Franse bloedbank keurde gebruik van besmet bloed goed

Zo'n 400 Franse hemofiliepatienten, die met het AIDS-virus besmet zijn geraakt, hebben het nationaal centrum voor bloedtransfusie voor de rechter gedaagd. Van de 3000 hemofiliepatienten in Frankrijk zijn er 1200 seropositief geworden, 50 van hen hebben ook hun partner besmet. 200 hemofiliepatienten zijn inmiddels aan AIDS gestorven.

Gebleken is, dat artsen van de bloedbank het gebruik van besmet bloed in de loop van 1985 willens en wetens hebben goedgekeurd, ook voor het behandelen van betrekkelijk kleine snijwonden die op zichzelf niet levensbedreigend zouden zijn geweest. Inmiddels is de affaire uitgegroeid tot een politiek schandaal. De Franse regering heeft een nader onderzoek gelast. De directeur van de bloedbank, M. Garetta, heeft ontslag genomen. Er zijn zo'n 5000 bloeddonaties nodig om een portie Factor acht te maken als bloedstollend medicijn voor een hemofilielijder. In Parijs was in 1985 bekend dat twee tot drie van iedere duizend bloedgiften waren besmet. In de notulen van een vergadering uit 1985 is na te lezen hoe de de directie van de bloedbank spijtig concludeert dat 'helaas al onze bloedvoorraden zijn besmet.' Al in 1984 had de bloedbank geexperimenteerd met technieken om donorbloed via een hittebehandeling HIV-vrij te maken. In juli 1984 kreeg men deze techniek aangeboden door een Amerikaanse bedrijf. Het aanbod werd echter afgeslagen in afwachting van de ontwikkeling van een eigen Franse methode. Het Amerikaanse bedrijf Abbott bracht in januari 1985 een test op de markt om besmetting van bloed aan te tonen, de Fransen maakten daar echter geen gebruik van. Ze wachtten tot het Pasteur instituut in Parijs in de loop van 1985 met een eigen test kwam. Tot eind 1985 werden besmet bloed verwerkt. Vernietiging van de oude voorraden zou een financiele strop betekenen. Donoren staan hun bloed weliswaar gratis af, maar de verwerking is kostbaar. De Franse 'bloedindustrie' heeft een jaaromzet van 1 miljard gulden, er werken 11.000 mensen. Bloedprodukten worden in Frankrijk door het ziekenfonds vergoed, maar onduidelijk was, in hoeverre het vernietigen van voorraden gecompenseerd zou worden. Pas toen het ziekenfonds liet weten voortaan alleen nog transfusies met hitte-behandeld bloed te vergoeden werd de distributie van de oude voorraden gestaakt. Er zijn notulen uitgelekt van een vergadering uit oktober 1985 waarin Garetta zich beklaagt dat het feit dat de zaak in de publiciteit kwam er helaas toe heeft geleid dat gebruik van de besmette voorraden veel eerder moest worden beeindigd dan de bedoeling was. Het was de bedoeling deze voorraden op te maken door er mensen mee te behandelen die toch al seropositief waren geworden (bijna de helft van alle hemofiliepatienten). Nieuwe, hittebehandelde produkten had men voor niet-seropositieven willen reserveren. In Nederland waren eind vorig jaar 1223 AIDS-patienten geregistreerd, waaronder 21 hemofilielijders en 28 ontvangers van een besmette bloedtransfusie. Uit de statistieken blijkt dat tot en met 1989 726 mensen in Europa AIDS hadden gekregen na een bloedtransfusie, waarvan er 413 (56 procent) de Franse nationaliteit hadden. (New Scientist 11 mei, 15 juni).