Het ballet van de bruid met meterslange vlechten

In het hommage-programma dat Het Nationale Ballet heeft samengesteld ter gelegenheid van het afscheid van artistiek leider Rudi van Dantzig is, naast Artifact van William Forsythe, uit 1987, en een nieuw werk van Toer van Schayk, Les Noces van Bronislava Nijinska te zien. Niet eerder werd dit uit 1923 stammende werk in Nederland opgevoerd. Het hommageprogramma gaat vanavond in premiere.

Hommage-programma Rudi Van Dantzig. Het Muziektheater, Amsterdam. T-m 3-7.

Kort na de premiere in 1923 liet Serge Diaghilev, de illustere leider van het al even illustere dansgezelschap Ballets Russes, een vriend per brief weten dat Les Noces, gechoreografeerd door Bronislava Nijinska, hem “verrast en verbaasd” had. “Maar”, voegde hij eraan toe “deze goede vrouw...behoort dan ook, heftig en a-sociaal als ze is, tot de Nijinski-familie. Hier en daar is de choreografie een beetje te gewoon, een beetje te vrouwelijk, maar in het algemeen is het werk erg goed”. Hoe vrouwelijk maar toch goed het werk is kan, bijna zeventig jaar na de wereldpremiere, nu ook in Nederland beoordeeld worden. Ter gelegenheid van het afscheid van artistiek leider Rudi van Dantzig gaat het ballet vanavond in premiere bij Het Nationale Ballet, dat nog een ander werk van Nijinska, het zogenaamde “cocktail”-ballet Les Biches, op het repertoire heeft. Net als voor de instudering van dat werk, in 1983, kwam ook nu de dochter van “Bronia” Nijinska naar ons land maar de 77-jarige Irina werd getroffen door een beroerte en is inmiddels terug vervoerd naar haar woonplaats Los Angeles. De instudering is nu gedaan door haar assistent Gayle Young, een van de naar zijn zeggen drie “geautoriseerde” repetitors van Les Noces. De Parijse premiere van het ballet in 1923 was het slot van een lange ontstaansgeschiedenis. Al in 1913 was componist Igor Strawinsky begonnen aan muziek voor een ballet dat een Russische boerenbruiloft tot onderwerp had. Toen Diaghilev twee jaar later de eerste aanzetten te horen kreeg, barstte hij spontaan in tranen uit, uit ontroering om wat naar zijn stellige overtuiging “de mooiste en puurste Russische creatie van zijn gezelschap” ging worden. Hij kon toen nog onmogelijk weten dat hij gelijk zou krijgen, want pas in 1921 besloot Strawinsky het werk voor vier piano's, percussie en een koor te schrijven en toen ook pas vroeg Diaghilev Nijinska de choreografie te maken. Nijinska gaf onmiddellijk te kennen niet tevreden te zijn over de inmiddels ontworpen en naar haar idee te overdadige kostuums van schilderes Natalie Gontcharova (die ook de decors maakte), waarop Diaghilev al even onverwijld dreigde haar de opdracht weer af te nemen. Maar hij had niets te dreigen: Leonide Massine had hij ontslagen, evenals de schepper van het dan al tien jaar oude en succesvolle L'Apres-midi d'un faune, de legendarische danser Vaslav Nijinsky, jarenlang zijn oogappel en de broer van Nijinska. En niet alleen was Nijinsky ontslagen, hij was inmiddels ook geestesziek. Nijinska had uitgeproken ideeTREMA NA AFBREKING ONDERDRUKT en over Les Noces. Strawinsky zelf had een masquerade voor ogen, maar Nijinska wilde een zo Russisch en zo ernstig mogelijk verhaal. Het ballet, opgebouwd uit vier episodes, gaat over een uithuwelijking in een boerenmilieu, en over de discrepantie tussen de vreugde van de omstanders en het verdriet van de directe betrokkenen. Een psychologisch-realistische inhoud, die Nijinska - en dat is, nog afgezien van de schoonheid van het ballet, een verdienste van onschatbare waarde - met gebruikmaking van het klassieke dansidioom zo abstract mogelijk vorm gaf. Diaghilev stelde zich een leunstoel voor op toneel en vriendinnen die het haar van de bruid vlechtten, maar Nijinska zei:“Nee, Sergei Pavlovitsj. Er komt geen leunstoel aan te pas, en geen kam en geen haar!” En die vastbeslotenheid resulteerde in het befaamde beeld van de eerste scene van de centraal geplaatste knielende bruid, wier meterslange vlechten in bogen opgehouden worden door haar aan weerszijden gezeten vriendinnen. Het beeld is een onwaarschijnlijk knappe abstractie, net als de laatste scene van deze episode, waarin de danseressen hun hoofden piramidegewijs op elkaar stapelen. En net als het spitzenwerk dat, conform de bedoelingen van de choreografe, “het ritme van het vlechten” weergaf. Ballerina Ninette de Valois die Les Noces pas een jaar na de premiere instudeerde, achtte het “volkomen uitgesloten om een volmaakte eenheid te bereiken tussen dansers, orkest, koor en piano's als het werk niet zeer vaak wordt uitgevoerd”. Meer nog dan naar de choreografische gecompliceerdheid van het werk verwijzen haar woorden waarschijnlijk naar de moeilijk te treffen sfeer. Anders dan Jiri Kylian het bij voorbeeld voorstelt in zijn gelijknamige ballet voor het Nederlands Dans Theater is Nijinska's werk geen sentimentele verbeelding van een romantische gebeurtenis. Het ballet heeft een buitengewoon wrede ondertoon, aards en direct, en tegelijkertijd afstandelijk in het bijna architectonisch gestileerde groepswerk. Wat dat betreft is het typerend, dat Les Noces geen hoofdrollen telt: het ging Nijinska om het mechaniek van een traditie, om het ritueel en niet om persoonlijke emoties. Na de Londense premiere in 1926 schreef H.G. Wells dat bij zijn weten “geen ander ballet zo boeiend, amusant, fris en opwindend” was als Les Noces. En dat terwijl hij getuige was geweest van een door Strawinsky nauwelijks op prijs gestelde grap: Diaghilev had achter de piano's vier componisten (onder wie Francis Poulenc, die Les Biches componeerde) neergezet in plaats van professionele pianisten. Pas in 1966 werd het ballet opnieuw ingestudeerd in Londen, door Nijinska zelf, bij The Royal Ballet. Het was het startsein voor een hernieuwde belangstelling, die er de oorzaak van was dat de choreografe in 1971, een jaar voor haar dood, op het toneel van Teatro Fenice in Venetie haar tachtigste verjaardag vierde. Die belangstelling heeft, met de getrouwe kopie die Het Nationale Ballet vanavond uitbrengt, ook in ons land eindelijk gevolgen.