Greenpeace: 'EG-harmonisatie van pesticiden wordt milieuramp'

De EG-harmonisatie heeft tot gevolg dat de markt open wordt gesteld voor 400 bestrijdingsmiddelen die in Nederland verboden zijn.

Komen bestrijdingsmiddelen die in Nederland vanwege hun giftigheid voor mens en milieu verboden zijn straks via een achterdeurtje toch weer op de markt? Vandaag vergaderen de Europese ministers van landbouw in Luxemburg over de harmonisatie van het bestrijdingsmiddelenbeleid. Het is een discussie die zich al vijftien jaar voortsleept, maar nu met het oog op '1992' moet worden afgerond. Volgens het voorstel dat vandaag op de agenda staat, zullen straks in alle EG-landen dezelfde toelatingseisen voor bestrijdingsmiddelen gelden. Dat wil zeggen dat een middel dat bijvoorbeeld in Frankrijk is toegelaten, in Nederland niet mag worden geweerd. Dat betekent dat ons bestrijdingsmiddelenbestand in een klap zou kunnen verdubbelen: in Nederland zijn nu nog 300 actieve stoffen op de markt, in de gehele EG zijn dat er maar liefst 700. ''Het huidige harmonisatievoorstel is gebaseerd op het principe van vrijheid van handel'', zegt drs. J.J. Bijlsma, als chemicus werkzaam voor Greenpeace. ''Gezondheids- of milieucriteria ontbreken. De zwakste toelatingsnormen gaan straks voor de hele EG gelden. Dit kan uitlopen op een ware milieuramp!'' Frankrijk bijvoorbeeld is volgens Bijlsma een waar paradijs voor bestrijdingsmiddelenfabrikanten. ''Daar worden middelen heel soepel toegelaten. Hun normen worden straks ook voor ons maatgevend. Daarmee wordt het Nederlandse milieubeleid fors onderuitgehaald.''

SLOTEN VOL DODE VIS

Een berucht voorbeeld is het insektenbestrijdingsmiddel endosulfan. Het is buitengewoon giftig voor vissen en andere waterbewoners. Een illegale lozing of een vergissing bij het spuiten levert de bekende plaatjes op van sloten vol dode vis. Nederland, met zijn vele sloten en meertjes, is het enige EG-land waar dit middel verboden is. Boeren en tuinders zouden dat verbod maar al te graag teruggedraaid zien. Atrazin is een ander voorbeeld. Dat is een onkruidbestrijder, die in het milieu zeer slecht afbreekbaar is en het grondwater vervuilt. Met ingang van 1992 wordt atrazine na veel discussie eindelijk verboden, evenals het verwante simazin. Als het aan 'Brussel' ligt worden beide middelen weer in Nederland toegelaten. Datzelfde geldt voor methylbromide, een populaire grondontsmetter in kassen, die in 1983 in principe verboden werd nadat gebleken was dat het middel via plastic waterleidingbuizen in het drinkwater kon doordringen en bij tuindersvrouwen tot miskramen leidde. Sindsdien mag het alleen nog met een speciale ontheffing worden gebruikt, al zijn die ontheffingen tegenwoordig meer regel dan uitzondering. Het plan was om daar per 1992 een streep onder te zetten. Ook pentachloorfenol, een houtverduurzamer, die ook in de champignonteelt veel gebruikt wordt, is in principe in ons land verboden. Bestrijdingsmiddelen zijn niet moeilijk te smokkelen. Bij een controle die het Hoogheemraadschap Rijnland onlangs op bedrijven hield werden allerlei middelen in de voorraadkastjes aangetroffen, die in ons land verboden zijn, maar bijvoorbeeld in Belgie nog vrij verkrijgbaar. En het weekblad Boerderij wist onlangs te melden dat Deense akkerbouwers tegenwoordig graag gebruik maken van goedkope, ouderwetse Poolse bestrijdingsmiddelen die illegaal het land binnenkomen.

