DE NEWYORKSE HOTELINRICHTING VAN PHILIPPE STARCK; Een roos in een cola-fles

Paramount Hotel, 235 West 46 Street, New York City. Overnachting vanaf $90 tot $170. Res 09-1212 764 5500.

“Er moet tapijt komen”, hadden zijn vrienden Bianca Jagger en Clavin Klein gezegd en toevallig was dat precies “wat het gebouw zelf had laten weten”. Ian Schrager luistert - naar zijn vrienden en naar zijn gebouwen. En dus kwam er tapijt, ondanks de voorkeur van de ingehuurde mega-ster van het design, de Fransman Philippe Starck, voor tegels of marmer. Wellicht daarom, bij wijze van douceurtje, heeft deze zich mogen uitleven in de lobby, waar de bezoeker hink-stap-sprongsgewijs een spelletje schaak kan spelen op een zwartwit geblokt karpet. Middenin een periode van malaise, waarin vakbroeders hun omzet met twintig procent zien teruglopen, maakt Ian Schrager van zijn derde hotel een ongeevenaard succes. Paramount, 235 West 46th Street, New York, New York, heeft al vanaf de opening in augustus vorig jaar een bezettingsgraad van honderd procent. En dat terwijl de in architectonisch opzicht niet bijster interessante arcadegevel van het oude, twintig verdiepingen tellende Century Paramount naamlozer is dan ooit tevoren. Geheel volgens zijn, sinds de opening van zijn eerste hotel (Morgans) eigen traditie, doet Schrager niet aan ordinaire neon of aanverwante aandachttrekkerij. Mondreclame, leerden hem zijn ervaringen met de uiterst succesvolle en bijna historische nachtclub Studio 54, is veel belangrijker. En aan mondreclame heeft het niet ontbroken - niet toen het door society-darling Andree Putman ingerichte Morgans in 1984 de deuren opende, nog minder toen in 1987 het door Philippe Starck aangeklede Royalton-Hotel (44W44, zelfs het adrs lijkt door de meester ontworpen) operationeel werd, en al helemaal niet in het geval van Paramount. Het verhaal gaat, dat Schrager Starck nog een keer zover kreeg, omdat hij een low-budget hotel voor ogen zei te hebben. Koren op de molen van de door zijn opdrachtgevers moeilijk tevreden te stellen ontwerper: hij heeft altijd al beweerd dat het door zijn toedoen wereldberoemd geworden Cafe Costes in Parijs in de eerste plaats volks is en niet voor niets ontwerpt hij graag voor Les Trois Suisses, het Franse equivalent van onze Wehkamp. Het resultaat van Starcks enthousiasme is opmerkelijk. De 610 buitengemeen kleine kamers - “Een YMCA”, noemt Schrager zijn Paramount, met gevoel voor de juiste bescheidenheid - zijn door hem met de eenvoudigste middelen omgebouwd tot evenzovele “social phenomena die stijl voor iedereen toegankelijk maken”. “Een roos in een Cola-fles”, noemt Starck zijn invloed, die de hotelgast op het voor Newyorkse begrippen lage tarief van gemiddeld $110 per nacht komt te staan. Die roos bestaat uit een reusachtige reproduktie van De Kantkloster van Vermeer, die gevangen in een opzettelijk kitscherige namaaklijst en rozig beschenen door een klassieke pianolamp, met milde blik over het bed uitkijkt. Rondom dat bijna kamerbrede bed is alles speciaal ontworpen: het voor Starck typerende functionalistische bedtafeltje, de bizarre langgerekte plafonniere, de bedbrede tafel aan het voeteneind met de veel te lompe poten en de crapauds met de disproportioneel majesteitelijke rugleuningen. Op weg naar de badkamer wordt de gast aangestaard door een oogvormige ruit in de kleerkast, waarachter de televisie staat opgesteld en in de badkamer zelf - vanouds Starcks sterke zijde - kan hij zijn toilet maken aan een elegante roestvrijstalen kegelvormige wastafel, die de uitvinding van een nieuw woord zou rechtvaardigen. Maar de roos waarvan Starck rept, moet ook letterlijk worden genomen. Zoals in de Dali-achtige, mysterieuze entree van Royalton de hoornvormige wandlampen en vazen de toon bepalen, zo blijkt Paramount bij de gratie van de roos te bestaan. Overal - tot op de wanden van de entree toe - prijkt een exemplaar van deze bloemsoort in een bolvormig, glazen houdertje. In de lobby vallen ze niet direct op - wat gezien de monolithische grootse trap (op de treden waarvan iedereen een “instant star” wordt) logisch is. En als de trap al niet de aandacht trekt, dan doet het geraffineerd belichte, chaotisch opgestelde groepje fantasie-meubelen op het schaakbord-tapijt dat wel. Of de plafondhoge en op iedere etage aangebrachte spiegels met ingebouwde lichtkrant voor het weerbericht. Of de als wandverlichting functioneel gemaakte hoekbeschermers van de Italiaanse stuc. Hier en daar doet Paramount, net als Royalton, enigszins 'overdesigned' aan. De overal opgestelde, slechts met water gevulde vissekommen in Royalton vinden in Paramount hun equivalent in de aquariumruiten van de lobby-mezzanine, waarachter men gasten de maaltijd ziet gebruiken. Gezien vanuit de lobby zit men nogal te kijk en in werkelijkheid, op de smalle tussenverdieping, nogal krap, al doet het geheel inderdaad, conform de bedoelingen, denken aan het luxueuze passagiersschip van vroeger. En de hang naar stijl kan ook regelrecht uit de hand lopen. Een ober die zijn gast, in onvervalst Yankee-accent, verwelkomt met een snobbisch: “Bonsoir!” noopt tot slikken nog voor men aan tafel is gegaan.