Grensakkoord ketst af op Gibraltar

MADRID, 27 JUNI. Bewindslieden uit de twaalf lidstaten van de EG zijn het gisteren in Luxemburg niet eens geworden over de buitengrenzen van de Gemeenschap. Een overeenkomst waarin deze buitengrenzen worden omschreven bleek op het laatste moment niet ondertekend te kunnen worden als gevolg van de slepende controverse tussen Engeland en Spanje over de status van Gibraltar.

Spanje gaat niet akkoord met het opnemen van de omstreden rots in de 'Overeenkomst overschrijding buitengrenzen', zolang het met Engeland geen afspraken heeft kunnen maken over de grensbewaking. De Britten zijn hiertoe in principe wel bereid, maar worden weerhouden door de inwoners van Gibraltar die een vorm van onafhankelijkheid of in ieder geval een aparte status binnen de EG nastreven. Het doen van concessies aan Spanje tegen de zin van de Gibralteken is om binnenlandse politieke redenen onhaalbaar voor Londen. De hierdoor ontstane impasse mag er volgens de Britten echter niet toe leiden dat de bewoners van de kleine Britse enclave worden uitgesloten van het recht om zich vrij binnen de gemeenschap te bewegen. De overeenkomst over de buitengrenzen is nodig om het vrije verkeer van personen binnen de EG mogelijk te maken, zo legde de Nederlandse minister van justitie Hirsch Ballin gisteren de Tweede Kamer uit. Op dat moment werd kennelijk nog verondersteld dat er geen belemmeringen meer waren voor het sluiten van de overeenkomst, waarover sinds 1989 is onderhandeld. De Britten betichten Spanje ervan de zaak te laat aan de orde gesteld te hebben. Volgens de Spaanse vertegenwooriger, staatssecretaris voor veiligheidszaken Rafael Vera, heeft zijn land het probleem echter al twee weken geleden aangemeld en “zal de koloniale kwestie altijd een rol blijven spelen”. Duidelijk is, dat Spanje het verdrag over de buitengrenzen gebruikt om opnieuw beweging in de discussie over Gibraltar te krijgen. Ook hierin speelt het gebruik van luchthavens een belangrijke rol. Spanje en Groot-Brittannie spraken in 1988 onder druk van de andere EG-landen af, dat het vliegveld van Gibraltar, gelegen op de grens tussen het Britse schiereiland en het Spaanse vasteland, terminals aan weerszijden zou krijgen. Hierdoor zou voorkomen worden dat reizigers met bestemming Spanje eerst door de Britse douane zouden moeten. De toenmalige regering van Gibraltar stemde in met de afspraak, maar werd na verkiezingen vervangen door een regering die dit als een verlies van souvereiniteit beschouwde. Groot-Brittannie weigert sindsdien uitvoering aan het akkoord te geven. De Spanjaarden klagen daarnaast over laksheid van de Britse douane in het tegengaan van de smokkel van sigaretten en drank vanuit Gibraltar en over de ontwikkeling van de rots tot vrijhaven voor Spaanse belastingplichtigen.