OUDE MIDDELEN

Volgens het Landbouw Economisch Instituut is het bestrijdingsmiddelengebruik in de intensieve Nederlandse land- en tuinbouw 50 tot 75 procent hoger dan elders in Europa. Per hectare wordt gemiddeld 20 kilo actieve stof per jaar verbruikt, dat is vijfmaal zoveel als in Duitsland. De actieve stof wordt bij toepassing bijna altijd sterk verdund in een zogeheten formulering. Viervijfde van het totale verbruik bestaat uit oude middelen, dat wil zeggen, middelen die al voor 1977 op de markt waren en dus niet volgens de huidige Bestrijdingsmiddelenwet zijn getoetst op hun schadelijkheid voor mens en milieu. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene, dat zo'n 150 van deze oude middelen alsnog op hun milieuvriendelijkheid heeft beoordeeld, kan driekwart daarvan de toets der kritiek niet doorstaan. Zij zouden dus eigenlijk met onmiddellijke ingang verboden moeten worden. Volgens het Meerjarenplan Gewasbescherming, dat vorige week door het kabinet werd goedgekeurd, moet het verbruik in 1995 met 35 procent en in 2000 met 50 procent verminderd zijn. De Europese harmonisatierichtlijn dreigt nu dit streven te doorkruisen. ''We zitten midden in een saneringsoperatie'', zegt bestrijdingsmiddelendeskundige dr. J.A. van Haasteren van het ministerie van VROM. ''Een groot aantal oude middelen moet de komende tien jaar in ons land verboden worden. De EG-harmonisatierichtlijn kan deze saneringsoperatie, die werkelijk bijzonder hard nodig is, behoorlijk vertragen. Een stof als atrazin heeft de Nederlandse landbouw nog wel graag in het pakket. Als wij die stof in januari verbieden en hem vervolgens weer moeten toelaten is dat wel een nadeel voor ons.'' Datzelfde geldt voor de grondontsmetter aldicarb, die eveneens het grondwater vervuilt. Nederland is het enige EG-land dat dit middel wil verbieden en de vraag is of dat straks van 'Brussel' nog wel mag. Omgekeerde bewijslast Nederlandse, Duitse en Scandinavische milieuambtenaren bepleiten om binnen de harmonisatierichtlijn voor afzonderlijke lidstaten de mogelijkheid open te laten om een eigen, strenger beleid te voeren. Argumenten voor Nederland zijn om te beginnen dat het een zeer waterrijk land is, zodat middelen die giftig voor waterorganismen zijn hier zeer ongewenst zijn. Bovendien zit ons grondwater minder diep dan bijvoorbeeld in Frankrijk, zodat uitspoeling van slecht afbreekbare middelen al snel het grondwater bedreigt. En tenslotte heeft de Nederlandse land- en tuinbouw een intensief karakter, nog een reden om een scherper beleid te voeren. In hoeverre individuele lidstaten deze speelruimte zullen krijgen moet nog blijken. Een land dat een strenger milieubeleid wil voeren en een bepaald bestrijdingsmiddel wil weren, moet zelf aantonen dat dat middel onacceptabel is. ''Een omgekeerde bewijslast, die bovendien een forse extra belasting voor het ambtenarenapparaat oplevert'', zegt Bijlsma van Greenpeace. ''Er is in ons land nog steeds een vreselijke achterstand in het beoordelen van oude bestrijdingsmiddelen, terwijl er nog tientallen nieuwe middelen wachten om te worden toegelaten. Deze harmonisatierichtlijn levert een hoop extra werk: er zijn hier 300 actieve stoffen toegelaten en 400 verboden, stel je voor dat de Commissie Toelating Bestrijdingsmiddelen straks voor al die 400 stoffen een verweerschrift moet schrijven. En elk afzonderlijk verweerschrift moet dan door de andere EG-landen geaccepteerd worden, we worden dus in ons milieubeleid afhankelijk van andere, minder strenge landen. Bovendien wil de EG lang niet alle gegevens rond de toelating van middelen openbaar maken.'' Het feit dat de zaak nu door de EG-landbouwministers wordt beoordeeld is volgens Greenpeace volstrekt uit de tijd. Volgens de milieuorganisatie zou niet de gebruikerswaarde, maar de milieuproblematiek in het toelatingsbeleid centraal moeten staan. In Brussel zou de zaak niet bij DG-6 (het landbouwambtenarenapparaat) maar bij DG-11 (milieu) moeten berusten.

SPOREN

Milieuhygienisch geldt het uitgangspunt dat bestrijdingsmiddelen niet nodig zijn voor de produktie van bijvoorbeeld drinkwater en daar dus ook niet in horen te zitten. Landbouwkundigen daarentegen zullen eerder als uitgangspunt nemen dat een kleine hoeveelheid geen kwaad kan tenzij onomstotelijk is aangetoond dat dat problemen oplevert. ''Net als de andere milieugevaarlijke stoffen zouden ook bestrijdingsmiddelen als eerste door milieuministers behandeld moeten worden, deze zaak wordt zozeer gedomineerd door milieubelangen! Maar historisch is het nu eenmaal zo gegroeid dat ze bij landbouw thuishoren, omdat er vroeger alleen naar de deugdelijkheid gekeken werd'', zegt Van Haasteren van VROM. ''Dat vinden wij natuurlijk een heel ongelukkige zaak.'' Oude middelen, die soms al tien of twintig jaar verboden zijn, laten nog steeds hun sporen na. Waterschappen treffen middelen als DDT, drins en lindaan nog steeds aan in water en bodemslib in schadelijke concentraties, ver boven de norm. De Unie van Waterschappen heeft over de harmonisatieproblematiek een brandbrief aan minister Bukman van landbouw geschreven, waarin over ''grote gevaren voor het Nederlandse milieu'' wordt gerept. Ook de Vaste Kamercommissie voor Landbouw en Natuurbeheer heeft eind vorig jaar aan de minister schriftelijke vragen gesteld over de rol die hij in Brussel in deze discussie denkt te spelen. Het antwoord laat tot nog toe op zich wachten.