe renovatiebeurt. “Ze hebben 1,2 miljoen dollar genvesteerd om het hotel een fatsoenlijk aanzien te geven”, zegt Boynton met waardering. Het exploitatieverlies voor deze zomer, ten laste van de FDIC, schat hij op een miljoen dollar. De FDIC besloot om Sanders & Mock, Associates in te huren om het historische hotel met alle meubilair, de grote open haard, het bestek en het servies, bij opbod te verkopen. In de dagen voorafgaande aan de veiling gingen geruchten van zo'n vijftig lokale, nationale en zelfs buitenlandse belangstellenden, waaronder, zo werd verzekerd, ook Japanners. Maar toen gistermiddag de inschrijvingstermijn voor bieders sloot, hadden zich vijf beleggers gemeld, allemaal Amerikanen, allemaal streekgebonden. Kennelijk waren anderen afgeschrikt door de kosten van de hoognodige renovatie van het hotel, door Boynton geschat op twaalf miljoen dollar. Maar dan, verzekert hij, zou het Mount Washington Hotel zomer en winter open kunnen zijn en zou het een ski-oord van betekenis kunnen worden. Bij het begin van de veiling werd beweerd dat de FDIC hoopte op een opbrengst van vier, misschien vijf miljoen dollar. De uiteindelijke kopers - de Mountain Properties & Preservation Group - was bereid tot boven de vier miljoen te bieden, maar zover kwam de veiling niet eens. Bij 3,15 miljoen waren het hotel en toebehoren verkocht. “Ik had gedacht nog minder te zullen krijgen”, beweerde Mitchell Asher, de directeur van de FDIC, na afloop en hij zei blij te zijn het hotel verkocht te hebben. “Dit is het grootste bedrag dat we tot nu toe in New England bij een veiling van de boedel van een gesloten bank hebben binnengehaald”, zei hij. “Dit was het meest unieke onroerend goed in onze portefeuille.” Asher erkende dat de FDIC, en daarmee de belastingbetaler, een flinke strop had geleden. Het hotel stond voor zeven miljoen in de boeken van de Eliot Savings bank, de FDIC had 1,2 miljoen aan onderhoud uitgegeven en zal deze zomer een verlies van een miljoen op de exploitatie lijden. Tegenover de totale kosten van 9,2 miljoen dollar stond een schamele veilingopbrengst van 3,15 miljoen. Met een scherp oog voor de lage verkoopprijs die de onroerend goed-crisis in New England weergeeft, voegde hij er aan toe: “Dit is wat de markt ervoor biedt. En de marktprijs is een goede afspiegeling van wat het hotel nu waard is.”