Benzinedampen teruggewonnen

Benzinedamp die bij de pomp vrijkomt, moet volgend jaar door de benzinemaatschappijen met een dampretoursysteem worden teruggewonnen

Het tankstation van Shell aan de Heuvelweg in Leidschendam moet weg. Het moet wijken voor de Nederlandse vestiging van het Europees Octrooibureau. Geen nood, aan de Noordsingel, hemelsbreed zo'n driehonderd meter er vandaan, kan Shell een nieuw station bouwen. De gemeente stelt de gebruikelijke voorwaarden voor het verlenen van een vergunning en voegt er een richtlijn aan toe die is opgesteld na overleg met VROM. 'De pompen moeten zijn voorzien van dampretourvoorzieningen [...] waardoor de bij het afleveren vrijkomende benzinedampen worden teruggevoerd naar de aflevertanks'. Dat gaat Shell te ver. De oliemaatschappij dient een bezwaarschrift in. Dampretourleidingen moeten pas volgend jaar worden ingevoerd, zegt Shell en de gemeente moet daar niet op vooruitlopen. B&W van Leidschendam verwerpen het bezwaarschrift. Shell beraadt zich nu. De bestrijding van de benzinedamp speelt zich dus nog af in raads- en commissiekamers, maar dat zal niet lang meer duren. Dat is maar goed ook, want de automobilist die vijftig liter benzine tankt levert al een bijdrage aan de smogvorming voordat hij een meter heeft gereden. De benzine die in zijn tank stroomt verdringt daar de aanwezige verzadigde benzinedamp. De damp kiest het luchtruim en gaat daar met behulp van het zonlicht een reactie aan met de aanwezige stikstofoxyden. Ozonvorming is het resultaat. Volgens een berekening van de werkgroep KWS 2000 vormt de produktie van benzinedamp bij tankstations zo'n 4% van de totale emissie van Vluchtige Organische Stoffen (VOS ). KWS 2000 is een club waarin overheid en bedrijfsleven ijveren voor een reductie van de uitstoot van VOS van 50% tegen het jaar 2000. Behalve dat smoggevaar speelt ook mee dat bij het tanken flink wat benzeen vrijkomt en dat vormt nog een veel directere bedreiging van de gezondheid van de man of vrouw die het vulpistool vasthoudt. Benzine mag maximaal 5% benzeen bevatten. Zeker bij bemande tankstations kunnen de pompbedienden zo elke dag een flinke portie benzeen opdoen. Er komen binnenkort normen voor de maximaal toegestane hoeveelheid benzeen in de lucht. Naar verwachting zullen er dan bij 500 pompstations maatregelen moeten worden getroffen. Die maatregelen zullen er ongetwijfeld op neerkomen dat de benzinedampen terug worden geleid, terug naar de opslagtank van het benzinestation. Er zijn twee methoden. In Californie is elke automobilist al jaren vertrouwd met vulpistolen waar rubber manchetten omheen zitten. Het pistool moet diep in de tank worden gestoken, de manchet sluit zich om de vulopening en pas dan kan er worden getankt. De damp die door de binnnenstromende bezine wordt verdrongen komt niet in de buitenlucht terecht, maar loopt via de manchet een retourleiding in, die de damp weer in de opslagtank terugbrengt. Het systeem wordt wel dampbalanssysteem genoemd. Het andere systeem werkt met een luchtpomp ('afzuigsysteem'). Het vulpistool heeft dan geen manchet, maar is behalve van een uitstroomopening voor benzine ook van een aanzuigopening voor benzinedamp voorzien. De damp wordt in dit geval door de luchtpomp weggezogen. Dampretoursystemen, maar dan in het groot, worden al enige tijd toegepast; Shell nam vorig jaar in Pernis een omvangrijk dampretoursysteem in bedrijf voor het vullen van tankauto's. Voor het toepassen van dampretoursystemen bij pompstations (meestal stage two genoemd, bij de produktie en distributie spreekt men van stage one) bestaat echter weinig animo. Niet alleen de Shell, ook de andere maatschappijen keren zich tegen de voorgestelde maatregelen. De autofabrikanten moeten het probleem maar oplossen, vinden ze. Nu zou dat in principe ook wel kunnen, want de auto's worden binnenkort toch van een inrichting voorzien die benzinedamp onschadelijk maakt. Ook een stilstaande auto produceert benzinedamp. De afkoelende benzinetank zuigt 's nachts lucht aan en blaast overdag benzinedamp af. Binnen enkele weken wordt een EG-maatregel van kracht waardoor vanaf juli 1992 alle nieuwe autotypen een luchtdichte benzinetank moeten hebben en van een koolfilter moeten worden voorzien; vanaf 1 januari 1993 zal het voor alle nieuwe auto's gelden. Het filter absorbeert de vrijkomende benzinedamp en staat die weer aan de motor af als die draait. Voor de benzinedamp die bij het tanken vrijkomt is dit koolfilter echter geen remedie; het filter zou dan veel groter moeten worden (3,5 liter in plaats van 1 liter). De EG heeft voor het kleine filter gekozen, dus de strijd van de oliemaatschappijen is eigenlijk al verloren. Dat beseffen ze ook wel en het bewijs daarvoor is dat de ondergrondse leidingen voor het dampretoursysteem in elk nieuw tankstation al worden aangelegd. Het afmaken van dit karwei wordt echter door de aardoliebranche met alle middelen tegengehouden. Dat ondervond de oliemaatschappij Q8, de eerste die loodvrije benzine verkocht, een paar jaar geleden al. Q8 wilde dampretourleidingen in gebruik nemen, maar capituleerde uiteindelijk voor de pressie die de branchegenoten uitoefenden. In Duitsland, Zwitserland, Zweden, Luxemburg zijn al wel enkele tankstations die de dampen afzuigen. Het sneltanksysteem dat het Gemeentelijk Vervoerbedrijf in Utrecht (GVU) een jaar geleden in bedrijf heeft genomen is voorlopig het enige dat in de richting komt. Alle bussen worden onder druk volgetankt, waarbij de gassen worden afgezogen. Het gaat hier niet zozeer om de schadelijke dampen; diesel is veel minder vluchtig dan benzine. Het grootste voordeel is dat er niet meer gemorst wordt; per jaar wordt zo 20.000 liter diesel bespaard. Misschien dat de komende forse accijnsverhogingen de oliemaatschappijen in Nederland over de streep trekken. Het ministerie van Financien heeft namelijk al eerder beslist dat over teruggewonnen benzine geen accijns hoef te worden afgedragen. Een keer is genoeg. Dus wat gebeurt er als Shell Leidschendam toch zijn zin geeft? De automobilist perst de verzadigde benzinedamp (misschien wel Essodamp) uit zijn tank in de opslagtank van het pompstation en ergens in zijn distributieketen maakt Shell van die Essodampen weer benzine. Elke liter gecondenseerde benzine gaat weer naar de benzinestations en wordt voor de normale prijs verkocht, inclusief accijns, want over de benzine mag wel twee keer accijns worden geheven. Die opcenten hoeft Shell niet af te dragen, en zo kan er van zo'n litertje teruggewonnen benzine een aardig batig saldo overblijven. Die dan bijvoorbeeld weer gebruikt kan worden voor de afschrijving op de terugwin-installatie.