Glijdende schaal

HET TOCH AL rijke jargon van de bestuurlijke vernieuwing is deze week verrijkt met een nieuwe grootheid: stedelijke gebiedsautoriteit (SGA). Dat is weer iets anders dan het stadsgewest, de agglomeratiegemeente of de stadsprovincie. Alle hebben gemeen dat ze beogen te voorzien in de optelsom van onmacht als gevolg van een wirwar van bestuurlijke regelingen en verbanden in de grote verstedelijkte gebieden. Maar de uitwerking verschilt nogal.

De SGA wordt gepresenteerd als de voorzichtige variant, niet in de laatste plaats om de gevoelige zenuwen - lees: het CDA - te ontzien. Het nieuwe gezag is niet de gevreesde vierde bestuurslaag maar vormt een glijdende schaal naar bestuurlijke volwassenheid. Politiek gezien is dit een niet onelegante zij het daardoor nog niet erg overtuigende uitweg. Ook binnen het CDA staat de gemeente onder druk; er wordt zelfs openlijk gezegd dat ons land op den duur slechts plaats heeft voor zestig lokale besturen. Maar dat kan nooit de officiele leer zijn van een groepering die zozeer steunt op het middenveld als het CDA. HET IS NIET eenvoudig op dit gebied mooi door het midden weg te komen. In termen van democratische legitimatie is de SGA een hellend vlak. De leden stemmen zonder last of ruggespraak. Dat is een stap terug van het huidige “verlengd bestuur” op grond van de wet gemeenschappelijke regelingen waarin wel een directe binding met de afvaardigende gemeenten bestaat. Als de nieuwe autoriteit zelf ook direct zou worden gekozen, dan zou het nog tot daar aan toe zijn. We kiezen in dit land per slot van rekening ook afzonderlijke provinciebesturen om de gemeenten in de gaten te houden. Maar het kabinet laat naast de directe ook een getrapte variant voor de SGA open. De burgers kiezen gemeenteraadsleden die de regionale bestuurders aanwijzen. Dat is al vrij gespleten voor een stembiljet, want die SGA komt er juist om de lokale belangen te corrigeren. Het besef dat de burger het indirecte deel van zijn stem feitelijk ook nog uit handen geeft, maakt dit er niet beter op. Is in de “democratische en sociale rechtsstaat”, waaraan dit kabinet zo noest heet te arbeiden, de oplossing niet eerder meer democratie dan minder? Veel van de gesignaleerde onmacht heeft naar het zich laat aanzien trouwens al te maken met een gebrek aan voeling. En het zijn wel onze centen waarmee zo'n regionaal bestuurdersbestuur aan de haal gaat.